Een revolutie is geen theevisite

Rudie Kagie leest elke week een ‘fout’ boek over een omstreden politieke leider. Vandaag: Willem Oltmans in gesprek met Desi Bouterse.

Illustratie Pepijn Barnard

Willem Oltmans was zo kwaad over „beledigende en beschuldigende vragen” van Nederlandse journalisten aan de Surinaamse ambassadeur dat hij besloot om het boek In gesprek met Desi Bouterse te schrijven. In Paramaribo hadden de militairen op 15 december 1982 vijftien tegenstanders van het regime doodgeschoten. De internationale verontwaardiging was groot, maar Oltmans beschouwde de Decembermoorden als een „puur binnenlandse aangelegenheid” van Suriname.

Hij had, schreef hij in zijn boek dat in 1984 verscheen, voldoende gereisd om te weten „dat een revolutie geen theevisite is”. Oltmans stond erom bekend dat hij deuren wist te openen die voor anderen gesloten bleven. Ook nu weer blufte hij zich een weg naar het centrum van de macht, simpelweg door „Z.E. Ambassadeur H. Herrenberg” op 14 maart 1983 een telegram te sturen: „Hierbij zou ik u willen verzoeken mij a.s. vrijdag voor een privégesprek te ontvangen.” Enkele weken later werd de journalist met egards in Paramaribo ontvangen. Daarna bezocht hij het land nog drie keer om zich in het denken en doen van toen 37-jarige luitenant-kolonel Desi Bouterse te verdiepen.

Suriname was in die tijd een militaire dictatuur. Pas in 1988 werden weer verkiezingen gehouden. „Wat Den Haag moet leren is om niet met dat betweterige vingertje naar ons te kijken”, doceerde de bevelhebber. Hij voegde eraan toe dat hij zich tijdens zijn opleiding in Nederland vaak had geërgerd aan het gebrek van respect bij media voor gezag. Een dieptepunt docht hem de VPRO-komedie Barend Servet waarin een op Juliana lijkende actrice spruitjes zat schoon te maken. „Als je hebt gezien dat de koningin op die manier te grabbel wordt gegooid, dan verwonder je je niet meer over beledigende uitspraken aan het adres van Suriname. Maar ik heb eerlijk gezegd wel genoeg van dergelijke journalistiek.”

Het Nationaal Leger in Suriname vervulde een „voorhoedefunctie in het revolutionaire proces”. De tijd dat „kranten maar raak konden schrijven” was voorbij. Burgers die „destabiliserend bezig” waren, werden opgepakt. Oltmans schreef het allemaal trouwhartig op, ook dat Bouterse „exact, precies en zeer zorgvuldig” formuleerde. Hij vond het tekenend voor de bescheidenheid van de bevelhebber dat deze „kennelijk oprecht zijn leiderschap als tijdelijk” beschouwde. In werkelijkheid bleef Bouterse door de jaren heen de machtigste man van Suriname. Sinds 2010 is hij president en het ziet ernaar uit dat hij bij de verkiezingen in mei wordt herkozen.

Oltmans heeft altijd ontkend dat zijn tropische uitstapje door Suriname werd betaald. Na de publicatie van het boek voorzag hij Bouterse nog van pr-adviezen, maar naar de 150.000 gulden (67.500 euro) die hij declareerde, kon hij fluiten. De bemiddelingspoging voor een wapendeal leverde evenmin iets op. Aan het eind van zijn leven verzuchtte Willem Oltmans (1925-2004) dat hij het helemaal had gehád met Suriname, waar een ‘boevenmentaliteit’ zou heersen.