Iedere werkdag 4.000 asielaanvragen in Europa

Syriërs en de meeste Eritreeërs worden als vluchtelingen erkend; asielaanvragen uit Kosovo maken weinig kans.

Woensdag heeft het Europese asielbureau EASO zijn jaaroverzicht van 2014 gepubliceerd. Directeur Rob Visser lichtte elementen hieruit toe en besprak de tendensen in de eerste vijf maanden van dit jaar.

1 Het ene record na het andere wordt gebroken.

In de eerste vijf maanden van dit jaar hebben, elke werkdag weer, 4.000 mensen asiel aangevraagd in de Europese Unie. Het is een gemiddelde, maar hiermee stevent dit jaar af op een nieuw record. De 660.000 aanvragen van vorig jaar vormden al een stijging van 37 procent ten opzichte van 2013. In de eerste vijf maanden van dit jaar lag het aantal aanvragen al 68 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar.

Dit legt overal enorme druk op de asielzoekerscentra. Oostenrijk heeft gisteren besloten vijfhonderd asielzoekers onder te brengen in een voormalig universiteitsgebouw dat buurland Slowakije ter beschikking stelt.

2 Dit is niet alleen een probleem in de Middellandse Zee-landen.

Dit jaar kwamen al meer dan 100.000 asielaanvragen uit Balkanlanden als Servië en Kosovo, evenveel als het totaal van vorig jaar. Het zijn overwegend mensen die de uitzichtloze situatie in hun land proberen te ontvluchten en de zogeheten Westelijke Balkanroute hebben ontdekt via Hongarije, het eerste EU-land op weg naar Duitsland. Hongarije heeft dit jaar al meer dan 65.000 asielaanvragen gekregen. Visser: „De oostkant van Europa is snel belangrijker geworden.”

3 Niet in elk land heb je evenveel kans op asiel.

Asielbeleid is in eerste instantie een nationale zaak en dat is te zien in de opstelling van de verschillende landen. Syriërs worden bijna overal als vluchteling erkend. Dat geldt ook voor Eritreeërs, met uitzondering van Frankrijk en Griekenland, waar zij veel minder kans hebben. Voor migranten uit Irak of Afghanistan is het zaak het juiste land te kiezen voor hun aanvraag, want de verschillen zijn groot. En wie uit Servië, Kosovo of Albanië komt en in een EU-land asiel aanvraagt, maakt vrijwel nergens een kans – maar hun aanvragen moeten natuurlijk wel worden verwerkt. Opvallend is verder dat Italië, Tsjechië en Finland veel ruimhartiger zijn voor vluchtelingen uit Oekraïne dan andere EU-landen.

4 ‘Dublin’ is minder belangrijk dan vaak wordt gedacht.

In het debat over migratie is er vaak kritiek op het Dublin-systeem, de afspraak dat asielzoekers asiel moeten aanvragen in het land waar ze de Europese Unie binnenkomen. Wie in een ander land asiel aanvraagt, zou moet worden teruggestuurd naar het eerste land. Italië, Griekenland en Malta zeggen dat deze regel een onevenredig grote druk op hen legt.

„Dat terugsturen gebeurt minder dan je op basis van het debat zou denken”, zei Visser. „De aantallen zijn relatief laag.” Zwitserland en Duitsland hebben in 2014 de meeste asielzoekers teruggestuurd (in veel gevallen naar Italië), maar daarbij ging het om minder dan 3.000 mensen per land.

„Het is niet zo dat noord terugstuurt naar zuid’’, zegt Visser. „Griekenland stuurt meer terug naar Duitsland dan andersom. Frankrijk is een netto ontvanger van Dublin.”