Goedmaken wat nooit had mogen gebeuren

Slachtoffers van seksueel misbruik melden zich mondjesmaat bij de overheid met een schadeclaim. Ze durven niet, of willen niet. En de uitkeringen zijn ook nogal laag.

Jongere in een inrichting. Onderzoek naar grootschalig misbruik van kinderen in instellingen en pleeggezinnen leidde in 2013 tot een schaderegeling. Foto Koen Suyk / ANP

„Vreselijke zaken”, zegt Monique de Groot. „Het zijn stuk voor stuk vreselijke zaken die ons worden voorgelegd.” Ze heeft het over het misbruik van kinderen in tehuizen. Monique de Groot is de nieuwe directeur van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, de overheidsorganisatie die geld uitkeert aan geweldsslachtoffers.

Sinds 2013 kunnen ook slachtoffers van seksueel misbruik gebruikmaken van deze regeling. Dat werd mogelijk kort nadat het rapport van de commissie-Samson was verschenen, waaruit bleek dat kinderen in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen op grote schaal zijn misbruikt. Nederland reageerde geschokt. Jeugdzorg moest excuses aanbieden, net als het kabinet, en dat beloofde dat al deze misbruikslachtoffers hun schade gecompenseerd zouden krijgen.

Nu zijn we precies twee jaar verder. Wat is ervan terechtgekomen?

Oprakelen

Het aantal aanvragen voor schadeloosstelling wegens seksueel misbruik blijft fors achter bij de verwachtingen, blijkt uit cijfers van het Schadefonds die deze krant opvroeg. Vijfhonderd slachtoffers hebben tot nog toe een schadevergoeding ingediend, terwijl het fonds op minstens achthonderd aanvragen had gerekend.

Directeur Monique de Groot denkt dat het lagere aantal aanvragen twee redenen heeft. Het Schadefonds zou niet bekend genoeg zijn bij slachtoffers, dat is de eerste. Daarnaast kan het zijn dat slachtoffers niet allemaal zitten te wachten op een schadevergoeding.

De Groot: „Mensen die het misbruik na jaren eindelijk een plekje hebben gegeven, hebben vaak geen behoefte om alles weer op te rakelen.”

Eenzelfde verklaring heeft Rieke Samson, voorzitter van de commissie die het rapport schreef over misbruik in de jeugdzorg. Zij ontving voor haar onderzoek negenhonderd meldingen van slachtoffers. „Ik had toen al bij velen de indruk dat zij helemaal geen zin hadden in een financiële regeling. Slachtoffers zeiden: geld maakt toch niet goed wat mij is aangedaan.”

Misbruik

Slachtoffers die wél financiële genoegdoening willen, ontvingen tot dusver bijna 4 miljoen euro van het fonds, verdeeld over 276 gevallen. Afgewezen werden 67 claims – een vergoeding wordt pas uitgekeerd wanneer het fonds het „aannemelijk” vindt dat het misbruik heeft plaatsgevonden.

Dat is nog niet zo eenvoudig vast te stellen, vertelt De Groot. Het verhaal van het slachtoffer moet ondersteund worden met op z’n minst een béétje bewijs. Dat kan bijvoorbeeld een dagboek zijn dat het slachtoffer ten tijde van het misbruik bijhield. Of een verklaring van een groepsgenoot, gegevens uit het medisch dossier of een aangifte bij de politie. De Groot: „Alles waaruit blijkt dat het verhaal bij wijze van spreken niet gisteren is bedacht.”

Hoeveel bewijs voldoende is, hangt af van de regeling waarvoor het slachtoffer kiest. Neemt deze genoegen met een kleine som geld (gemiddeld 10.000 euro), dan hoeft weinig te worden bewezen. Houdt het slachtoffer een persoon of instelling verantwoordelijk voor het misbruik, dan krijgt hij of zij een hogere schadevergoeding (gemiddeld 40.000 euro), maar moet er ook meer bewijs worden overgelegd. Zo krijgt de beschuldigde partij ook de gelegenheid haar verhaal te doen.

Deze zaken kunnen lang duren. Er gaan gemiddeld elf maanden overheen voordat het fonds beslist over aanvragen waarbij een tegenpartij verantwoordelijk wordt gesteld. Dat duurt te lang, vindt voormalig commissie-voorzitter Samson. Volgens haar kunnen zaken binnen een half jaar worden afgehandeld.

Ook slachtoffers hekelen het langdurige proces. Nu ben ik weer een nummer, zeggen zij soms tegen medewerkers van het fonds.

Beschuldigingen

Ja, zegt De Groot, sommige zaken duren lang. „Maar dat kan ook niet anders.” Het kan maanden duren voordat een tehuis reageert op de beschuldigingen. En soms bestáát het tehuis niet eens meer. „In zulke gevallen moeten we nagaan wie nu verantwoordelijk is voor een instelling die bijvoorbeeld in 1950 bestond. Dat kan best ingewikkeld zijn.”

Instellingen geven in bijna alle zaken toe dat het misbruik heeft plaatsgevonden, zegt De Groot. In één geval geloofde de instelling het verhaal van het slachtoffer niet.

Wat de zaken ook gecompliceerd maakt, is dat de soms zwaar getraumatiseerde slachtoffers niet gemakkelijk verklaringen afleggen over het misbruik. De Groot: „Zij schamen zich vaak voor wat er is gebeurd en vinden het daardoor moeilijk om concreet te worden in hun beschrijvingen. Ook gebeurt het dat ze niet alle seksuele handelingen durven opnoemen, terwijl dit wel invloed heeft op de hoogte van de financiële tegemoetkoming.”

Pleistertje op de wond

Advocaten hebben kritiek op de bedragen die worden uitgekeerd – die zouden te laag zijn. „Het Schadefonds heeft niets te maken met een volwaardige financiële schadevergoeding”, zegt letselschadeadvocaat Bert Oude Middendorp, die meerdere cliënten hielp bij het indienen van een claim. „Voor de meesten is het een pleistertje op de wond.”

Volgens Oude Middendorp zijn de bedragen relatief laag omdat er weinig bewijs is. „Zo gaat het bij de overheid altijd: je krijgt wel wat, maar het is allemaal erg karig.”

Letselschadeadvocaat Marcel Camps noemt het Schadefonds „niets meer dan een doekje voor het bloeden”.

Doet het Schadefonds genoeg voor misbruikslachtoffers?

Het ligt er maar net aan hoe je het bekijkt, zegt Monique de Groot. „Tienduizend euro voor een slachtoffer is een behoorlijk bedrag. Daarmee erken je het onrecht dat hen is aangedaan. Maar die tienduizend euro is natuurlijk niets als je bedenkt wat die slachtoffers hadden kunnen doen als ze níét waren misbruikt. Wat voor carrière ze hadden kunnen maken, wat voor aangenamer leven ze hadden gehad. Dat kan het Schadefonds niet verhelpen. Het draagt een steentje bij, meer niet. Wij proberen een beetje goed te maken wat nooit had mogen gebeuren.”