Van kapper naar kunstkapitalist

Het werk van de Afro-Amerikaanse schilder Mark Bradford wordt vaak vergeleken met dat van Piet Mondriaan. Maar op zijn tentoonstelling in het Haagse GEM is van die connectie niets te merken.

Mark Bradford, Sea Pigs, 2014 zes boeien, ieder 109 x 142 cm. Foto Joshua White

Natuurlijk was het een uitstekend idee om een tentoonstelling van de Amerikaanse schilder Mark Bradford naar het GEM in Den Haag te halen. Neem alleen al dat ene zinnetje dat regelmatig opduikt in verschillende Bradford-biografieën: ‘Bradford wordt vaak vergeleken met Piet Mondriaan.’ Je voelt meteen hoe het GEM, verbonden aan het Gemeentemuseum Den Haag dat de beste collectie Mondriaans ter wereld heeft, daarop is aangeslagen – een hippe, zwarte Amerikaanse schilder in combinatie met Mondriaan, mooier kan het bijna niet.

Ook zijn er de geweldige verhalen over Bradford: hoe hij opgroeide in een relatief arme familie in Los Angeles, hoe zijn moeder kapper was en hij zelf ook tot kapper werd opgeleid, na wat omzwervingen de kunst ontdekte en nu, op zijn 54ste, geldt als een van de succesvolste schilders uit de Verenigde Staten. Zo succesvol zelfs dat in februari een Bradford-schilderij op de veiling bij Philips bijna de grens van 3 miljoen euro raakte en drie maanden later een doek van zijn hand daar bij Sotheby’s al ruim overheen ging. Ondertussen heeft Bradford een stichting opgericht om pleegkinderen in de arme wijk South Central in Los Angeles (waar hij nog steeds woont) te begeleiden en verruilde hij onlangs de middelgrote Amerikaanse galerie Sikkema Jenkins en de heel grote Engelse galerie White Cube voor Hauser & Wirth, een van de allergrootsten. Van kapper naar sociaal kunstkapitalist – Bradford is ‘big’.

En dan is er natuurlijk zijn werk. In een tijd waarin schilderkunst steeds meer uit het oog van de actualiteit lijkt te verdwijnen (op de huidige Biënnale van Venetië is weer opvallend weinig schilderkunst te vinden), maakt Bradford het soort doeken waar zowel musea als verzamelaars dol op zijn: groot, veelkleurig, complex, gelaagd en je kunt ook nog zien dat er veel werk in zit.

Bradford gebruikt een heel speciale techniek: hij schildert op oude billboards of stukken gevonden reclamemateriaal. Daar plakt hij eerst nieuwe lagen papier overheen om daar vervolgens, door schuren of snijden allerlei patronen te creëren waaronder de oude papierlagen nog net zichtbaar blijven. Die patronen (die inderdaad op een expressionistische manier naar een Mondriaan-achtige verborgen, platoonse werkelijkheid lijken te verwijzen) beschildert hij weer in zeer diverse, vaak felle, levendige kleuren. Daardoor krijgt Bradfords werk iets aards, vol verwijzingen naar het landschap en de natuur: soms is het alsof je vanuit de lucht op een landschap neerkijkt, soms kijk je door de lagen van de aarde heen, soms zelfs onder het oppervlak van de zee. Diepte, suggestie, ongrijpbare werelden – het zit diep verankerd in de Amerikaanse traditie van schilders als Albert Bierstadt, Frederic Edwin Church, Mark Rothko en Clyfford Still; Bradford sluit daar perfect bij aan.

Al die elementen komen terug in de expositie die Bradford nu heeft mogen inrichten in de twee grote zalen van het GEM. Maar daar is iets vreemds aan de hand: het gevoel bekruipt je dat het GEM geen benul had wat het met hem aan moest. De aanwezigheid van deze grote schilder zou een feest moeten zijn, een gelegenheid om het Nederlandse publiek eindelijk uitgebreid kennis te laten maken met dit werk, maar alles ziet er ongeïnspireerd uit, zielloos bijna.

Dat begint al met de randverschijnselen. Een catalogus is er niet (sterker nog: zowel in de GEM- als in de Gemeentemuseumboekwinkel is niets over Bradford te vinden) en de begeleidende tekst op de muur bestaat uit een lang citaat uit een interview. Daarin wordt niets verteld over Bradfords verleden, niets over zijn kunsthistorische referentiepunten, niets over Mondriaan en al helemaal niets over zijn techniek, terwijl anderhalve blik op het werk duidelijk maakt dat hier (materiaal)technisch toch wel het een en ander aan de hand is. Niks.

Wat wel duidelijk wordt, is dat deze eerste grote Bradford-expo in Nederland geen overzicht is, maar een specifieke recente serie uit de laatste anderhalf jaar en dat Bradford daarvoor een heel specifiek reclamebord als uitgangspunt nam. In een lange diapresentatie wordt het ons voorgesteld: een simpel rood-geel-zwart bord met als opschrift ‘Sexy cash – We buy houses – ugly – nice – old – new – 323-606-7954’. Die term ‘sexy cash’ is natuurlijk grappig maar voor Bradford was het meteen aanleiding om het bord honderd keer uit te voeren op de hem kenmerkende gelaagde wijze, waarbij elk bord er net even anders uitziet. Normaal zou dat aanleiding moeten zijn om over de platoonse ‘ware versie’ van het bord te gaan peinzen, maar dat wordt dus even verderop in een diapresentatie getoond. Weg spanning.

Vervolgens echter gaat de rest van de expositie, naar aanleiding van het bord, over, jawel, de zee. De zee! Het verband tussen ‘sexy cash’ en de zee voelt als een farce, maar erger is dat je die ongefundeerdheid ook afziet aan de werken. Zowel de getoonde schilderijen als de zes ‘boeien’ die Bradford door de zalen heeft verspreid missen elke urgentie, zijn ongeconcentreerd, flodderig en vlak uitgevoerd, alsof Bradford er pas tijdens het werken achterkwam dat het thema ‘water’ niet past bij zijn aardse werkwijze. En hij moest in datzelfde jaar toch al twee galerie-exposities maken, en een solo in het Hammer Museum en zo nog meer, dus ach...

Oké, dit laatste is speculatie, maar anders is het moeilijk te verklaren dat Bradford zo ver onder zijn gebruikelijke niveau blijft. En dat valt ook het museum te verwijten: blijkbaar zijn ze er niet in geslaagd om Bradford voor deze vier maanden lopende expositie op te stuwen, te stimuleren, met hun Mondriaans om de oren te slaan. Daardoor lijkt Bradford misplaatst in het GEM, alsof er een enorme walvis bij het museum is aangespoeld en ze het beest niet terug hebben durven duwen – maar daarbij hebben we het dus wel over een van de populairste, meest gevraagde schilders van het moment. Snel vergeten.