Column

Drank en drugs? Nee, neem dan jazz

Rolinde Hoorntje spot trends en tipt. Deze week de overeenkomsten tussen jazz en techno.

Lieve Toine,

Waarschijnlijk lig je trillend in de kelder van de filosofiefaculteit, na de hoos van vernietigende reacties op je opiniestuk Dance is een doodlopende weg, vorige week. ‘Drank en Drugs’ vind je een simpel nummer, fair enough, dat beaamt zelfs producer Jack Chiraq tegenover Noisey. Maar je extrapoleert het vervolgens naar alle elektronische muziekstijlen, die je voor het gemak EDM noemt. „Voor leken als ik is de versplintering van elektronische dansmuziek (EDM) in tientallen genres behoorlijk onbegrijpelijk. Maar wat ze gemeen hebben, is duidelijk: de ritmes zijn machinaal en eentonig, de melodie is eenvoudig, harmonische ontwikkeling is afwezig of zeer bescheiden.”

Dus: je kent de genres niet, maar je weet wel wat ze ‘allemaal’ gemeen hebben?

EDM is een grabbeltonterm, gemaakt voor spektakelshows in stadions. Je zet klassiek toch ook niet weg omdat je André Rieu niets vindt? Ga vanavond anders eens naar Cobblestone Jazz op de afterparty van North Sea Jazz in het Transportbedrijf in Rotterdam. Tyger Dulha, Danuel Tate en Mathew Jonson van Cobblestone zijn drie jeugdvrienden uit Victoria, een pittoresk Canadees pensioeneiland – onthoud die naam, Toine. Ze maken elektronische muziek met grote nadruk op improvisatie en jazz. Op het podium ‘praat’ het trio met elkaar via laptops, de Rhodes piano, modulaire synths en drumcomputers, net zoals een bassist, blazer en drummer met elkaar communiceren tijdens een jazzoptreden. Jonson zegt: „Het voelt als de manier waarop ik jazz heb leren spelen – alleen spelen we techno.” Jonson is opgeleid als jazzdrummer, Tate werd als tiener gepest omdat hij in de schoolbus luisterde naar ‘The King of Swing’, jazzklarinettist Benny Goodman.

En, Toine, dat is eigenlijk niet zo gek. Want er zijn veel overeenkomsten tussen techno en jazz. Beide genres ontstonden in de zwarte gemeenschap in clubs – bedoeld om op te dansen. Techno in Detroit, eerst via radiomixes en highschoolfeesten, later clubs.

Beide genres kennen een kader als basis voor improvisatie. In de jaren dertig was de bluestoonladder de basis voor dansbare jazz, in techno en house is dat de vierkwartskick. Let wel, dat is slechts de basis. Donato Dozzy klinkt niet hetzelfde als Speedy J en in 2015 is er genoeg techno waarin er maten voorbijgaan zonder beat.

Beide kunnen melodieus zijn. Heb je ‘Strings of Life’ van Derrick May weleens gehoord? Dat je lijf door de kick geprikkeld wordt, betekent niet dat er geen ruimte is voor arrangementen of een cerebrale safari.

Maar misschien nog wel belangrijker: beide genres omarmen de toekomst. Jazz gaat over progressie, zoals Jonson terecht zegt, net als techno. „Het is niet het type kunstvorm dat stil wil staan, het wil vooruit.”

Jij ook hoop ik Toine, tot vanavond?