De beurs beproeft de liefde van China voor de vrije markt

Met een koerssprong van gemiddeld een procent of 5 veerden de Chinese aandelenbeurzen vanmorgen weer op, na wekenlang te zijn gekelderd. Maar de maatregelen die nodig zijn geweest om dat te bewerkstelligen, zijn verontrustend. Een zeker niet uitputtende lijst: bestuurders en grootaandeelhouders mogen zes maanden lang geen aandelen verkopen in hun bedrijf. In de helft van alle beursfondsen is alle handel opgeschort. De Chinese centrale bank steunt indirect actief de beleggers die met geleend geld investeerden. En er wordt actief opgetreden tegen doemdenken over de beurs in de media.

Dit offensief aan maatregelen blijkt eindelijk afdoende om de koersval op de beurzen te stuiten – vooralsnog. Dat zij nodig wordt gevonden, zegt veel over de toestand van de Chinese economie. De officiële cijfers suggereren dat de economische groei dit jaar onder de 7 procent is gezakt. Net als veel westerse economieën in de aanloop naar de crisis van 2008 lijkt die van China steeds meer te zijn gaan leunen op waardevermeerdering van activa (vastgoed, aandelen) in plaats van op waardecreatie in de economie zelf. Dat de beurzen nu corrigeren, is niet meer dan logisch. Zelfs na de recente koersval staat de beurs van Shanghai nog steeds 82 procent hoger dan vorig jaar rond deze tijd en die van Shenzen 77 procent.

Individuele, kleine Chinese beleggers lijden verlies, maar de bredere betekenis van de gebeurtenissen is mogelijk groter. Allereerst komt de koersval op een precair moment voor de wereldeconomie, die door de Griekse crisis toch al onzekere tijden doormaakt. Maar van mogelijk groter belang is de Chinese houding ten opzichte van de vrije markt. Die werd toegejuicht zo lang het goed ging. Maar de maatregelen die nu genomen zijn, suggereren dat de autoriteiten er niet voor terugschrikken het marktmechanisme buiten spel te zetten zodra de nadelen van de vrijheid zich manifesteren. Met een economische groei die, voor Chinese begrippen, tegenvalt staat de ongeschreven deal tussen de Communistische Partij en de bevolking onder druk: gegarandeerde welvaartsgroei in ruil voor politieke en sociale onvrijheid.

In het Westen is de combinatie van democratie en vrije markt, zeker sinds het einde van de jaren tachtig, gevierd als het enige levensvatbare maatschappelijk model. China, met zijn totalitaire kapitalisme, leek die overtuiging succesvol uit te dagen. Een beurskrach meer of minder zal het verschil daarbij niet maken. Maar de tegenvallers voor de Chinese economie kunnen, gezien de maatregelen die op de beurzen zijn genomen, de liefde voor de markt op de proef stellen. Of die voor de Partij.