Mooie uitersten op Julidans

Julidans, internationaal festival voor hedendaagse dans, bevat uitersten. Een grootschalige voorstelling van 24 uur, maar ook een privé-solo van een kwartier: Tête-à-Tête. Dat dit subtiele spel met licht en duisternis, met afstand en nabijheid na het geweld van de marathonvoorstelling Mount Olympus nog indruk maakt, mag bijzonder heten.

Kijkend door een masker reist de toeschouwer van de verste planeten naar het lichaam van de Canadees Stéphane Gladyszewski, dat schokkend dichtbij is, en uiteindelijk naar het eigen, binnenste zelf. Want door een ingenieus spiegeleffect versmelten Gladyszewski en toeschouwer tot één gezicht, dat zichzelf en elkaar intens en vol empathie aankijkt. Een hartverwarmend contact, en een festivalpareltje.

Totaal anders is Deep Dish van Chris Haring. Een in ultra close-up, live gefilmde veggie porn, waarin een rijk opgetaste tafel met groente en fruit verandert in een vruchtbaar, weelderig, soms griezelig woud. Net als in geschilderde stillevens zijn rot en vergankelijkheid impliciet aanwezig, net als verwijzingen naar erotiek.

Eten krijgt iets vunzigs, sappen vloeien uitbundig en het snijden van een tomaat is even bloedstollend als een gewelddadige lustmoord.

Een bijna installatie-achtig karakter heeft As it empties out van Jefta van Dinther. Hij creëert fraaie vervreemdingseffecten met onder andere bezwerende, vervormde zinnen uit de mond van een traag bewegende, zwartogige man of met torso’s die, zwenkend in rood licht, tot pure energie transformeren. Een samenhangende regie zou wonderen doen; de beelden zijn er al.

Iets ‘gewoner’ is Complexe des Genres van Virginie Brunelle. Deze bij vlagen sterke ‘relatiestudie’ toont haar Canadese wortels: uitgesproken fysiek als Marie Chouinard, klassieke elementen als bij La La La Human Steps, en de sceptische kijk op relaties van Dave St-Pierre.

Liefde is hard werken, en Brunelles danstaal is dan ook gespierd, acrobatisch en onparlementair. Aardig, maar ietwat onrijp voor de grote zaal.