Bloed, zweet en snaren

In PR-termen is de serie Bloed, zweet en snaren voor het Concertgebouworkest klinkend goud. Klassiek elitair? Niet als je ziet wie de mensen zijn in het orkest: individuen met eigen strubbelingen om het alledaagse te combineren met hun onalledaagse beroepspraktijk. Ten opzichte van andere realitysoaps heeft Bloed, zweet en snaren twee gigantische extra’s, die AVRO-TROS deden besluiten tot een tweede seizoen. Eén: muziek vergroot emoties uit (alles schuurt scherper als er Mahler bij klinkt). Twee: de mensen. Wie topmusicus wordt, is geen flat character. Ook in dit tweede seizoen zijn alle geportretteerde musici opvallend door kwetsbaarheid. Die gelukzalige blik van celliste Honorine (23) bij voorbeeld, als ze de tango danst met een wildvreemde; als kijker voel je je de voyeur van een open wond. Even roerend is solotrompettist Omar,

die vertelt over de salamischuur thuis, en hoe hij Italië mist. Of de slapeloze altist Michael (48), die om half vijf ’s ochtends troost vindt bij Bach. Prachtig is het te zien hoe grenzeloos deze mensen van muziek houden. En dat de nieuwe chef Daniele Gatti een kruisje slaat voor hij opgaat - dat weten we nu ook.

Mischa Spel