Terroristen stuiten straks op een muur

Tunesië gaat een muur bouwen langs de grens met Libië. De muur moet het moeilijker maken voor terroristen om heen en weer te reizen tussen deze landen.

Tunesië gaat een muur bouwen langs de grens met Libië om de toestroom van terroristen te stoppen. Dat heeft de Tunesische premier Habib Essid gezegd in een interview op televisie. De muur zal eenderde van de 460 kilometer lange grens tussen Tunesië en Libië beslaan en moet eind dit jaar klaar zijn.

Het plan voor de muur volgt op een serie terreuraanslagen op toeristen in Tunesië. In maart schoten twee jonge mannen 22 mensen dood bij het befaamde Bardo Museum in de hoofdstad Tunis. En twee weken geleden opende een student het vuur op zonnebadende toeristen op het strand van Sousse. Er vielen 38 doden. De daders van beide aanslagen, die zijn opgeëist door de Islamitische Staat (IS), blijken hun training te hebben gekregen in Libië.

Het wetteloze buurland werkt als een magneet op geradicaliseerde Tunesische jongeren. De afgelopen jaren zijn ruim 3.000 Tunesiërs naar Syrië en Irak vertrokken om te vechten voor radicaal-islamitische rebellengroepen, zoals IS. De meesten zijn via Libië gereisd, waar ze training hebben gekregen voordat ze op het vliegtuig stapten.

Tegenwoordig blijven de meeste jongens die op jihad gaan hangen in Libië. Ze sluiten zich aan bij de fundamentalistische milities die vechten tegen de Libische regering of bij radicalere groepen zoals IS. Enkele honderden zouden zijn teruggekeerd naar Tunesië, mogelijk om aanslagen te plegen.

Kamp van IS

Ook de daders van de aanslagen in Tunis en Sousse zijn de grens met Libië over geglipt en ongemerkt teruggekeerd. Ze kwamen terecht in de Libische stad Sabratha, 70 kilometer ten westen van Tripoli, die beroemd is vanwege zijn Romeinse ruïnes. In een nabijgelegen legerbasis had IS een kamp opgezet, waar de Tunesiërs rond dezelfde tijd training kregen. Het is onduidelijk of ze elkaar kenden en of ze de aanslagen pleegden op direct bevel van IS.

De muur moet het moeilijker maken voor terroristen om heen en weer te reizen tussen beide landen. De barrière zal verrijzen langs het noordelijke deel van de grens, tussen de grensovergangen bij Ras Jedir en Dhehiba. Om de zoveel kilometer zal een surveillancecentrum komen, van waaruit het leger iedere beweging in de gaten zal proberen houden.

Toch waarschuwde premier Essid dat het „zeer, zeer moeilijk” zal worden om de grens met Libië volledig af te grendelen. Duizenden mensen steken dagelijks via Ras Jedir en Dhehiba legaal de grens over, om handel te drijven of werk te zoeken. Tienduizenden Tunesiërs hebben nog altijd een baan in het relatief rijke Libië, ondanks de burgeroorlog. Daar zal de muur geen verandering in brengen.

Wapens uit Gaddafi’s arsenaal

Daarbij zijn de afgelopen jaren honderdduizenden Libiërs naar Tunesië gevlucht, onder wie veel aanhangers van de vermoorde dictator Moammar Gaddafi. Velen gaan regelmatig terug om familie te bezoeken, mits het veilig genoeg is. Ze hebben geen visum nodig voor Tunesië. En een verdrag uit 1973 tussen beide landen staat hen toe om in relatieve vrijheid te werken, een bedrijf op te zetten en te reizen.

De muur zal wel effect hebben op de bloeiende smokkel van goederen, mensen en wapens in het grensgebied. Een van de meest zorgelijke gevolgen van de Libische burgeroorlog is de proliferatie van wapens uit het omvangrijke arsenaal van Gaddafi. De meeste wapens die in Tunesië terecht zijn gekomen, kwamen het land binnen via de grensregio Jefara, waar de muur wordt gebouwd.