De Politiecolumn: de zorg van de wijkagent

De combinatie van denk- en doekracht bij de wijkagent is cruciaal. In de Politiecolumn pleit Lex Mellink voor een herwaardering van de wijkagent, die een sleutelrol in de moderne veiligheidsvoorziening kan spelen. Terug naar de ‘korpschef in eigen wijk’. Volgende week schrijft Bob Hoogenboom.

Op elke 5000 inwoners moet er een ‘fulltime’ wijkagent beschikbaar zijn, volgens de nieuwe politiewet. Ruim 3400 wijkagenten in Nederland dus. Maar over de rol van de wijkagent wordt niet echt specifiek gesproken. Terwijl die wel de sleutel is voor een goed politieapparaat.

Een wijkagent moet handelen in de hectiek van de dag. Hij heeft last van roosterdruk en moet in de veiligheidsketen kunnen samenspelen. De wijkagent moet ruimte krijgen voor de langere termijn aanpak. Een belangrijke verbinder zijn als het gaat om het aanreiken van veiligheidsthema’s op scholen, bij zorgorganisaties, bij collega’s uit de noodhulp en de gemeente.

Signalen uit de opsporing

Ron Tenge, oud officier van justitie en nu directeur Veiligheid en Bestuur op de Avans Hogeschool schreef vorig jaar op het intranet van het OM een column met de titel “nu even serieus” Hij schreef dat er jaarlijks 13 miljard crimineel geld wordt omgezet in Nederland en dat politie en het Openbaar Ministerie minder dan 100 miljoen daarvan weten af te pakken. Hij pleit, naast het aanpakken van de aangiftecriminaliteit, ook voor een radicaal andere aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Een pleidooi voor de aanpak op basis van meer signalen dan alleen aangiften. Een totale wending in het benutten van de beschikbare capaciteit.

 

Signalen vanuit de zorg

De commissie Hoekstra onderzocht recent de gebrekkige aanpak van de zaak Bart van U, verdacht van doodslag, moord op zijn zus en mevr. Borst. De voorzitter van het college van procureurs-generaal van het OM, Herman Bolhaar betreurde de gang van zaken. Er zijn fouten gemaakt door gebrekkige samenwerking. De persoonlijke betrokkenheid van de professionals moet beter worden gewaarborgd. De samenwerking met de ketenpartners vraagt daarbij voortdurend om aandacht. Ook hierbij grote aandacht voor het goed oppakken van signalen.

 

De wijkagent als regisseur

In Amsterdam noemde de toenmalige korpschef Jelle Kuiper de wijkagenten “buurtregisseurs”; ‘korpschefs’ van hun buurt. Hij wilde dat ze verantwoordelijk waren voor hun eigen rooster en aanwezig waren wanneer nodig. Na het behalen van hun diploma kregen de geslaagden een vaste toelage voor het 24/7 beschikbaar zijn. Hij wilde een stevig niveau wijkagenten en investeerde daar fors in. Met de wijkagent als regisseur leveren de ketenpartners een actieve bijdrage.

Lokaal ligt hierin de basis voor een succesvolle aanpak van de georganiseerde criminaliteit en een goede uitvoering van ingewikkelde zorgvraagstukken. De essentie zit erin ongewenst gedrag te kunnen indiceren vanaf het allereerste begin. En dan samenhangende actieplannen maken. In opdracht van het Ministerie van Justitie werd in 1996 onderzoek gedaan naar signalen voor toekomstig crimineel gedrag, o.a. Beke en Ferwerda ISBN 90-5319-045-7. In hun onderzoek kwamen ze tot 44 signalen waarbij voor 0-12 jarigen indicaties werden bgenoemd op basis van persoons-en gedragskenmerken, politie- en justitiecontacten, school en vrije tijd. Hun conclusie; samenwerking tussen professionals is noodzakelijk, of ze nu van justitie zijn of niet. De wet op de privacy werkt belemmerend en het speciaal onderwijs vraagt extra aandacht vanuit het veiligheidsperspectief.

Kristine Kloeck, hoofddocent school voor de criminologische wetenschappen te Brussel wordt in het rapport geciteerd. ‘Preventie: het voorkomen van criminaliteit vraagt om een radicaal andere aanpak in de samenwerkende sectoren, huisvesting en gezondheidszorg gekoppeld aan welzijnsbeleid. Een aanpak die is gebaseerd op positieve discriminatie van de meest kwetsbare en criminaliteitsgevoelige groep.”

Ook in dit onderzoek aandacht voor vroegtijdige samenhangende aanpak. Wie neemt de regie?

De Burgemeester en de wijkagent

De wijkagent is naar mijn mening de meest aangewezen persoon voor de regierol. Als politieman of –vrouw is de wijkagent gewend om te handelen. De combinatie van denk en doekracht is cruciaal. Support vanuit de rest van de politieorganisatie is echt nodig. Op lokaal niveau is het de Burgemeester die een verbindende rol kan spelen en het toneel biedt voor de regisseur.

Lex Mellink is sociaal architect, gespecialiseerd in veiligheid en oud-leidinggevende in de politiewereld. De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt afwisselend geschreven door politiedeskundigen. Volgende week Bob Hoogenboom.