Hang niet aan alles een prijskaartje

Marktdenken is zo dominant geworden dat wij het haast niet meer opmerken. Maar de markt heeft een corrumperend effect op de goede zaken van het leven, betoogt de Amerikaanse filosoof Michael Sandel. Hoe kunnen wij voorkomen dat markten doordringen in alle aspecten van ons bestaan?

Illustratie Enkeling

Wij leven in een tijd waarin bijna alles gekocht en verkocht kan worden. In de loop van de afgelopen dertig jaar zijn markten en de daarbij horende waardenset ons leven meer dan ooit gaan bepalen. Alleen hebben we daar nooit bewust voor gekozen.

Toen de Koude Oorlog aan zijn eind kwam kregen markten en het marktdenken ongeëvenaarde prestige. Geen ander mechanisme voor het organiseren van de productie en distributie van goederen was zo succesvol in het genereren van welvaart. Maar terwijl een groeiend aantal landen wereldwijd marktmechanismen integreerde in de werkwijze van hun economieën, gebeurde er ook iets anders: het marktdenken ging een steeds grotere rol spelen in het sociale leven. Met als gevolg dat vandaag de dag de logica van aan- en verkopen niet alleen opgaat voor materiële goederen, maar het in toenemende mate het hele leven domineert.

De jaren die voorafgingen aan de financiële crisis van 2008 waren een tijd van ongebreideld vertrouwen in marktwerking en deregulering; een tijdperk van markttriomfalisme. Nu staat dat vertrouwen ter discussie. De financiële crisis zorgde niet alleen voor twijfel over het vermogen van markten om efficiënt met risico’s om te gaan, zij maakte alom duidelijk dat markten zich hebben losgemaakt van moraal en dat die weer aan elkaar verbonden moeten worden.

Toch is er zeven jaar later weinig veranderd in de rol en de reikwijdte van markten. De meeste landen reageerden op de financiële crises met diverse hervormingen van regulatie. Maar een breder debat over de rol die het marktmechanisme behoort te spelen in het maatschappelijke en civiele leven is uitgebleven.

Een dergelijk debat moet beginnen met de erkenning dat het tijdperk van markttriomfalisme niet alleen over hebzucht ging, maar over iets fundamentelers: in de afgelopen veertig jaar zijn marktdenken en marktwaarden doorgedrongen tot gebieden die traditioneel werden geregeerd door normen die niets met markten te maken hebben.

Denk, bijvoorbeeld, aan de toename van private scholen en ziekenhuizen of aan het uitbesteden van oorlogvoering aan particuliere militaire aannemers; denk aan de reikwijdte van commerciële adverteerders in scholen; denk aan de vage scheidslijnen tussen nieuwsgaring en adverteren; denk aan het vermarkten van ‘designer’ ei- en zaadcellen voor kunstmatige reproductie; denk aan bedrijven en landen die het recht kopen om te vervuilen; of denk aan het systeem van campagnefinanciering in de VS dat dicht in de buurt komt van het kopen en verkopen van verkiezingen.

Ongelijkheid en corruptie

Het gebruik van marktwerking voor het toewijzen van zorg, onderwijs, openbare en nationale veiligheid, rechtspraak, milieubescherming, recreatie, voortplanting en andere sociale goederen was zo’n dertig jaar geleden een nagenoeg onbekend fenomeen. Vandaag nemen wij het merendeels voor lief.

Waarom is het zorgwekkend dat we ons ontwikkelen tot een maatschappij waarin alles te koop is? Om twee redenen. De eerste heeft te maken met ongelijkheid, de tweede met corruptie. Laten we eerst kijken naar ongelijkheid. Hoe meer je met geld kunt kopen, hoe zwaarder rijkdom, of het gebrek daaraan, weegt. Als het enige voordeel van rijkdom is dat je je zeiljachten, sportwagens en luxe vakanties kunt veroorloven, doen verschillen tussen inkomen en vermogen er minder toe dan vandaag het geval is. Want nu je met geld steeds meer kunt kopen, worden de effecten van de verdeling van de welvaart steeds groter.

