Bieden boven de vraagprijs, svp

Er worden meer huizen verkocht, zegt de NVM. Maar de regionale verschillen zijn enorm.

De Keizersgracht in Amsterdam. Boven de vraagprijs van een huis bieden is in de hoofdstad staande praktijk geworden. Foto Lex van Lieshout / ANP

Een ton boven de vraagprijs, makelaar Simone Carree schrok er zelf van. Ja, de bovenwoning in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt is goed afgewerkt. Maar het is een buurt met veel sociale huurwoningen en het huis heeft weinig buitenruimte. „Absoluut niet normaal”, zegt Carree over het bod. Al is hoger bieden dan de vraagprijs wel normaal geworden in Amsterdam. „Het gaat heel hard. Goede huizen zijn binnen een of twee weken verkocht. Terwijl we drie jaar geleden helemaal niks verkochten.”

Na zes jaar crisis stegen de huizenprijzen vorig jaar weer. Sindsdien wordt de vraag steeds opnieuw opgeworpen: is de woningmarkt nu hersteld? Wél als het gaat om het aantal verkochte huizen, volgens cijfers die makelaarsvereniging NVM vandaag publiceert. Dat komt doordat mensen geloven dat de huizenprijzen en de hypotheekrente het laagste punt hebben bereikt, zegt NVM-voorzitter Hukker. De banken verhogen hun rente weer. „En dus vertelt iedereen elkaar: je moet nú kopen. Die psychologie werkt heel sterk.”

‘Uitgeknutseld’

Maar zoals het was, is het nog lang niet. En zo wordt het misschien ook niet meer. Mensen mogen steeds minder lenen, de inkomenseisen worden alsmaar strenger en de grens om een huis met hypotheekgarantie (NHG) te mogen kopen is deze maand weer verlaagd. Dat verklaart deels waarom de stijging van de huizenprijzen (vorig kwartaal 3,9 procent vergeleken met een jaar eerder) zo ver achterblijft op het aantal verkochte woningen (27,6 procent). Mensen kopen wel huizen, maar niet meer zulke dure.

Bovendien staan nog altijd bijna een miljoen huizen onder water, blijkt uit recente cijfers van de Rabobank. De hypotheeklening is dan hoger dan de waarde van het huis. Met als gevolg dat mensen niet verhuizen, in afwachting van de stijgende prijzen. Maar voor een deel daarvan, zegt Hukker, gaat dat waarschijnlijk niet meer gebeuren.

Van alle huishoudens die hun huis te koop hebben staan, merkt volgens de NVM 40 procent niets van „die mooie verhalen over de aantrekkende markt”. Marion van Tent (63) en haar man zijn daarvan een voorbeeld. Hun vrijstaande woonwinkelpand in Olst (Overijssel) staat al vijf jaar te koop. Tijdens openhuizendagen „komt er niemand kijken”. Ze zijn nu bijna 50.000 euro naar beneden gegaan, naar een vraagprijs van 297.500 euro. „Maar nu de markt weer aantrekt, willen we eigenlijk niet meer veel verder zakken.”

Ze hebben er alles aan gedaan om hun huis te verkopen. Maar nu zijn ze wel „uitgeknutseld”. Het huis was ooit bedoeld als hun pensioenvoorziening. Nu dat uitgesloten lijkt, is Marion van Tent meer gaan werken. Het aantrekkelijk houden van het pand uit 1910 kost een hoop geld. Komend weekend krijgt het dakterras een nieuwe vloer, onlangs is de dakgoot gerepareerd. „Met zo’n oud huis ben je altijd bezig.”

De regionale verschillen zijn enorm in de woningmarkt. Terwijl mensen als Marion en Leo van Tent worstelen met een onverkoopbaar huis, gebeurt in de grote steden het tegenovergestelde. Daar staan te weinig huizen te koop, er zijn er tijdens de crisis te weinig nieuw gebouwd en er zijn te weinig (betaalbare) huurhuizen. Met als gevolg hard stijgende huizenprijzen. Hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer: „In een stad als Amsterdam loopt het woningtekort gierend op.” Ger Hukker van de NVM: „Iedereen duikt erop, tot soms ongezonde situaties aan toe.”

Geen alternatief

Zoals dus bijvoorbeeld het bod van 525.000 euro op het Amsterdamse huis waarvoor een ton minder gevraagd werd. Maar enkele tienduizenden euro’s extra betalen voor een huis, is in veel buurten in de hoofdstad (en steeds vaker ook in andere steden) helemaal niet zo gek meer. Diederik van Eck (34) en zijn vriendin deden het ook, op een bovenwoning in Amsterdam-West. Ze waren al een tijdje op zoek – „er was heel weinig aanbod”. Dit huis, waarvoor ze 10 procent bovenop de vraagprijs boden, was binnen zes dagen verkocht. De eigenaar kon kiezen uit dertien biedingen. Van Eck: „Dit huis voelde goed. We dachten: áls we dan te veel moeten bieden, dan is dit in ieder geval een ‘veilige’ woning. Een paar maanden later, toen we bij de notaris zaten, zei de makelaar dat het zó hard ging dat onze prijs allang niet meer zo gek was.” Bovendien: „Als je in Amsterdam wilt blijven, is er gewoon geen alternatief.”

De „boel komt op stoom” in de steden en de gebieden daaromheen, zegt NVM-voorzitter Hukker. En neem Hardenberg, waar vorig kwartaal het aantal verkochte huizen met meer dan de helft is toegenomen vergeleken met een jaar eerder. Hij denkt dat dat volgend kwartaal niet anders zal zijn.

Maar hoogleraar Boelhouwer vindt het „heel spannend”, met de per 1 juli aangescherpte hypotheeknormen en NHG-grens. En met de hypotheekrente die weer gaat stijgen. „Ik houd m’n hart vast over wat er gebeurt als de rente verder oploopt.” En ja, daarover maakt Hukker zich ook „wel ongerust”. Want dan pas worden de gevolgen van de kabinetsmaatregelen pas echt zichtbaar, zegt hij. Zeker als huizenkopers in de toekomst nog maar 90 procent van de woningwaarde mogen lenen. „Dat kan het moment zijn waarop de huizenmarkt te grazen wordt genomen.”