Iedere werkdag 540 asielaanvragen in Europa

Dit jaar ligt het aantal asielaanvragen al 68 procent hoger dan vorig jaar. Syriërs hebben veel kans, maar Kosovaren en Serven nauwelijks.

Een groep migranten uit Syrië loopt in het noorden van Servië naar de grens met Hongarije. Foto ANDREJ ISAKOVIC/ AFP PHOTO

In de eerste vijf maanden van dit jaar hebben, iedere werkdag weer, 540 mensen asiel aangevraagd in de Europese Unie. Het is een gemiddelde, maar hiermee stevent dit jaar af op een nieuw record. De 660.000 aanvragen van vorig jaar was al 37 procent meer dan in 2013. In de eerste vijf maanden van dit jaar lag het aantal aanvragen al 68 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Dit blijkt uit de overzichten van het Europese asielbureau EASO. Dat publiceerde woensdag zijn jaaroverzicht van 2014 en de tendensen in de eerste maanden van dit jaar. Directeur Rob Visser lichtte enkele elementen hieruit toe.

1. Dit is niet alleen een Middellandse-Zeeprobleem. Dit jaar kwamen al meer dan 100.000 asielaanvragen uit Balkanlanden als Servië en Kosovo, evenveel als het totaal van vorig jaar. Het zijn overwegend mensen die de uitzichtloze situatie in hun land proberen te ontvluchten en via via de route hebben ontdekt via Hongarije, het eerste EU-land op weg naar Duitsland. Hongarije heeft dit jaar al meer dan 65.000 asielaanvragen te verwerken gekregen. Visser: „De oostkant van Europa is snel belangrijker geworden.”

2. Niet overal heb je evenveel kans. Asielbeleid is een nationale zaak en dat is te zien in de opstelling van de verschillende landen. Syriërs worden bijna overal als vluchteling erkend. Dat geldt ook voor Eritreeërs, met uitzondering van Frankrijk en Griekenland. Voor migranten uit Irak of Afghanistan is het zaak het juiste land te kiezen, want de verschillen zijn groot. En wie uit Servië, Kosovo en Albanië komt en in een Europees land asiel aanvraagt, maakt vrijwel nergens een kans – maar hun aanvragen moeten natuurlijk wel worden verwerkt. Opvallend is verder dat Italië, Tsjechië en Finland veel ruimhartiger zijn voor vluchtelingen uit Oekraïne dan andere EU-landen.

3. ‘Dublin’ is minder belangrijk dan vaak wordt gedacht. In het debat over migratie is er vaak kritiek op het Dublin-systeem, de afspraak dat asielzoekers asiel moeten aanvragen in het land waar ze de Europese Unie binnenkomen. Wie in een ander land asiel aanvraagt, zou moet worden teruggestuurd naar het eerste land. „Dat gebeurt minder dan je op basis van het debat zou denken”, zei Visser. „De aantallen zijn relatief laag.” Zwitserland en Duitsland hebben in 2014 de meeste asielzoekers teruggestuurd (in veel gevallen naar Italië), maar daarbij ging het om minder dan 3.000 mensen per land.

„Het is niet zo dat noord terugstuurt naar zuid’’, zegt Visser. „Griekenland stuurt meer terug naar Duitsland dan andersom. Frankrijk is een netto ontvanger van Dublin.”