Bill Clinton terug naar Srebrenica

In de VN-Veiligheidsraad sprak Rusland zijn veto uit over een resolutie waarin de moord op moslims in Srebrenica als genocide werd veroordeeld.

Bosnische moslimvrouwen vandaag bij kisten van pas onlangs geïdentificeerde slachtoffers van de moord op circa 8.000 moslimmannen uit Srebrenica in 1995. Foto DIMITAR DILKOFF/AFP

Oud-president Bill Clinton zal zaterdag de Amerikaanse delegatie leiden naar de herdenking van de val van Srebrenica, twintig jaar geleden. Clinton was aan de macht toen de moslimenclave viel en Bosnisch Servische militairen zo’n 8.000 moslimjongens en -mannen vermoordden. De vredesakkoorden van Dayton werden in november 1995 onder aanvoering van de regering van Clinton gesloten en in 2003 opende hij, inmiddels oud-president, in Srebrenica het monument voor de slachtoffers.

In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties mislukte gisteren een poging om ter herdenking een resolutie aan te nemen, waarin het bloedbad van destijds en genocide in het algemeen scherp zouden worden veroordeeld. Tien landen stemden voor, vier landen onthielden zich van stemming (China, Nigeria, Angola en Venezuela), en Rusland sprak er zijn veto over uit.

In de tekst stond dat verzoening alleen mogelijk is als erkend wordt dat de gebeurtenissen in Srebrenica neerkwamen op genocide. De Russische ambassadeur vroeg eerst één minuut stilte voor de slachtoffers. Vervolgens stelde hij voor om de resolutie niet in stemming te brengen, omdat ze „agressief en politiek gemotiveerd” zou zijn en zich eenzijdig zou richten op misdaden begaan door de Serviërs. Hij onderstreepte dat in de Bosnische oorlog (1992-1995) zo’n 100.000 mensen zijn omgekomen, onder wie ook veel Bosnische Serviërs en Kroaten. De resolutie zou de Balkan niet helpen maar de spanningen in de regio juist vergroten.

De afgelopen weken hadden Servische en Bosnisch-Servische politici er bij Moskou op aangedrongen om niet in te stemmen met een resolutie waarin van genocide sprake zou zijn. Dat woord vermeed de Servische regering ook uitdrukkelijk, toen ze vijf jaar geleden erkende dat in Srebrenica „een ernstige misdaad” is begaan. Zowel het Joegoslavië-tribunaal als het Internationaal Gerechtshof heeft de massamoord aangeduid als genocide.

De VN-ambassadeur van het Verenigd Koninkrijk, die de resolutie had ingediend, toonde zich verontwaardigd over het Russische veto. „In Srebrenica heeft genocide plaatsgevonden – dat is een juridisch feit, geen politiek oordeel.”

De Amerikaanse ambassadeur Samantha Power, die twintig jaar geleden als journalist de Bosnische oorlog versloeg en later het boek schreef A Problem from Hell: America in the Age of Genocide, noemde het Russische veto hartverscheurend voor de nabestaanden van de slachtoffers.

Voor de stemming had plaatsvervangend VN-secretaris-generaal Jan Eliasson gezegd: „We zijn bijeen om te erkennen dat de VN gefaald hebben om deze tragedie te voorkomen.” De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Zeid Al Hussein, weet dat falen aan naïviteit. „We beseften niet met wie en waarmee we te maken hadden.” De meest fundamentele les van Srebrenica, zei hij, is dat de VN gerespecteerd moeten worden om succesvol te kunnen zijn.