Wonderbaarlijke foto’s en verhalen

Umberto Nobile met dochter, terug in Italië, na ramp met zijn luchtschip op Noordpool in 1928. Foto Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/fotograaf onbekend

Als je niet beter zou weten, dan was dit een gewoon portret van een trotse vader met zijn dochter. Een knappe man met zijn al even knappe kind, een tijd geleden gefotografeerd, zo zien we aan het grofkorrelige zwart-wit en aan hun kleren. Lezen we het bijschrift, dan krijgt het beeld echter een andere lading. De man is de luchtschepenbouwer en poolreiziger Umberto Nobile, enkele dagen na zijn terugkeer in 1928 in Italië. Nobile heeft dan een 69 uur durende vliegtocht naar de Noordpool achter de rug, en een crash waarbij hij de meeste van zijn bemanningsleden verloor. Bij een reddingsactie, bijna een maand later, wordt hij als eerste meegenomen terwijl zijn gewonde bemanningsleden op het poolijs achterblijven. Met deze kennis kijk je heel anders – en ga je op zoek naar sporen in het gezicht van die man; naar leed, schuldgevoel en koesteren wat je lief is.

Het verhaal van Nobile is een van de 235 wonderbaarlijke verhalen achter evenzovele foto’s in de tentoonstelling Life is Strange, nu te zien in Huis Marseille in Amsterdam. In de expositie bracht Rob Morees, fotograaf en werkzaam bij Spaarnestad Fotoarchief (nu onderdeel van het Nationaal Archief), beelden samen uit Het Leven, het weekblad dat bestond tussen 1906 en 1941 en waarin lezers – nog niet zo bereisd en nog zonder internet – zich konden vergapen aan sensationele beelden van verre volkeren, exotische locaties en bizarre uitvindingen, van Siamese tweelingen, occulte zaken en beroemdheden. Zo zien we een dreigende foto van de ijsberg die de Titanic tot zinken bracht en van een merkwaardige machine die mensen en voorwerpen onzichtbaar moet maken. We zien een driejarig kind dat een blinde soldaat in 1916 in Parijs door een tuin loodst en Adolf Hitler, die in 1927 in zijn Lederhose wuft tegen een boom leunt. Foto’s die niet alleen door hun beeldende kwaliteit intrigeren maar ook door het feit dat ze met hun kleine verhaal de grote geschiedenis vertegenwoordigen en zo kleur en detail geven aan verhalen die we doorgaans vooral in grote lijnen kennen.

Rob Morees maakte met Life is Strange een tentoonstelling die aansluit bij de trend om zogeheten vernacular photography – familiekiekjes, politiefoto’s of in dit geval nieuwsfoto’s van veelal anonieme makers – te tonen aan de muren van een museum. Terwijl ze normaal werden afgedrukt ter illustratie van een verhaal, krijgen de foto’s hier aandacht als unieke objecten. Niet elke foto verdient dat; de foto van dat mannetje in zijn matrozenpakje uit 1914 is eigenlijk helemaal niet zo bijzonder als je níét weet dat dit de driejarige prins Bernhard is. Het overgrote deel van de 235 beelden is echter in staat ons die curieuze en ontroerende wereld in te trekken die Morees ons zo graag wil laten zien – een wereld waarin nog niet alles ontdekt is en vaststaat, maar waarin nog ruimte is voor verwondering en magie.