‘We hebben nu minder vrienden dan in de eerste helft van de twintigste eeuw’

Dat stond afgelopen zaterdag in Volkskrant Magazine.

Illustratie Jet Peters

De aanleiding

Vriendschap is niet meer wat het geweest is, schreef Rutger Lemm zaterdag in Volkskrant Magazine. Onder invloed van tv-series als Friends koesterde hij een ideaal van vrienden als de nieuwe familie, maar in het echte leven blijken vrienden vooral met zichzelf en hun carrière bezig te zijn. Vroeger was dat anders, zegt Lemm: „Volgens de statistieken hebben we nu minder vrienden dan in de eerste helft van de twintigste eeuw.”

Interessant: hadden mensen in die tijd van oorlogen en depressies ook nog tijd een uitgebreide vriendenkring te onderhouden? We checken het.

Waar is het op gebaseerd?

De statistieken waarnaar Lemm verwees blijken er niet te zijn. Maar hij baseerde zich wel ergens op: een artikel uit 2010 van Neal Gabler uit de LA Times. ‘Het geldt dus sowieso alleen voor de VS’, aldus Lemm. De uitspraak van Gabler die het dichtst in de buurt komt van wat Lemm schrijft: ‘Eén onderzoek vond dat Amerikanen een derde minder vertrouwelingen buiten de familie hadden dan twintig jaar eerder.’

En, klopt het?

Het onderzoek waarnaar Gabler verwees, van de Amerikaanse socioloog Miller McPherson, ging inderdaad alleen over sociaal isolement in de Verenigde Staten. Het heeft destijds veel stof doen opwaaien vanwege de conclusie dat steeds meer Amerikanen hun leven in eenzaamheid slijten. Maar het onderzoek bleek omstreden. In 2013 ontdekte Claude Fischer, een socioloog gespecialiseerd in vriendschap, dat de cijfers niet accuraat waren. De onderzoeken die met een tussenpoos van twintig jaar waren uitgevoerd, waren niet vergelijkbaar: de plaats in de vragenlijst van de vraag over vrienden bleek invloed te hebben op het antwoord. In werkelijkheid bleken mensen niet minder vrienden te hebben dan twintig jaar eerder.

Zijn er dan andere cijfers beschikbaar? Beate Volker, hoogleraar sociologie aan de UvA, doet onderzoek naar sociale relaties. In 2000, 2008 en 2014 deden zij en haar collega’s onderzoek naar de aard en omvang van netwerken. Hieruit bleek dat de netwerken wel in samenstelling veranderden, maar niet in omvang.

De laatste jaren is er dus geen daling zichtbaar van het aantal goede vrienden. En hoe zit het met de eerste helft van de twintigste eeuw? Daarover weten we maar weinig, zegt Volker. „Het empirisch onderzoek was toen nog niet zo ver, er werden weinig data verzameld. De verhalen over die tijd halen we vooral uit literatuur. Pas in de jaren vijftig, zestig begon het empirisch onderzoek groot te worden.”

We weten wel dat vriendschap vroeger iets anders inhield dan nu, zegt Volker. „De historicus Luuc Kooijmans deed onderzoek naar vriendschappen in de zeventiende en achttiende eeuw. Vrienden hielpen toen bij kwesties rond werk, het zoeken van een partner, wonen, ziekte, et cetera. Uit onderzoek dat ik doe met mijn collega’s blijkt dat vrienden tegenwoordig maar weinig ingeschakeld worden bij dergelijke kwesties. Wij gaan bij vrienden op bezoek en bespreken persoonlijke dingen. Als er een meubel verschoven moet worden, vragen moderne mensen eerder de buren.”

Conclusie

Volgens Rutger Lemm blijkt uit de statistieken dat we nu minder vrienden hebben dan in de eerste helft van de twintigste eeuw. Maar die statistieken zijn er niet. De kennis die wij hebben van vriendschappen in de eerste helft van de twintigste eeuw halen we uit de literatuur, niet uit de cijfers. De enige cijfers die een daling in het aantal vrienden lieten zien, waren Amerikaans en bovendien niet accuraat. We beoordelen de stelling als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met hashtag #nextcheckt