Dit is de man die het moet doen

Donald Tusk is voorzitter van de Europese regeringsleiders. En zelden was dat zo hectisch als nu: sancties tegen Rusland, asielzoekers, Griekenland.

Donald Tusk in zijn kantoor in Brussel. „Ik ben hier niet om aardig gevonden te worden.” Foto Wouter van Vooren

Zeven maanden is Donald Tusk nu Europees ‘president’ en de zware dossiers vliegen hem om de oren: sancties tegen Rusland, bootvluchtelingen, de dreigende Grexit.

En de volgende discussie – over een mogelijke Britse uittreding uit de EU (Brexit) – dient zich alweer aan. Intussen lijkt er ook nog een machtsstrijd gaande met de Europese Commissie van Jean-Claude Juncker, die meer wil zijn dan het ‘secretariaat’ van Tusks Europese Raad en een sturende rol opeist in de EU.

Voor de Poolse oud-premier leidt het geen twijfel. „Dit is het meest kritieke moment in de geschiedenis van EU.” Maar voor een man die permanent onder druk lijkt te staan, maakt Tusk (58) een ontspannen indruk.

„Op mijn weg liggen altijd moeilijkheden”, zegt hij tijdens een gesprek op zijn kantoor aan het Schumanplein in Brussel. „Of het nou mijn dissidente jeugd onder het communisme was of mijn zeven tropenjaren als premier - het waren grote uitdagingen. Op zulke momenten krijg je een goede reputatie door er gewoon te staan.”

U dreigt zondag wel de raadspresident te worden die een eurozone-lid verliest.

„Ik kom in Brussel veel mensen tegen die geloven dat de EU nooit kan falen en altijd succesvol moet zijn. Maar dat is wat naïef. Het Europese project is complex, uniek en zonder precedent in de geschiedenis. Dat er, door de economische crisis, onvoorziene dingen zouden gebeuren was te verwachten.”

U bent niet bang voor uw plek in de geschiedenis?

„Ik ben hier niet om aardig te worden gevonden. In Polen moest ik daar wel op letten: als leider van een politieke partij moet je populair blijven. Hier hoef ik me geen zorgen over verkiezingen te maken. Dus kan ik gewoon doen wat goed is voor Europa. Maar mijn mogelijkheden zijn wel begrensd. Als premier kon ik opdrachten geven, knopen doorhakken en discussies afkappen. Als voorzitter beoefen ik politieke dienstverlening, de leiders beslissen.”

Het geduld met de Grieken is volledig verdampt. Gaat Griekenland de eurozone verlaten?

„Ik sluit, in ieder geval vandaag, speculaties in die richting uit. Natuurlijk ben ik bezorgd, vooral over een ‘Graccident’, een ongecontroleerde opeenstapeling van slecht nieuws, fouten en onwil. Voor iedereen vervelend, maar voor Griekenland ronduit dramatisch. Dat scenario wil ik voorkomen. Maar vooralsnog zie ik kansen voor een oplossing.”

U zegt dat, maar Juncker was dinsdag ziedend over het Griekse gedraai. Ook u maakte een emotionele indruk.

„Omdat de situatie héél ernstig is. Het is moeilijk glimlachen en ontspannen blijven wanneer de klok tikt en de oplossingen verdampen.’’

Waar is het misgegaan?

„Wat voor mij honderd procent vaststaat, is dat het Griekse referendum van afgelopen zondag de manoeuvreerruimte zeer heeft beperkt en ontwikkelingen heeft versneld. De Griekse regering heeft een politieke keuze gemaakt die haar positie in eigen land misschien heeft versterkt, maar het bereiken van een compromis ernstig heeft bemoeilijkt. De situatie is vooral lastig voor premier Tsipras zelf. Als hij alsnog EU-noodsteun wil, moet hij binnen 48 uur voorstellen doen die tegen de logica van het referendum in zullen moeten gaan.”

Hebben de Europese gesprekspartners van Griekenland fouten gemaakt?

„Iedereen draagt een deel van de verantwoordelijkheid voor wat er is gebeurd. Het is niet zwart-wit, met helden en slechteriken. Ik denk wel dat er vanaf het begin harder grenzen getrokken hadden moeten worden. Het speelveld was te elastisch. De Griekse regering kon daaruit al snel de conclusie trekken dat lang dooronderhandelen zin had. In mijn ogen zagen ze dat verkeerd, maar ik begrijp het wel.”

