China drijft Vietnam in armen van VS

Een Vietnamese leider is voor een historisch bezoek in de VS. China’s opkomst doet oude tegenstellingen vergeten.

Niet iedereen was blij met Trongs komst. Voor het Witte Huis werd betoogd tegen de repressie van dissidenten. Foto Michael Reynolds/EPA

Veertig jaar na het voor de Amerikanen smadelijke einde van de Vietnamese oorlog betrad dinsdag voor het eerst een Vietnamese leider het Oval Office van het Witte Huis voor een gesprek met president Obama.

Obama erkende na zijn ontmoeting met Nguyen Phu Trong, de machtige secretaris-generaal van de Communistische Partij van Vietnam, dat de oorlog, die tussen 1955 en 1975 aan een paar miljoen Vietnamezen en 58.000 Amerikanen het leven kostte, zich niet zo makkelijk uit de ziel van beide volkeren laat wegmasseren. Maar, zei hij, „wat we nu zien is dat er een constructieve relatie is ontstaan die berust op wederzijds respect en die goed is voor de bevolking van beide landen”.

Wat Obama er niet bij zei is dat zijn regering het gevoel heeft dat ze niet al te kieskeurig kan zijn met zijn bondgenoten tegen het steeds machtigere China. Dat het communistische Vietnam geen democratie is en de rechten van de mens met voeten treedt, ziet ze door de vingers. Vietnam is een te belangrijke schakel in Obama’s pivot to Asia, zijn draai naar Azië. Op zijn beurt weet Vietnam, waar volgens peilingen vier keer zo veel mensen positief over de VS oordelen als over China, zich graag gesteund door een machtige bondgenoot.

Obama kreeg bijval van de Republikeinse senator John McCain, zelf tijdens de oorlog piloot en krijgsgevangen in Vietnam. De altijd voor strategische overwegingen gevoelige McCain sprak van een „historisch bezoek”.

Trong zei dat voor hem het belangrijkste is „dat we van vijanden vrienden zijn geworden”. Hij benutte de gelegenheid om Obama voor een tegenbezoek aan Vietnam uit te nodigen. De president nam die aan, al liet hij in het midden wanneer hij gaat. De eerste zou hij ook niet zijn. President Clinton was hem vijftien jaar geleden voor.

De VS hebben de laatste jaren goodwill gekweekt in Vietnam met een programma om de grond te zuiveren van de resten van het kankerverwekkende ontbladeringsmiddel Agent Orange, waarmee de Amerikaanse luchtmacht delen van Vietnam teisterde.

Hoewel beide landen inmiddels al twintig jaar lang diplomatieke betrekkingen onderhouden, was niet iedereen ingenomen met Trongs komst. Buiten het hek van het Witte Huis betoogden activisten tegen de repressie van dissidente bloggers en andere critici van het regime. Ook twaalf Congresleden hadden zich in een brief gedistantieerd van het bezoek van een niet door de bevolking gekozen leider.

Zowel de VS als Vietnam zien met lede ogen aan hoe China de laatste maanden zijn territoriale claims in de Zuid-Chinese Zee kracht probeert bij te zetten door allerlei kunstmatige eilandjes te creëren.

Minister van Defensie Ashton Carter voerde er begin juni nog overleg over tijdens een bezoek aan Hanoi. De commandant van de Amerikaanse zevende vloot, viceadmiraal Robert Thomas, opperde in mei zelfs dat de Amerikanen samen met andere landen uit de regio bereid zijn een multilaterale maritieme vredesmacht te steunen in de regio. De Amerikanen hebben ook een deel van hun beperkingen op de uitvoer van wapens laten varen. Zo zijn er al patrouilleboten geleverd aan Vietnam.

Maar ook China zit op het diplomatieke vlak niet stil. In april, toen duidelijk was dat Trong naar Washington zou reizen, nodigde president Xi Jinping Trong ijlings uit naar Beijing. Plechtig beklemtoonden de twee communistische leiders hun traditionele vriendschap en ze beloofden volgens de staatsmedia hun ‘strategische partnerschap’ uit te breiden.

Intussen is Vietnam ook toegetreden tot de door China opgerichte Aziatische investeringsbank AIIB. Maar het wil ook toetreden tot het Trans-Pacific Partnership, een Amerikaans initiatief voor een vrijhandelszone in het gebied van de Grote Oceaan. Daarvan kan bijna iedereen uit de regio lid worden, behalve China.