Niet ideaal, maar noodopvang in IJsselhallen is nodig

Opnieuw stuurt het COA vluchtelingen naar de noodopvang in Zwolle. De doorstroom van asielzoekers hapert.

Migranten schuilen op de grensovergang tussen Italië en Frankrijk, aan de Middellandse Zee. Foto Jean-Pierre Amet/Reuters

Vorig jaar lagen er nog voetbalvelden naast vliegveld Valkenburg, bij Katwijk. Nu staat een rijtje grijze containerachtige gebouwen in het hoog woekerende gras. Voor de gebouwen staan fietsenrekken: gevluchte Syriërs maken zich de Nederlandse fietscultuur snel eigen.

Hier worden sinds december zo’n zeshonderd asielzoekers opgevangen in uit de grond gestampte huizen, naast de speciale ‘gezinslocatie’ van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) die Katwijk al had.

Vorig jaar was het aantal asielzoekers zo groot dat er een noodopvang moest worden ingericht in de IJsselhallen in Zwolle. Daar kon het niet bij blijven. Daarom werden, onder meer in Katwijk, nieuwe semipermanente gebouwen neergezet, vertelt COA-bestuursvoorzitter Gerard Bakker in een kantoorkamer in het Katwijkse asielzoekerscentrum. Toch wijkt hij opnieuw uit naar de IJsselhallen en de Zeelandhallen in Goes, werd dinsdag bekend. Er meldden zich de laatste maand wekelijks zo’n 1.100 nieuwe asielzoekers. Ongeveer de helft van hen komt uit Eritrea. In februari zei Bakker nog dat hij was voorbereid op een nieuwe stroom asielzoekers dit voorjaar.

Was u toch niet voorbereid?

Bakker: „Jawel. We zijn met meer dan zeventig gemeenten in gesprek voor semipermanente locaties. Maar die trajecten hebben tijd nodig. Een paar weken geleden sloot ik nog een overeenkomst met burgemeester Eberhard van der Laan over een nieuw asielzoekerscentrum bij de oude Houthavens in Amsterdam. Maar het duurt een paar jaar voordat dat in gebruik kan worden genomen. Bij het omvormen van bestaande gebouwen kan het sneller gaan.”

Nu liggen in Zwolle weer 400 asielzoekers bij elkaar in één ruimte. Dat is toch niet ideaal?

„Voor zo’n structurele uitdaging moet je structurele oplossingen bedenken. De tijdelijke frictie lossen we op deze manier op. De opvang is sober. Het is niet ideaal, maar voldoende als tijdelijke opvang.”

Waarom heeft u geen buffer van tien- of twintigduizend lege bedden?

„Welk aantal is dan genoeg? Wij denken dat we het zo op de juiste wijze kunnen opvangen. Ik heb mensen gesproken die de vorige keer in de IJsselhallen werden opgevangen, en dat een mooie periode vonden. Het geeft ook een gemeenschapsgevoel, hoorde ik ze zeggen.”

Volgens de locatiemanager van Katwijk heeft 80 tot 90 procent van de bewoners van zijn azc, vooral afkomstig uit Syrië, inmiddels een verblijfsvergunning. Zij wachten nog op een sociale huurwoning. Dat kan zo twee maanden duren – hoewel de wachttijd enorm verschilt per gemeente waaraan die persoon is toegewezen.

Landelijk is ongeveer de helft van de 25.000 plekken in asielzoekerscentra bezet door mensen die daar al weg mogen, maar nog geen huis kregen toegewezen van de gemeente die hen moet opvangen. Dat is een probleem, zegt ook Bakker. „Twaalfduizend azc-bewoners hebben een verblijfsstatus. Dan praten we over zo’n twintig azc’s waar alleen vergunninghouders zitten.”

Zijn er meer sociale huurwoningen nodig?

Bakker: „Dat is een politieke vraag. Ik constateer alleen dat ik twaalfduizend vergunninghouders in de opvang heb zitten. En het is ook een enorme klus voor gemeenten. Ze moeten ook nog rekening houden met mensen die al in hun gemeenten wonen en een huis zoeken.”

Wat is dan de oplossing?

„We moeten creatieve, onconventionele oplossingen verzinnen. We helpen mensen bijvoorbeeld met het vinden van werk. Eenderde van de mensen hier is middelbaar of hoger opgeleid. Als iemand een goede baan krijgt, hoeft die niet in een sociale huurwoning. Die kan meteen doorstromen naar een hoger segment.”

Hoe lang gaat u de hallen gebruiken?

„Het kenmerk van tijdelijke verhoogde toestroom is dat je niet weet hoe lang die aanhoudt. Ik wil in ieder geval niet dat deze opvang een structureel karakter krijgt.”