Grote literatuur gaat niet over leed, maar over verwondingen

Toen de opvoeding eenmaal de vorm had gekregen van lange avonden met veel rode wijn, stuurde mijn vader me naar zijn boekenkast om Esch oder die Anarchie van Hermann Broch te pakken. Hij wees een passage aan die begon met ‘Wenn ein braver Mann nach Amerika auswandert’, verklaarde dat dit het mooiste was wat hij ooit had gelezen en snikte de daad bij het woord. Zelf was hij ook eens (om de liefde) naar Amerika vertrokken, maar veel eerder teruggekomen dan hij verwachtte.

Een paar jaar later, februari 1994, kreeg ik Huguenau of de zakelijkheid van hem, volgens zijn opdracht ‘toen het even wat moeilijk was [met mij, om de liefde] maar dat had er niets mee te maken’. Een prachtige verramsjte uitgave van uitgeverij Ambo, waar men toen nog niet kon bevroeden dat de ‘literaire thriller’ ooit de maat der dingen zou worden. Ik moest dat lezen, maar Huguenau was het derde deel van de Schlafwandler-trilogie, kon ik niet beter bij deel één (Pasenow of de romantiek) beginnen?

Dus wordt het 2015 eer ik de jonge zakenman Huguenau doodgemoedereerd uit de loopgraven zie stappen en ongedeerd naar een stadje aan de Moezel zie reizen. Bij zo’n zakenjongen denken we altijd even aan Elsschot, maar bij Broch is de omgeving harder. Lees de weerzin die de wereld oproept, in de vertaling van Piet Meeuse: ‘Een tijd die laf is en overgevoeliger dan alle vroegere tijden, verzuipt in bloed en gifgassen, volken van bankbedienden en profiteurs werpen zich in het prikkeldraad, een goed georganiseerde humaniteit houdt niets tegen, maar organiseert zich in het Rode Kruis om prothesen te vervaardigen’. Volken die zich in het prikkeldraad werpen – dat is wat we zijn, van Ieper tot Grexit.

Naast de woede staan zakelijke scènes, zoals de meesterlijke dialoog tussen majoor Pasenow en een soldaat over het gifgas dat die laatste zijn onderarm heeft gekost. Kan dat, informeert de officier. ‘Gas heeft ook zulke gevolgen, majoor’, doceert de soldaat. Broch voegt toe: ‘Beiden bedachten dat ook Duitsland zich van zulke onridderlijke wapens bediende. Maar ze spraken het niet uit.’ Uiteindelijk zegt de majoor dan maar: ‘In het begin van de oorlog was er nog geen gas.’

Naast de Schlafwandler verbleekt alles wat er de afgelopen WO I- herdenkingsjaren aan welwillende, en soms werkelijk mooie romans (Mortier, Hertmans) is geschreven, tot hulpeloze kitsch. In de nieuwe eeuw herdenken we het leed van de oorlog, Broch schrijft over verwondingen. Dat verschil is essentieel – het verschil tussen boeken die voor je denken en voelen en boeken die je laten denken en voelen.

Niet dat ik het daar nog met mijn vader over kan hebben.