Dafne Schippers verzamelt sprintprikkels

Nederlandse atlete buigt op de 200 meter in Lausanne pas laat voor olympisch kampioen Felix.

Tart Dafne Schippers niet. De reacties na haar vierde plaats op de 100 meter, zondag in de Diamond-Leaguewedstrijd in Parijs, droegen een grondtoon van lichte teleurstelling. Tot irritatie van Schippers, die gisteravond te midden van ’s wereld snelste benen in 22.29 seconden het beeld van haar kwetsbaarheid corrigeerde. Ze werd in Lausanne tweede op de 200 meter achter olympisch kampioen Alyson Felix.

De 200 meter is haar biotoop. Op die afstand komen Schippers’ sprintkwaliteiten het best tot hun recht. Dan heeft ze de tijd om een zwakke start te herstellen en vindt ze de ontspanning die nodig is het maximale vermogen uit haar beenritme te halen.

In Lausanne streden Schippers en Felix zij aan zij. Tot de Amerikaanse er op de laatste meters nog een versnelling uitperste. In de opbouw naar de WK in Beijing, waar Schippers wil pieken, liep ze een technisch keurige eerste 200 meter in een Diamond-Leaguewedstrijd. Zo snel als 22.29 was ze dit seizoen nog niet geweest. Haar troost: die winnende 22.09 van Felix heeft Schippers ook in de benen, bewees ze vorig jaar in Zürich, waar ze in 22.03 naar de Europese titel snelde.

Hoewel Schippers in Lausanne technisch beter liep dan in Parijs, was die 100 meter van zondag zo slecht nog niet. „Ze liep wel 11,02, haar tweede tijd op de 100 meter ooit”, wil trainer Bart Bennema gezegd hebben. Het was alleen niet goed genoeg.

Op de 100 meter waren het volgens Bennema voorspelbare haperingen. „De eerste twee passen uit het startblok. Te verkrampt”, zag zijn kritische blik. „En de laatste meters niet ontspannen genoeg.” Bleek ook uit haar buikschuiver na de finish. In een ultieme poging het podium te halen werd ze te gretig. De straf: een paar lelijke schaafwonden, die Schippers gisteren overigens niet hinderden.

Bennema’s ontleding is het verhaal van Schippers’ 100 meter. Ze start nu eenmaal minder explosief dan een voetzoeker als de Jamaicaanse olympisch en wereldkampioen Fraser-Pryce. Wordt hard aan gewerkt, zeker tweemaal per week, meldt Bennema. „Maar het gat met Fraser-Pryce is niet te dichten, denk ik. Die loopt nu al 10,74. We werken toe naar tijden in de 10.90, dat is reëel en biedt uitzicht op podia. Het is zaak dat Dafne in deze fase zoveel mogelijk races loopt. Om de scherpere concurrentie te leren kennen, maar vooral om die specifieke sprintprikkels op te doen.”