Leon Bridges’ ode aan oude soul

Leon Bridges, morgen op NSJ: „Ik schrijf liedjes hoe ik denk dat een soulliedje uit de jaren 60 zou klinken.”

De nieuwe ster Leon Bridges klinkt als een soulzanger van toen met klassieke soul en rhythm & blues uit de jaren 50 en 60. Zaterdag op North Sea Jazz in Rotterdam, dat van vandaag tot en met zondag duurt. Foto Beau Grealy

Het haar fris van de barbershop. Zijn pakken, de hoge pantalons, de spencer, de hoed, de zwart-witte Brogues-schoenen. Met zijn gitaar op de veranda, aan de bar van de Amerikaanse diner, tegen het muurtje van de studio, bij de oldtimer. Alles is vintage, alles ademt jaren vijftig. De 25-jarige Leon Bridges lijkt zo weggelopen uit een andere tijd.

Zaterdag staat hij op North Sea Jazz Festival: de jonge Amerikaanse debutant Leon Bridges die op zijn eerste album Coming Home klinkt als een soulzanger van toen met klassieke soul en rhythm & blues uit de jaren 50 en 60. Het is zijn sound (een fraai warm timbre, een ongedwongen frasering, zoet-verlangende teksten) en de nostalgische feel die hij uitdraagt in kleding, foto’s en clips die het plaatje compleet maken. Hier staat een reïncarnatie van hitzangers als Sam Cooke en Otis Redding. Zijn album staat inmiddels in de Amerikaanse top tien.

Met een loom ‘yeah’, waarmee Leon Bridges elk antwoord in de Amsterdamse hotelsuite begint, wil de zanger wel vertellen hoe het succes hem de afgelopen tijd overspoelde. „Mijn hoofd kan er nog niet goed bij. Het is allemaal pas een paar jaar geleden gestart. Als ik terugdenk aan mij jeugd staat succes daar allemaal haaks op. Nu ontmoet ik Bill Withers, John Legend en stond ik op het podium met Stevie Wonder.”

Tal van labels boden hem vorig jaar een platendeal na het horen van zijn nummers. Veel labelmensen zagen in hem echter een nieuwe, gelikte r&b-ster in de lijn van Usher en Aloe Blacc. Dat weigerde hij. Hij noemt oude soul „zijn bestemming” – dát past het best bij zijn manier van zingen. „Als je Jesse Belvin het liedje Dream Girl hoort zingen”, legt hij uit, „is dat zó’n pure vocale kwaliteit vergeleken bij hoe een moderne r&b artiest zoiets zou zingen, met veel effecten en uithalen. Ik wil ook enkel zingen op die cleane, rustige manier.”

Zijn contract bij Sony/Columbia is een gedroomde deal voor de zanger die jaren zijn moeder financieel bijstond met bijbaantjes in restaurantkeukens in zijn geboorteplaats Fort Worth in Texas. „Zij zag me liever studeren, maar ze is nu toch wel erg opgewonden over mijn muziek”, vertelt hij. „Toen ik mijn contract tekende heb ik meteen al haar schulden afbetaald. Dat was een geweldig gevoel. Mijn moeder heeft veel voor mijn broer en halfzuster opgeofferd.” Op zijn album is Lisa Sawyer, met ouderwetse ‘pa-pa-doe’-vrouwenkoortjes, een ode aan zijn moeder.

Nonchalant haalt hij even zijn favoriete zanger aan. „Otis Redding zong over hoe er een verandering aan zat te komen. Dat kan ik erg beamen.” Bridges mag met zijn retrostijltje authentiek aandoen, en er dus in marketingtermen aantrekkelijk ‘verkoopbaar’ uitzien, de soul kwam hem niet aangevlogen, zegt hij, ook wel weer eerlijk. Als kind luisterde hij net als zijn klasgenoten ‘gewoon’ naar pop en r&b. Op de middelbare school raakte hij bevriend met een jongen die dagelijks zijn keyboard mee naar school nam. „In de pauzes gingen we zitten en zongen liedjes. Eigenlijk ontdekte ik zo dat ik kon zingen.” Hij kocht een gitaar en ging werken aan eigen liedjes. Met zijn eerste liedje Conversion trad hij op in koffiezaakjes. „Een vriend van me zei: ‘jongen, dat klinkt helemaal niet slecht. Je zou best een soulzanger kunnen worden ooit. Dat klonk ineens als een toekomstbelofte.”

Het is duidelijk wie Bridges nu tot zijn muzikale voorbeelden rekent. De onschuld in zijn liedjes komt van Sam Cooke. De stijl van Otis Redding is „rauwer”. En de meer bluesy kant van Ray Charles lonkt ook. „Ik heb helemaal geen encyclopedische kennis van soul”, zegt Bridges. „Ik ken deze artiesten van Spotify en You Tube. Ik schrijf mijn liedjes hoe ik denk dat een soulliedje uit de jaren zestig zou klinken.”

De kritiek dat zijn imago gefabriceerd zou zijn, lijkt hem niet te deren. Hij haast zich wel te zeggen dat hij zich niet anders voordoet dan hij zich voelt. „Je ziet me zo op het podium, maar ik ga ook in deze kleding naar de supermarkt. Op mijn Instagram toon ik mijn leven in zwart-wit foto’s. Dat doe ik al een hele tijd en ik houd vast aan deze stijl.”

Hij dankt zijn doorbraak aan White Denim-gitarist Austin Jenkins, die hem ontdekte in het clubcircuit van Texas. Jenkins liet hem muziek opnemen met vintage-instrumenten en oude monitors. Ook weer old skool, met de band in één opnamesessie. Gitaarlessen heeft Bridges nooit gehad. Zijn rauwe plukstijl is het resultaat van veel oefenen en afkijken. Verre van glamoureus, vindt hij. En het zijn best simpele akkoordprogressies. Maar juist het feit dat hij geen duizend akkoorden heeft, ziet hij als een sterk punt. Het is „rauwe imperfectie”.

Dat sommige onderwerpen in zijn liedjes niet uit zijn eigen leven gegrepen zijn is ook geen bezwaar. Zoals Pull Away, een liedje over verraad, doordrenkt van liefdesverdriet. Het is geïnspireerd door een liedje van James Brown. „Ik heb zoiets zelf nog niet meegemaakt, maar ik kan mijzelf heus wel plaatsen in de schoenen van iemand die dat heeft doorstaan.”