De laatste familiegeschiedenis van Anne Tyler, zegt ze

Het gebeurt vaker: als de productiviteit van een auteur bovengemiddelde proporties aanneemt, neemt de kritiek exponentieel toe. Het gold voor Updike en Joyce Carol Oates en het geldt zeker voor Anne Tyler die steeds vaker van sentimentaliteit (‘Nutra Sweet’, kunstmatige zoetstof, zou haar voornaamste ingrediënt zijn) en wereldvreemdheid werd beschuldigd. De Blauwe Draad (A Spool of Blue Thread) is Tylers twintigste roman en haar laatste, zoals ze in een interview aankondigde. Haar critici zullen hun gelijk er deels door bevestigd zien, maar hopelijk ook oog hebben voor de onmiskenbare kwaliteiten van deze schrijfster.

Het boek speelt zich, zoals haar meeste romans, af in Baltimore maar een heel ander Baltimore dan dat van de tv-serie The Wire en de recente rassenrellen. Tyler schrijft zoals zo vaak de geschiedenis van een familie – en in dit geval nog specifieker, van één huis. Het huis dat Junior Whitshank bouwt voor een rijke stadgenoot, en waarvan hij al bouwende zeker weet dat het ooit zijn bezit zal worden. Het wordt uiteindelijk bewoond door Juniors zoon Red en zijn vrouw Abby, maar wanneer Abby’s geestelijke vermogens afnemen en hun kinderen met hún kinderen bij hen in huis trekken, openbaren zich oude geheimen en tragedies.

Zoon Steel blijkt geadopteerd en strijdt nog steeds (soms fysiek) met de echte zoon Denny om de affectie van zijn ouders. De harmonie binnen de familie camoufleert de behoorlijk getroebleerde manier waarop de huwelijken tussen Junior en zijn vrouw Linnie Mae en die tussen Red en Abby tot stand kwamen. Liever houdt men vast aan Linnie Mae’s lezing, dat haar huwelijk ‘een van ’s werelds grootste liefdesgeschiedenissen’ was.

Het boek begint met de telefonische mededeling van Denny aan zijn ouders dat hij homo is. En het eindigt met een telefonade van diezelfde Denny met zijn vriendin Ally, naar wie hij terugkeert na een langdurig bezoek aan het ouderlijk huis. Zijn seksuele voorkeur komt niet aan de orde – en die vroege mededeling lijkt een zoveelste poging van de vaak afwezige zoon om voor zijn ouders ongrijpbaar te blijven.

Voor het boek zijn einde nadert zijn er veel tafels gedekt, leeggegeten en afgeruimd, klusjes in huis verricht, spelletjes gespeeld. Op zulke momenten zakt de roman in. Tyler vraagt hier veel geduld van haar lezers. De schrijfster slaagt er ook niet in alle karakters voldoende contouren te geven. Maar met onverwachte plotwisselingen en tijdssprongen houdt ze het boeiend.

De ontwikkeling lijkt eerst in omgekeerd chronologische volgorde te verlopen, maar voor deze iets te vaak beproefde methode is Tyler een te bekwaam en intelligent vertelster. Ze schuift zo ingenieus met de tijd dat de dramatische momenten en historische onthullingen telkens verrassen.

Tyler heeft een subtiel psychologisch inzicht en een sterk ontwikkelde sensor voor de complexiteiten binnen familieverhoudingen. De Blauwe Draad haalt weliswaar niet het niveau van Dinner at the Homesick Restaurant, haar absolute meesterwerk, want de humor van dat boek ontbreekt hier grotendeels, maar het is – als ze woord houdt – een fraai coda aan een buitengewoon oeuvre.