Vanuit Athene werd de EU vergeleken met „terrorisme”. Hoe blijft u rustig?

„Ik heb een heleboel emoties, maar in het publieke domein houd ik die aangelijnd. Zo ben ik opgevoed. Emoties helpen niet bij onderhandelingen. De Griekse regering heeft het argument van ‘waardigheid’ totaal uitgeput. Het werkt niet meer. Maar ook in de Duitse discussie over Griekenland zie je dat symboliek de overhand krijgt. De toon moet omlaag.”

U krijgt het verwijt dat u zich te laat met de kwestie bemoeide.

Blame games accepteer ik niet. De regels en principes in Europese verdragen, waaraan ik zwaar hecht, schrijven voor dat de Eurogroep gaat over de details van steunprogramma’s. In mijn optiek moesten de ministers van Financiën daarom maximaal de ruimte krijgen.”

Tsipras vond dat het Chefsache was.

„Interventies op het allerhoogste politieke niveau kunnen snel ten koste gaan van regels en principes. Ik wilde niet dat politieke intenties de overhand kregen, in wat in essentie een technisch-financiële onderhandeling was.”

Uw voorganger, Van Rompuy, klinkt het, zou het anders hebben gedaan.

„Ik hoor dat ook. Laat ik beginnen te zeggen dat we heel goed bevriend zijn. Ik heb zijn optreden altijd zeer gewaardeerd. Maar toen ik werd gekozen wist iedereen dat ik een ander mens ben, met andere bagage en een eigen temperament. Bij zijn afscheid zei Van Rompuy dat ik de consensus moest bewaken en die moest uitdragen. Maar de omstandigheden zijn nu anders. Of het nou gaat om Griekenland, Oekraïne of migratie – het is moeilijk gesteld met de consensus. En consensus van de laagste gemene deler – niets doen – wil ik niet. Dus moet ik helaas vaker dan van Van Rompuy EU-leiders een beetje uitdagen en prikkelen.”

U bent meer van het debat.

„Ik wil niet dat onze toppen protocollaire ontmoetingen zijn waarin iedereen een speech afsteekt. Het moet een eerlijke discussie zijn, want de problemen zijn zo groot dat een confrontatie van visies soms gewoon nodig is. Ik zie dat leiders steeds vaker hun door ministers en diplomaten voorbereide kaartjes terzijde schuiven en zeggen wat ze echt denken en echt voelen. En dat werkt ook. De discussie over Rusland was heel hard, maar uiteindelijk hadden we, ondanks uiteenlopende belangen en visies, een gemeenschappelijke positie.”

Tijdens een recente top over migratie brak ruzie uit. U was tegen verplichte quota, de Italiaanse premier Matteo Renzi was laaiend.

„Verplichte solidariteit kan niet. Het is óf solidariteit óf verplicht. EU-leiders hadden in april besloten dat de quota vrijwillig moesten zijn, de Commissie stelde een paar weken later het tegenovergestelde voor, en toen ontstonden er conflicten.”

De kritiek was ook dat u aan de kant van de Oost-Europese landen stond.

„De tragedies op de Middellandse Zee zijn zo dramatisch, zo spectaculair, dat iedereen in Europa zich daarop richt; op Italië, Griekenland. En ik begrijp dat. Maar we hebben ook Hongaren en Bulgaren die met een gigantische migratiegolf worstelen, over land. Niemand praat daarover. Dat wilde ik rechttrekken. Dat de quota nu niet verplicht zijn, mag geen excuus zijn om géén migranten op te nemen. Het zou onacceptabel zijn als Oost-Europese lidstaten niet meewerken. En ik ga erop toezien dat dit niet gebeurt.”

Hoe optimistisch bent u nog na zeven maanden?

„Ik ben geen geboren optimist. Ik geloof niet dat de wereld een rechte weg naar het geluk aflegt. Ik ben door mijn ervaringen met het communisme huiverig voor ideologieën die dat beloven.

„Maar ik zal het Europese project altijd verdedigen. Het is beste wat Europa in haar hele geschiedenis is overkomen. Dat de EU niet ideaal is weten we. Het is steeds weer hard werken, veel praten. Maar niemand maakt mij wijs dat er een beter alternatief is.”