Een brug is geen museumstuk

Zou een gebouw dat in de openbare ruimte voor iedereen te kijk staat, zélf niet openbaar kunnen zijn? Dat om het op Facebook of thuis weer te geven er expliciete toestemming nodig is, van de architect of diens erfgenaam? In Nederland zijn we gewend zijn aan een ruime, zogeheten panoramavrijheid. Zo’n inperking is hier eigenlijk niet voor te stellen. Het zou van de openbare ruimte een virtueel openluchtmuseum maken met overal kassa’s waar voor iedere foto van een gebouw de ontwerper apart betaald moet worden.

Zo’n beperking haalt de moderne communicatie-infrastructuur van internet onderuit, waarin het vrije beeld een enorme vlucht heeft genomen. Burgers verbeelden zichzelf en hun omgeving meer dan ooit – en publiceren het ook vaker en indringender, vooral via sociale media. Dat heeft het evenwicht dat hier bestaat tussen informatievrijheid en eigendomsrecht niet verstoord. Een poging van architect Van Berkel tien jaar geleden om het fotograferen van zijn Erasmusbrug in Rotterdam aan banden te leggen op basis van schending van beeldrecht werd hier als excessief gezien en liep op niets uit.

Onze auteurswet staat in artikel 18 dan ook het vrij reproduceren van afbeeldingen toe van bouwwerken in de openbare ruimte „zoals ze zich daar bevinden”. Er mag aan de afbeelding dus niets worden veranderd. Die mate van vrijheid is in andere Europese culturen niet gebruikelijk. In veel landen zijn er strengere beperkingen – en die lijken in het Europees Parlement nu de overhand te hebben in het denken over een nieuw, gezamenlijk auteursrecht. Daarin blijkt te zijn opgenomen de verplichting voor lidstaten om voor ieder ‘commercieel gebruik’ van afbeeldingen van gebouwen in de publieke ruimte tevoren toestemming aan de rechthebbende te vragen. Als we pech hebben neemt de Europese Commissie later dit jaar die gedachte over. Dan dreigt er een richtlijn en dus op termijn een Nederlandse wet die het vrij fotograferen van onze gebouwde omgeving enorm zal inperken.

Dit lijkt een klassiek voorbeeld van een oplossing op zoek naar een probleem. En bovendien een ontkenning van de culturele omwenteling die internet, nieuwe media, fotografie en instant communicatie tot stand hebben gebracht. Wat commercieel gebruik is, in de nieuwe netwerktijd, is bovendien vrij ongewis. Facebook en Instagram worden beleefd als persoonlijke kanalen, maar zijn in werkelijkheid bedrijven die vrij vergaande rechten op ‘onze’ beelden hebben. Wikipedia, toch een belangeloos project, durft het Brussels Atomium al niet meer online af te beelden. Dit kan dus zomaar misgaan. De openbare ruimte moet vrij blijven, letterlijk en figuurlijk, als bron voor onze verbeelding. En voor iedereen toegankelijk.