‘Het is moeilijk glimlachen als oplossingen verdampen’

Voorzitter Europese Raad van regeringsleiders „Het is naïef om te denken dat Europa nooit kan falen.”

Donald Tusk in zijn kantoor in Brussel. Foto Wouter van Vooren

Zeven maanden is Donald Tusk nu Europees ‘president’ en de zware dossiers vliegen hem om de oren. Op een verbeten discussie over sancties tegen Rusland volgde een nog hevigere over bootvluchtelingen, die naadloos overging in de zwaarste tot nu toe, over het dreigende Griekse vertrek uit de eurozone (Grexit). Voor de Poolse oud-premier leidt het geen twijfel. „Dit is het meest kritieke moment in de geschiedenis van EU.”

Het Griekse dossier achtervolgt de voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders. De slepende onderhandelingen met de Griekse regering over noodsteun namen een dramatische wending toen Athene recentelijk een referendum uitschreef over de eisen die de Eurogroep van ministers van Financiën hiervoor in ruil stelt. Op advies van de Griekse premier Alexis Tsipras zeiden de Grieken zondag ‘nee’. Dinsdag volgde meer drama. Tijdens een speciale, door Tusk belegde noodtop gaven EU-leiders Tsipras een keihard ultimatum: zonder geloofwaardig hervormingsplan gaat zondag de stekker er uit. Referendum of niet.

De kritiek op Tusks aanpak is niet van de lucht. Rondom de sancties zou hij de Poolse trauma’s over Rusland te zwaar hebben laten meewegen. In het migratiedossier keerde hij zich tegen verplichte quota bij een Europese herverdeling van asielzoekers, bedoeld om Italië en Griekenland te ontlasten. En bij de onderhandelingen met Athene greep hij behoorlijk laat in, té laat volgens critici en in ieder geval later dan zijn eeuwig naar consensus strevende voorganger, de Belg Herman van Rompuy, zou hebben gedaan.

Nee, leuk is anders. De volgende discussie – over een mogelijke Britse uittreding uit de EU (Brexit) – dient zich alweer aan. En intussen lijkt er ook nog een machtsstrijd gaande met de Europese Commissie van Jean-Claude Juncker, die meer wil zijn dan het ‘secretariaat’ van Tusks Europese Raad en een sturende rol opeist in de EU.

Maar voor een man die permanent onder druk lijkt te staan, maakt Tusk (58) een ontspannen indruk. „Op mijn weg liggen altijd moeilijkheden”, zegt hij tijdens een gesprek op zijn kantoor aan het Schuman-plein in Brussel. „Of het nou mijn dissidente jeugd onder het communisme was of mijn zeven tropenjaren als premier - het waren grote uitdagingen. Op zulke momenten krijg je een goede reputatie door er gewoon te staan.”

U dreigt zondag wel de raadspresident te worden die een eurozone-lid verliest.

„Ik ben pas de tweede voorzitter die de Europese Raad ooit heeft gehad, na Van Rompuy. Zo bezien is alles wat hier gebeurt nieuw en verrassend. De EU is een relatief jong project, dat nu in een dynamische fase zit – en dat zal nog wel even zo blijven. Ik kom in Brussel veel mensen tegen die geloven dat de EU nooit kan falen en altijd succesvol moet zijn. Maar dat is wat naïef. Het Europese project is complex, uniek en zonder precedent in de geschiedenis. Dat er, door de economische crisis, onvoorziene dingen zouden gebeuren was te verwachten.”

U bent niet bang voor uw plek in de geschiedenis?

„Ik ben hier niet om aardig te worden gevonden. In Polen moest ik daar wel op letten: als leider van een politieke partij moet je populair blijven. Hier hoef ik me geen zorgen over verkiezingen te maken. Dus kan ik gewoon doen wat goed is voor Europa. Mijn mogelijkheden zijn wel begrensd. Als premier kon ik opdrachten geven, knopen doorhakken en discussies afkappen. Als voorzitter beoefening ik politieke dienstverlening, de leiders beslissen. Dat is soms wennen.”

Het geduld met de Grieken is volledig verdampt. Gaat Griekenland de eurozone verlaten?

„Ik sluit, in ieder geval vandaag, speculaties in die richting uit. Natuurlijk ben ik bezorgd, vooral over een ‘Graccident’, een ongecontroleerde opeenstapeling van slecht nieuws, fouten en onwil. Voor iedereen vervelend, maar voor Griekenland ronduit dramatisch. Dat scenario wil ik voorkomen. Maar vooralsnog zie ik nog kansen voor een oplossing.”

U zegt dat, maar Juncker was dinsdag ziedend over het Griekse gedraai. Ook u maakte een emotionele indruk.

„Omdat de situatie héél ernstig is. Het is moeilijk glimlachen en ontspannen blijven wanneer de klok tikt en de oplossingen verdampen.’’

Waar is het misgegaan?

„Wat voor mij honderd procent vaststaat, is dat het Griekse referendum van afgelopen zondag de manoeuvreerruimte zeer heeft beperkt en ontwikkelingen heeft versneld. Iedereen mag handelen zoals hij goed acht. Ik constateer alleen dat de Griekse regering een politieke keuze heeft gemaakt die haar positie in eigen land misschien heeft versterkt, maar het bereiken van een compromis ernstig heeft bemoeilijkt. De situatie is vooral lastig voor premier Tsipras zelf. Als hij alsnog EU-noodsteun wil, moet hij binnen 48 uur voorstellen doen die tegen de logica van het referendum in zullen moeten gaan.”

