Hard bezuinigen met rood randje

De Conservatieven bezuinigen 12 miljard pond. Maar wie werkt voor een minimumloon, zou er op vooruit moeten gaan.

Minister George Osborne (Financiën) kondigde gisteren aan dat het minimumloon volgend jaar wordt ingeruild voor een verplicht ‘bestaansloon’. Foto Andy Rain / EPA

De Britten zetten zich gisteren schrap. Voor het eerst in negentien jaar presenteerde een minister van Financiën een louter Conservatieve begroting. Met, zo had George Osborne van te voren aangekondigd, „doortastende” maatregelen het Britse begrotingstekort (nu 4,8 procent van het bruto binnenlands product) verder terug te dringen.

De oppositie vreesde een ideologisch onderbouwde begroting, waarbij Osborne de rol van de overheid verder zou terugdringen. De achterban van de Conservatieven hoopte daarop. De afgelopen vijf jaar had Osborne immers rekening moeten houden met de wensen Liberaal-Democratische coalitiepartner. Nu zijn partij alleen regeert, zou Osborne onbelemmerd zijn gang kunnen gaan.

De grote verrassing was dat de minister met een begroting kwam met een Labour-tintje. Hij kondigde aan dat het minimumloon volgend jaar wordt ingeruild voor een verplicht ‘bestaansloon’, een loon dat voldoende is in de basisbehoeften te voorzien. Het minimumloon is nu 6,50 pond (9,10 euro) terwijl verschillende berekeningen aantonen dat men pas bij 7,85 pond kan rondkomen, in Londen pas bij 9,15 pond. Oppositiepartij Labour had, als zij de verkiezingen in mei had gewonnen, het bestaansloon willen invoeren.

„Dit land verdient loonsverhoging”, zei Osborne gisteren. Volgens zijn berekening zullen 2 miljoen Britten profiteren van de maatregel. Het Verenigd Koninkrijk heeft binnen de OESO, de organisatie van industrielanden, een van de hoogste percentages laagbetaalde en ongeschoolde werknemers.

Het is de vraag of zij erop vooruitgaan. Veel gezinnen vullen hun lage inkomens nu aan met diverse uitkeringen. Dat zal niet langer mogelijk zijn.

Want tegelijkertijd snijdt Osborne opnieuw in de bijstand. Dat was verwacht: hij kondigde tijdens de verkiezingen al aan 12 miljard pond te zullen bezuinigen. Pensioenen, 42 procent van alle bijstandskosten, zouden onaangeroerd blijven. Dus richt hij zich op overige uitkeringen, die nog eens vier jaar worden bevroren. Na volgend jaar krijgt een gezin bovendien geen extra bijdrage bij een derde (of daaropvolgend) kind, jongeren onder de 21 jaar komen niet meer in aanmerking voor sociale woningen, de toelage voor studenten uit arme gezinnen wordt een lening, en het maximum aan uitkeringen en belastingvoordelen wordt opnieuw verlaagd, tot 20.000 pond per jaar.

De werkgevers moeten wel een hoger loon betalen. Werkgeversorganisatie CBI waarschuwde onmiddellijk dat die verplichting „niet het vermogen van het bedrijfsleven weerspiegelt een bestaansloon te kunnen betalen”. „Kleine winkels, de horeca en de zorgsector zullen het moeilijk krijgen”, zei directeur John Cridland in een verklaring. Het onafhankelijke Office of Budget Responsibility, de Britse versie van het CPB, voorspelt dat het bestaansloon 60.000 banen kan kosten.

Volgens Osborne kan het bedrijfsleven zich de loonsverhoging wel degelijk veroorloven, omdat hij de vennootschap van nu 20 procent verlaagt naar 18 procent in 2020.

Om het begrotingstekort verder terug te dringen, wordt ook de bovenkant van de samenleving geraakt. De belasting op dividenden gaat omhoog, mensen die huizen kopen om die louter te verhuren, raken hun belastingvoordeel kwijt, en zogenoemde non-doms, Britse ingezetenen die geen belasting betalen omdat ze een deel van het jaar ergens anders wonen, zullen dat wel moeten gaan doen over hun Britse bezit. De laatste twee waren eveneens beloftes van Labour tijdens de verkiezingscampagne.