EU zet stapje naar asielakkoord

Een akkoord over hervestiging van 20.000 vluchtelingen van buiten de EU bleek gisteren haalbaar. De grootste hobbel ligt er echter nog.

De Europese Commissie zegt een belangrijke stap gezet te hebben naar een gemeenschappelijk asielbeleid nu gisteren afspraken zijn gemaakt over de hervestiging van meer dan 20.000 vluchtelingen die nu nog buiten de Europese Unie zijn. Maar een akkoord over spreiding van 40.000 vluchtelingen die al in de EU zijn, bleek nog onhaalbaar.

Op de Eurotop vorige maand was afgesproken dat zou worden geprobeerd 60.000 vluchtelingen te verdelen over Europa. Dat zou moeten gebeuren via twee verschillende processen. Bij eenderde gaat het om door de VN erkende vluchtelingen die nog niet in de EU zijn. Die zouden worden gehervestigd in alle EU-landen plus Noorwegen en Zwitserland. Daarnaast zouden 40.000 vluchtelingen uit Syrië en Eritrea die in Italië of Griekenland zijn, worden verspreid over andere EU-landen.

Op een via streaming te volgen persconferentie zei de Luxemburgse minister Jean Asselborn, gastheer op overleg van Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, dat over de 20.000 een akkoord is bereikt. Overeenstemming over de 40.000 „is dichtbij”, zei hij. „We zijn niet ver van ons doel.” Hij verwacht hierover een akkoord op een vervolgvergadering op 20 juli in Brussel.

Asselborn wilde niet zeggen welke landen meewerken en in welke mate. Sommige landen maakten zelf bekend hoeveel asielzoekers ze willen opnemen. Duitsland 12.100, Frankrijk 9.100, Polen 2.000, Tsjechië 1.500. Per op te nemen vluchteling krijgt een land 6.000 euro.

Eurocommissaris Avramopoulos (Migratie) onderstreepte dat deze onderhandelingen over spreiding een eerste stap zijn: „Wat we nu doen is een experiment” om te komen tot een meer Europees asielbeleid. „Vanaf het moment dat het werkt zullen de aantallen toenemen.”

Spreiding van vluchtelingen is onderdeel van dat Europese beleid, maar Duitse en Franse bewindslieden maakten duidelijk dat hier iets tegenover moet staan: aanpak van mensensmokkelaars, strengere controle na aankomst, en snelle uitzetting van mensen die geen aanspraak kunnen maken op een vluchtelingenstatus.

In dat kader is in de Siciliaanse havenstad Catania een eerste ‘hot spot’ ingericht, waar in samenwerking met Europol, Eurojust en het Europese asielbureau EASO migranten worden geïdentificeerd en gecontroleerd.

Rob Visser, directeur van EASO, weersprak op een persconferentie in Brussel suggesties in Italiaanse media dat het hierbij gaat om een check of de Italiaanse autoriteiten wel volgens de afgesproken regels werken. „Het gaat om technische assistentie.”

Visser vertelde ook dat EASO experimenteert met software voor een soepeler verdeling van vluchtelingen over de EU-landen. Doel is vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. „Je kijkt waar mensen nodig zijn”, zei Visser. „Als Polen bijvoorbeeld behoefte heeft aan bakkers en er zit een bakker bij de asielzoekers, dan kunnen we hem niet alleen asiel, maar ook een baan aanbieden.”