Hebben de Europese gesprekspartners van Griekenland fouten gemaakt?

„Iedereen draagt een deel van de verantwoordelijkheid voor wat er is gebeurd. Het is niet zwart-wit, met helden en slechteriken. Ik denk wel dat er vanaf het begin harder grenzen getrokken hadden moeten worden. Het speelveld was te elastisch. De Griekse regering kon daaruit al snel de conclusie trekken dat lang dooronderhandelen zin had. In mijn ogen zagen ze dat verkeerd, maar ik begrijp het wel.”

In een emotionele speech noemde Juncker het referendum vorige week een keus voor of tegen Europa. U deed dat niet.

„Het is niet mijn taak om iemand te vermanen, maar ik begrijp Juncker heel goed. Hij voelt zich diep gekrenkt. Van alle gesprekspartners was hij het meeste bereid om de Grieken een hand te reiken.”

Vanuit Athene werd de EU vergeleken met „terrorisme”. Hoe blijft u rustig?

„Ik heb een heleboel emoties, maar in het publieke domein houd ik die aangelijnd. Zo ben ik opgevoed. Emoties helpen niet bij onderhandelingen. De Griekse regering heeft het argument van ‘waardigheid’ totaal uitgeput. Het werkt niet meer. Maar ook in de Duitse discussie over Griekenland zie je dat symboliek de overhand krijgt. De toon moet omlaag.”

U krijgt het verwijt dat u zich te laat met de kwestie bemoeide.

Blame games accepteer ik niet. De regels en principes in Europese verdragen, waaraan ik zwaar hecht, schrijven voor dat de Eurogroep gaat over de details van steunprogramma’s. In mijn optiek moesten de ministers van Financiën daarom maximaal de ruimte krijgen.”

Tsipras vond dat het Chefsache was.

„Interventies op het allerhoogste politieke niveau kunnen snel ten koste gaan van regels en principes. Ik wilde niet dat politieke intenties de overhand kregen, in wat in essentie een technisch-financiële onderhandeling was.”

Van Rompuy, klinkt het, zou het anders hebben gedaan.

„Ik hoor dat ook. Laat ik beginnen te zeggen dat we heel goed bevriend zijn. Ik heb zijn optreden altijd zeer gewaardeerd. Maar toen ik werd gekozen wist iedereen dat ik een ander mens ben, met andere bagage en een eigen temperament. Bij zijn afscheid zei Van Rompuy dat ik de consensus moest bewaken en die moest uitdragen. Maar de omstandigheden zijn nu anders. Of het nou gaat om Griekenland, Oekraïne of migratie – het is moeilijk gesteld met de consensus. En consensus van de laagste gemene deler – niets doen – wil ik niet. Dus moet ik helaas vaker dan van Van Rompuy EU-leiders een beetje uitdagen en prikkelen.”

U bent meer van het debat.

„Ik wil niet dat onze toppen protocollaire ontmoetingen zijn waarin iedereen een speech afsteekt. Het moet een eerlijke discussie zijn, want de problemen zijn zo groot dat een confrontatie van visies soms gewoon nodig is. Ik zie dat leiders steeds vaker hun door ministers en diplomaten voorbereide kaartjes terzijde schuiven en zeggen wat ze echt denken en echt voelen. En dat werkt ook. De discussie over Rusland was heel hard, maar uiteindelijk hadden we, ondanks uiteenlopende belangen en visies, een gemeenschappelijke positie.”

Tijdens een recente top over migratie brak ruzie uit. U was tegen verplichte quota, de Italiaanse premier Matteo Renzi was laaiend.

„Verplichte solidariteit is een oxymoron. Het is óf solidariteit óf verplicht. EU-leiders hadden in april besloten dat de quota vrijwillig moesten zijn, de Commissie stelde een paar weken later het tegenovergestelde voor, en toen ontstonden er conflicten.”

U had een conflict met Juncker.

„Het was niet persoonlijk. We kennen elkaar al lang en begrijpen elkaar heel goed, maar er was even een institutionele dissonant.”

De kritiek was ook dat u aan de kant van Oost-Europese landen stond.

„De tragedies op de Middellandse Zee zijn zo dramatisch, zo spectaculair, dat iedereen in Europa zich daarop richt; op Italië, Griekenland. En ik begrijp dat. Maar we hebben ook Hongaren en Bulgaren die met een gigantische migratiegolf worstelen, over land. Niemand praat daarover. Dat wilde ik rechttrekken. Dat de quota nu niet verplicht zijn, mag geen excuus zijn om géén migranten op te nemen. Het zou onacceptabel zijn als Oost-Europese lidstaten niet meewerken, en ik ga erop toezien dat dit niet gebeurt.”

Hoe optimistisch bent u nog na zeven maanden?

„Ik ben geen geboren optimist. Ik geloof niet dat de wereld een rechte weg naar het geluk aflegt. Ik ben door mijn ervaringen met het communisme huiverig voor ideologieën die dat beloven. Maar ik zal het Europese project altijd verdedigen. Het is beste wat Europa in haar hele geschiedenis is overkomen. Dat de EU niet ideaal is weten we. Het is steeds weer hard werken, veel praten. Maar niemand maakt mij wijs dat er een beter alternatief is.”