Griekse toestanden die in Nederland dreigen

Alarmerend is het zeker: de waarschuwing die de gemeenten gisteren hebben gekregen, in bijzonder de lokale overheden die de afgelopen jaren lustig hebben gespeculeerd met grond. Het was de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) die de sirene liet loeien. Een adviesorgaan waarvan de activiteiten bij het grote publiek doorgaans onopgemerkt blijven.

Dat zou ditmaal zeker ten onrechte zijn. Al was het maar om een dreigend scenario dat voorzitter Michiel van Haersma Buma gisteren voor sommige gemeenten in Trouw schetste: „Het worden mini-Griekenlandjes, in wezen failliet.” In die situatie voorzag hij een (verdere) vervreemding tussen politiek en burger: „Gemeenteraden gaan zeker twee verkiezingen in zonder kiezers iets te bieden.” Met deze bewoordingen zorgde hij er alvast voor dat het droge rapport Grond, geld en gemeenten van zijn raad niet te negeren valt.

Het gaat om gemeenten die grond hebben gekocht met het idee dat ze die later met een mooie winst zouden kunnen doorverkopen voor de bouw van kantoren, industrieterreinen, winkels of ander onroerend goed. Tot de crisis toesloeg en ook los daarvan de leegstand duidelijk maakte en maakt dat er in Nederland al een overvloed aan kantoren, winkels et cetera is. Waarmee de grondwinst die de speculerende gemeente al op haar balans had gezet hooguit nog in Utopia te boeken valt. Zich rijk rekenen met geld dat nog moet worden verdiend en toch al wordt besteed: het is een bekend verhaal, voor bedrijven doorgaans de route naar een faillissement.

Zover zal het met de gemeenten niet komen. Al hebben ze sinds 2010 hun risicovolle grondbeleid met een verlies van 4 miljard euro moeten bekopen, een bedrag dat naar verwachting in 2018 tot ruim 6 miljard zal zijn opgelopen. Dat is niet louter de schuld van de gemeenten. Zo hadden provincies beter toezicht moeten houden om een overschot aan bouwlocaties in een regio te voorkomen.

Gemeenten, met hun verplichting er een sluitende begroting op na te houden, staan nu voor het gegeven dat ze ter compensatie van hun verliezen moeten bezuinigen dan wel de lasten moeten verhogen. Ten koste van hun inwoners. Besluiten die ze maar beter niet voor zich uit kunnen schuiven. Temeer daar sinds dit jaar allerlei zorg- en andere taken naar de gemeenten zijn overgeheveld die onontkoombare extra uitgaven vergen. Terwijl de rijksoverheid de afgelopen jaren op het geld waarmee de gemeenten het grotendeels moeten doen (het Gemeentefonds) stevig heeft beknibbeld. En de gemeenten het bovendien voorlopig wel kunnen vergeten dat ze zelf meer belastingen mogen gaan heffen. De dure les is: gemeenten moeten zich niet als projectontwikkelaars gedragen.