Onze asielzoekerscentra zitten vol

Door de grote toestroom van asielzoekers worden de IJsselhallen weer in gebruik genomen. Daar zitten 400 mensen in één hal. Klinkt niet ideaal. Volgens Gerard Bakker van het COA is het niet per se erg. ‘Ik heb mensen gesproken die in de IJsselhallen werden opgevangen, en dat een mooie periode vonden.’

Vorig jaar lagen er nog voetbalvelden naast vliegveld Valkenburg, bij Katwijk. Nu staat een rijtje grijze containerachtige gebouwen in het inmiddels hoog woekerende gras. Voor de gebouwen staan fietsenrekken: gevluchte Syriërs maken zich de Nederlandse fietscultuur snel eigen.

Hier worden sinds december zo’n 600 asielzoekers opgevangen in snel uit de grond gestampte gebouwen, naast de speciale ‘gezinslocatie’ van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) die Katwijk al had. In het najaar was het aantal asielzoekers zo groot dat er een noodopvang moest worden ingericht in de IJsselhallen in Zwolle. Maar daar kon het niet bij blijven. Daarom werden, onder meer in Katwijk, ook nieuwe permanentere gebouwen neergezet, zegt COA-bestuursvoorzitter Gerard Bakker in een kantoorkamer in het Katwijkse asielzoekerscentrum (azc).

Desondanks moeten de IJsselhallen, en de Zeelandhallen in Goes, toch opnieuw worden gebruikt als noodopvang, maakte het COA dinsdag bekend. Er melden zich de laatste maand wekelijks zo’n 1.100 nieuwe asielzoekers, vooral uit Eritrea en Syrië. Waarom kon het COA deze piek niet opvangen? In februari zei Bakker nog dat hij was voorbereid op een nieuwe stroom asielzoekers in dit voorjaar.

Was u toch niet voorbereid?

Gerard Bakker: „We hebben ons voorbereid. We zijn met meer dan zeventig gemeenten in gesprek voor permanentere locaties. Maar die trajecten hebben tijd nodig. Een paar weken geleden heb ik nog een overeenkomst gesloten met burgemeester Eberhard van der Laan over een nieuw asielzoekerscentrum bij de Oude Houthaven in Amsterdam. Maar het duurt een paar jaar voordat dat nieuwe centrum in gebruik kan worden genomen. Bij het omvormen van bestaande gebouwen kan het sneller gaan.”

Maar nu komen in Zwolle weer 400 asielzoekers bij elkaar in één ruimte te liggen. Dat is toch niet ideaal?

„Voor zo’n structurele uitdaging moet je structurele oplossingen bedenken. Maar de tijdelijke frictie gaan we op deze manier oplossen. De opvang is sober. Het is niet ideaal, maar voldoende als tijdelijke opvang.”

Waarom heeft u geen buffer van tien- of twintigduizend lege bedden?

„Welk aantal is dan genoeg? Wij denken dat we het zo op de juiste wijze kunnen opvangen. Ik heb mensen gesproken die de vorige keer in de IJsselhallen werden opgevangen, en dat een mooie periode vonden. Het geeft ook een gemeenschapsgevoel, hoorde ik ze zeggen.”

Volgens de locatiemanager van Katwijk heeft 80 à 90 procent van de bewoners van dit nieuwe azc, vooral afkomstig uit Syrië, inmiddels een verblijfsvergunning. Zij wachten nog op een sociale huurwoning. Dat kan gemakkelijk twee maanden duren, hoewel het enorm verschilt per gemeente waaraan die persoon is toegewezen.

Landelijk wordt ongeveer de helft van de 25.000 plekken bezet door mensen die eigenlijk al weg mogen, maar aan wie de gemeente die hen moet opvangen nog geen huis heeft toegewezen. Dat is een probleem, zegt ook Gerard Bakker. „Twaalfduizend bewoners van asielzoekerscentra hebben een verblijfsstatus. Dat komt neer op zo’n twintig azc’s waar alleen maar mensen met een verblijfsvergunning zitten.”

Moeten er meer sociale huurwoningen komen?

Bakker: „Dat is een politieke vraag. Ik constateer alleen dat ik twaalfduizend mensen met een verblijfsvergunning in de opvang heb zitten. En het is ook een enorme klus voor gemeenten. Ze moeten ook nog rekening houden met mensen die al in hun gemeenten wonen en een huis zoeken.”

Wat is dan de oplossing?

„We moeten creatieve, onconventionele oplossingen verzinnen. We helpen mensen bijvoorbeeld met het vinden van werk. Eenderde van de mensen hier is middelbaar of hoger opgeleid. Als iemand een goede baan krijgt, hoeft die niet in een sociale huurwoning. Die kan meteen doorstromen naar een hoger segment.”

Hoe lang worden de hallen gebruikt?

„Het kenmerk van tijdelijk verhoogde toestroom is dat je niet weet voor hoe lang die aanhoudt. Ik wil in ieder geval niet dat deze opvang een structureel karakter krijgt.”