Het halve dorp ‘roerbakte aandelen’ – en is nu alles kwijt

Miljoenen burgers zagen hun belegde spaargeld verdampen.

De partijtop heeft een enorm politieapparaat paraat om onrust de kop in te drukken.

Wang Li, inwoonster van Nanliu, bekijkt de beurskoersen. Veel dorpelingen verloren veel van hun belegde geld. Foto Liu Xiao / Xinhua Press

‘Na regen verschijnt er altijd een mooie regenboog”, zegt Nan Dongliang de partijkrant het Volksdagblad na. Dat neemt niet weg dat hij de afgelopen weken weer is gaan roken en slecht slaapt. Van zijn 20.000 belegde dollars zijn er nog 11.000 over, het verschil is verdampt in de zwaarste Chinese beurscrisis sinds 1992.

„Ik weet zeker dat onze leiders er alles doen om de aandelenmarkt te redden”, laat hij via WeChat weten. Nan is partijsecretaris van Nanliu (4.300 inwoners, 850 huishoudens) in de provincie Shaanxi. Een loyale partijman die het als zijn plicht beschouwt om de instructies en de propaganda van „Het Centrum” te volgen.

‘Chinese Droom’

Toen anderhalf jaar geleden een spectaculaire beursrally van start ging, hevelde hij – aangemoedigd door de partijleiding – het spaargeld van hemzelf, zijn vader en schoonvader over van de bank naar de beurs. En hij niet alleen: 150 families in Nanliu volgden zijn voorbeeld. Zijn woonkamer richtte hij in als minibeleggingskantoor, inclusief computers, een batterij smartphones en een van een beurshandelaar in Shanghai gekregen breedbeeld-tv.

Begin dit jaar was Nan Dongliang met een groepje dorpelingen in Shanghai om het hypermoderne beursgebouw te bezichtigen. Het was in de week dat de beurs door de grens van 4000 punten schoot en het Volksdagblad triomfantelijk aankondigde dat de stijging naar 5000 nog dit jaar zou geschieden. „De aandelenbeurs is de drager van de Chinese Droom”, oreerde de krant. Nan Dongliang vertelde toen dat de beurs de opbouw van een socialistische economie dient. „Wat heeft het voor zin je geld op een bank te zetten, een bank is een dode vijver. Als we beleggen, investeren wij in bedrijven die de Chinese economie sterk maken en zo steunen wij de ontwikkeling van ons land.”

Patriottische daad

Dat de Chinese autoriteiten de beurs gebruiken om op grote schaal spaargeld door te sluizen naar kapseizende vastgoedbedrijven, verkalkte staatsbedrijven en lokale overheden met grote schulden, was hem niet ontgaan. Op de WeChat-vraag, eerder deze week, of hij beleggen nog steeds een patriottische daad vindt, antwoordt hij: „Ja, we moeten vertrouwen hebben.” Maar dat het vertrouwen op de proef wordt gesteld wil hij wel erkennen. Hij zegt dat hij vooral te doen heeft met de mensen in zijn dorp die alles hebben verloren tijdens het „aandelen roerbakken”, de Chinese uitdrukking voor beleggen. (chaogu).

De gepensioneerde dorpsonderwijzer Nan Xianglao bijvoorbeeld wilde rijk worden om een auto en een appartement voor zijn zoon en schoondochter te kopen. Dat gaat niet door. Appel- en perenteler Liu Shejiao („Waarom zou een tuinder niet kunnen beleggen?”) was de beurs opgegaan omdat zijn buurman dat ook deed en omdat zijn vrouw dure medicijnen nodig heeft, zij heeft een kankergezwel. Hij zag zijn kapitaaltje van 8.000 dollar wegsmelten en wat er nog van over is zit in aandelen van bedrijven waarvan de handel is stilgelegd. Hij is nu weer hele dagen op het land en heeft alle tijd voor Majong.

Driehonderd maatregelen

Miljoenen Nan Xianglao’s en Liu Shejiao’s in China zitten op de blaren. Mocht het tot sociale onrust en protesten komen – en die kans is groot – dan staat er een gigantisch politieapparaat klaar om in te grijpen. „Oom Xi”, zoals de president en partijleider wordt genoemd, heeft immers weinig geduld met degenen die zijn koers bekritiseren. De vraag is nu welke lessen Xi Jinping en premier Li Keqiang uit de crisis zullen trekken. Twee jaar geleden tijdens een partijcongres bezwoer het team-Xi-Li dat de beurzen een sleutelrol moeten spelen in het moderniseren en liberaliseren van de financieel-economische sector. De markt, inclusief de beurzen, zou „de beslissende factor” moeten worden. Er werden 300 maatregelen aangekondigd om de rol van de staat te verkleinen bij het bepalen van prijzen en het overeind houden van bedrijven. Er zou minder staatsinterventie in de financiële sector komen om de economie nieuwe energie te geven.

Bang om de greep te verliezen

„Daar hebben we nog weinig van gezien, de hervormingen verlopen door interne conflicten uiterst traag”, zegt Fraser Howie, een Amerikaanse bankier in China en co-auteur van Red Capitalism: The Fragile Financial Foundation of China’s Extraordinary Rise. „En eigenlijk zijn de partijleiders bang om de greep op de markten en dus op de samenleving te verliezen. De markten worden bestuurd door de staat en de beurs wordt gebruikt om fondsen te werven voor bedrijven die van de staat zijn of daar nauwe banden mee hebben.” Het systematisch overhevelen van spaargeld van burgers en beleggers – in totaal 20.000 miljard dollar – naar staatsbedrijven moet doorgaan, want nationale en lokale overheden willen niet dat „de markt” beslist over het lot van wankele, overtollige bedrijven met tienduizenden werknemers. Volgens onderzoek van McKinsey beloopt de schuld van staatsbedrijven en lokale overheden 28.000 miljard dollar – bijna drie keer zoveel als het Chinese bruto binnenlands product. Daar staat 4.000 miljard dollar aan buitenlandse reserves en een nog steeds groeiende economie tegenover. Dat kan niet goed blijven gaan, vrezen beleggers. Niet verwonderlijk dat deze week de internationale nervositeit over een mogelijke ‘China-crash’ aanzienlijk toenam.