Zoenoffer farmaceuten vooral voor hun imago

Fabrikanten willen duur medicijn gratis maken als het de patiënt niet helpt, maar blijven weigeren hun kosten te openbaren.

Fabrikanten van geneesmiddelen worden verder in het defensief gedrukt nu het debat over dure geneesmiddelen echt pijn begint te doen. Zo trok KWF Kankerbestrijding vorig jaar zomer veel aandacht met een rapport over kankertherapieën die onbetaalbaar dreigen te worden.

Het gisteren gelanceerde voorstel van Nefarma, de belangenorganisatie van de farmaceutische industrie, om geld terug te geven als een kankertherapie bij een patiënt faalt, is dan ook een zoenoffer. Met pay for performance heeft Nefarma eerder geprobeerd een stempel te drukken op de twee rapporten over dure medicijnen die vorige week zijn verschenen in opdracht van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD). Het ene rapport is gemaakt door een werkgroep onder leiding van KWF Kankerbestrijding en gaat over dure kankermedicijnen. Het andere door toezichthouder NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) en gaat over dure geneesmiddelen in het algemeen.

Waarom zo duur?

Beide onderzoeksgroepen kwamen bij de fabrikanten met de vraag hoe de medicijnprijzen tot stand komen. Nederland geeft jaarlijks zo’n 1,5 miljard euro uit aan geneesmiddelen, en dat bedrag loopt snel op doordat vooral uitgaven aan kankertherapieën explosief stijgen – van 376 miljoen in 2011 tot bijna 675 miljoen in 2014. De onderzoekers wilden bijvoorbeeld weten: waarom moeten alle nieuwe kankermedicijnen eigenlijk zo duur zijn?

Nefarma kwam met het standaardantwoord. In de verkoopprijzen zijn de ontwikkelkosten van een nieuw medicijn verwerkt, en de besparingen die het medicijn de koper oplevert doordat bijvoorbeeld verpleegzorg niet meer nodig is. Maar wat bijvoorbeeld klinische trials kosten, waarbij middelen op proefpersonen worden getest, blijft het geheim van de industrie.

De fabrikanten kunnen de kaarten tegen de borst houden, doordat zij de ontwikkeling van medicijnen grotendeels financieren – en wie betaalt, bepaalt. De overheid stelt regels voor de toelating van geneesmiddelen, maar partijen als ziekenhuizen, zorgverzekeraars en Volksgezondheid kunnen de prijzen van nieuwe middelen hooguit een beetje omlaag krijgen.

Een verschil met pakweg tien jaar geleden is dat politici zich hierover nu wél druk maken. Schippers heeft de aanpak van dure medicijnen hoog op haar agenda gezet, mede onder druk van de Tweede Kamer, waarin met name Kamerlid Hanke Bruins Slot (CDA) zich stevig roert. In de Verenigde Staten opende de Senaat vorig jaar de aanval op de fabrikant van een zeer effectief maar ook zeer kostbaar middel tegen hepatitis C.

Volop munitie

De onderzoeken verschaffen de bezorgde politici veel munitie voor het debat na de zomer. Vandaar dat Nefarma niet-goed-geld-terug als ‘oplossingsrichting’ heeft proberen te slijten aan de KWF-werkgroep. Pay for performance vereist echter dat je de werking van een middel bij een individuele patiënt heel precies kunt vaststellen. De technieken daarvoor zijn veelbelovend, maar staan nog in de kinderschoenen. Bovendien is onduidelijke bij wie de bewijslast ligt – de artsen of de fabrikanten.

De KWF-werkgroep heeft de bijdrage van Nefarma daarom alleen als bijlage opgenomen, terwijl in het hoofdrapport een klemmende oproep aan de fabrikanten staat hun prijzen te verlagen. Door pay for performance nu via de media te lanceren, lijkt Nefarma vooral te poetsen aan het imago van de industrie.

Voor het beïnvloeden van Kamerleden heeft Nefarma inmiddels een ander ijzer in het vuur: het gerespecteerde Kamerlid Gerard Schouw (D66) wordt directeur bij de organisatie.