De tweede reden om te aarzelen om alles in de verkoop te doen, heeft te maken met de ondermijnende neiging van markten. Economen denken vaak dat markten geen invloed hebben op de goederen die verhandeld worden. Die aanname is verkeerd. Een prijs geven aan de goede zaken van het leven kan ze corrumperen. Dat komt doordat markten niet alleen goederen verhandelen; zij creëren en promoten ook bepaalde houdingen ten opzichte van de goederen. Het betalen van kinderen om boeken te lezen zorgt er misschien voor dat zij meer lezen, maar het leert ze mogelijk ook dat lezen een verplichting is en niet een bron van intrinsieke voldoening.

Handelswaar

Als we besluiten dat bepaalde goederen verhandeld mogen worden, besluiten wij, ten minste impliciet, dat het acceptabel is om ze te beschouwen als handelswaar. Maar niet alles krijgt daarmee de juiste waardering. Wij staan het niet toe dat kinderen worden gekocht of verkocht, hoe lastig het adoptieproces ook kan zijn of hoe groot de wens van ongeduldige potentiële adoptieouders ook is. Zelfs als de potentiële kopers het kind verantwoordelijk zouden behandelen, zou een markt waarin kinderen verhandeld worden een verkeerde wijze van waardering van kinderen met zich meebrengen. Kinderen zijn geen consumentenproducten, maar wezens die het waard zijn om geliefd en verzorgd te worden. Of neem de rechten en plichten van het burgerschap. Wij staan burgers niet toe hun stemrecht te verkopen, zelfs als anderen daar graag voor zouden betalen. Waarom niet? Omdat wij geloven dat burgerplichten geen privaat bezit zijn, maar publieke verantwoordelijkheden. Als we ze uitbesteden verliezen ze aan betekenis, wij waarderen ze dan onjuist.

Om te besluiten waar de markt thuishoort en waar deze op afstand moet worden gehouden, moeten wij nadenken over hoe wij verschillende zaken waarderen: gezondheid, onderwijs, gezinsleven, natuur, kunst, burgerplichten enzovoort. Dit zijn morele en politieke vragen, niet alleen economische. Om daar antwoorden op te vinden moeten wij van geval tot geval met elkaar in debat over de morele betekenis van deze goederen en de juiste wijze waarop we ze waarderen.

Met de hoop dat we sektarische strijd kunnen voorkomen, staan wij er vaak op dat burgers hun morele en spirituele overtuigingen thuis laten als zij de publieke ruimte betreden. Deze terughoudendheid om verschillende ideeën over het goede leven toe te laten in de politiek heeft de weg bereid voor het markttriomfalisme. En op zijn eigen manier ontdoet het marktdenken zelf ook weer het publieke leven van morele disputen. Een deel van de aantrekkingskracht van markten is dat zij geen oordeel hebben over de behoeftes die zij bevredigen. Als iemand bereid is om te betalen voor seks of een nier en een instemmende volwassene bereid is om te verkopen, is de enige vraag die de econoom stelt: ‘Hoeveel?’

Morele grenzen

Een debat over de morele grenzen van markten is nodig om ons als maatschappij in staat te stellen om te bepalen waar markten de publieke zaak dienen en waar zij niet thuishoren. Wij moeten samen en publiekelijk debatteren over de juiste wijze van het waarderen van de maatschappelijke goederen die wij belangrijk vinden. Het zou absurd zijn om te verwachten dat een robuustere publieke discussie, zelfs op zijn best, zou leiden tot overeenstemming over alle vragen die in het geding zijn. Maar het zou het publieke leven wel gezonder maken. En het zou ons meer bewust maken van de prijs die wij betalen voor het leven in een maatschappij waarin alles te koop is.