True Detective in het Spaanse moeras

Een politiethriller in een afgelegen moerasgebied, dat klinkt Amerikaans. La isla mínima ziet er ook Amerikaans uit, maar is hartstikke Spaans. De film won al 10 Goya’s.

Beeld uit La Isla Mínima, van Produccion Atipica Films

Spanje is niet alleen zon en strand. In de zuidwesthoek van het land ligt de moerasdelta van de Guadalquivir, waar in de lente duizenden flamingo’s neerstrijken en modern verkeer nauwelijks doordringt.

In La isla mínima, de derde speelfilm van de Andalusische regisseur Alberto Rodríguez, speelt het betoverende landschap een hoofdrol. Dat is opmerkelijk in een politiethriller, die zich meestal afspeelt in stedelijk gebied. In zijn vorige film, Grupo 7, hield Rodríguez zich nog aan die regel. Een groep politiemannen bestrijdt de misdaad in de straten van Sevilla, Rodríguez’ geboortestad.

In La isla mínima, dat in Spanje maar liefst tien Goya’s ontving, de belangrijkste filmprijzen, zoekt hij het wat verder weg. Niet alleen geografisch, maar ook chronologisch. De film speelt zich af in 1980. Franco is vijf jaar dood. Het land is democratisch geworden, maar leger en politie kunnen daar nog niet goed aan wennen. Twee rechercheurs worden het moerasgebied ingestuurd om de verdwijning van twee tienerzusjes te onderzoeken. De ene, oudere, politieman staat nog volop in de franquistische mores. De jongere heeft een modernere aanpak, al valt dat ook voor hem niet mee.

Want in het Andalusië van 1980 heersen nog altijd de zeden van eeuwen her. Grootgrondbezitters weten dat hun woord wet is, al beginnen de dagloners zich voorzichtig te organiseren. De plattelandsbevolking leeft bij de regel van ‘horen, zien en zwijgen’. De plaatselijke guardia civil is corrupt, de burgemeester bang voor onrust – of is hij omgekocht? In hun onderzoek zinken de rechercheurs weg in een menselijk moeras, niet minder ondoordringbaar en verraderlijk dan het natuurgebied waarin zij hun werk moeten doen.

Rodríguez mobiliseert met zijn camera alles wat het landschap te bieden heeft. Verzengende hitte, tropische regenbuien, een eindeloos vlak land waarin zich niets lijkt te kunnen verbergen, en dan toch plots een rottende kreek of verraderlijk doodlopende landweg. Af en toe filmt hij vanaf grote hoogte loodrecht omlaag en wordt het landschap een labyrint vol abstracte schoonheid.

Net als Twin Peaks

Daarin woekert het unheimliche, zoals in Twin Peaks van David Lynch en de tv-serie True Detective, die op hetzelfde moment geschoten werd in de moerassen van Louisiana. La isla mínima oogt uitgesproken Amerikaans. Niet alleen door plotopbouw en suspense, maar ook dankzij de fysieke omgeving. Wie de jaarlijkse bedevaart van El Rocío bijwoont, gelegen middenin dit moerasgebied, kan zich soms in het zuidelijk deel van het Wilde Westen wanen.

En zoals elke western gaat ook La isla mínima over de strijd tussen goed en kwaad. Het bederf huist niet alleen in de verdwijning van de beide zusjes en de reeks moorden op jonge meisjes die al snel daarna aan het licht komt. Het zet ook de verhouding tussen beide rechercheurs op scherp. Het verleden van de oudste verbergt even sinistere misdaden als dat van de moerasdelta – al werden ze begaan uit naam en onder bescherming van de staat. En bleven ze dus onbestraft. ‘Alles oké, toch?’ zegt aan het eind van de film de oudste tegen de jongste, wie de schellen van de ogen gevallen zijn.

De misdaden die zij onderzoeken, blijven niet onbestraft. Zij vertrekken als helden – vooral de jongste van de twee. Maar ook dat succes is tweeslachtig. De bekende daders zijn gepakt, de mannen op de achtergrond blijven onaantastbaar. Zoals altijd. „Hier worden de dingen geregeld zoals ze overal geregeld worden”, bijt de jongste politieman de burgemeester toe, die zich beroept op de plaatselijke zeden en gewoonten.

La isla mínima is geen feelgoodfilm. Er is geen poëtische gerechtigheid, of hoogstens genoeg om de schijn op te houden. Het ergste kwaad wordt niet bestraft. Het woekert voort onder de intrigerende schoonheid van het moeras.