Waarom sociologie? Het geeft een kick om een netwerk te ontrafelen 

In de serie Zomercolleges geven hoogleraren een voorproefje van wat studenten gaan horen. Als eerste René Veenstra uit Groningen over jongeren en hun vriendschappen. 

Illustratie Roel Vernderbosch

‘Na de basisschool ga ik naar het gymnasium en als ik daarmee klaar ben ga ik naar de universiteit.” Als kind stippelde ik in een werkstuk mijn onderwijsloopbaan uit. Wat ik dan zou gaan studeren, wist ik nog niet. Aanvankelijk wilde ik advocaat worden, wat later was het filmmaker, maar aan het einde van de middelbare school schreef ik me in voor econometrie. In de zomer voor het eerste studiejaar ging ik met twee klasgenoten op Interrail. Onderweg raakte ik uitgekeken op één van mijn metgezellen en omdat hij ook econometrie zou gaan doen, ben ik na terugkomst snel op zoek gegaan naar een andere studie. Dat ik een sociale wetenschap ben gaan studeren, was dus een impulsieve beslissing.

Sociologie kun je in Nederland aan zeven universiteiten studeren. Een internationale commissie heeft onlangs het onderzoek aan al die universiteiten als uitstekend beoordeeld. Niet alleen het onderzoek, ook het onderwijs staat er zeer goed voor. Sociologie is een vakgebied waarin Nederland excelleert.

Sociologie is de studie van sociale verschijnselen en maatschappelijke vraagstukken. De economische welvaart is de laatste decennia sterk toegenomen. We zijn rijker dan ooit. Toch worden we ook geconfronteerd met maatschappelijke problemen, zoals armoede, criminaliteit, eenzaamheid, segregatie en werkloosheid. Deze problemen hebben zelden één oorzaak en er is ook zelden één oplossing. Sociale verschijnselen zijn dus complex. Vaak spelen allerlei betrokkenen, belangen, factoren en processen tegelijkertijd een rol. Sociologen proberen deze complexe sociale verschijnselen te ontrafelen. Wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en hoe zou het eventueel beter kunnen? Het dubbele uitgangspunt hierbij is dat menselijk gedrag enerzijds tot stand komt in een sociale omgeving en anderzijds aan de verandering van diezelfde omgeving bijdraagt. Sociologen onderzoeken deze processen op verscheidene terreinen, zoals arbeid, criminaliteit, onderwijs en zorg. Zij menen dat niet alleen economische maar ook sociale welvaart belangrijk is. Sociale welvaart ontlenen mensen aan het hebben van sociale contacten en het gevoel onderdeel uit te maken van een groep. Hoe sociale welvaart in een samenleving kan worden vergroot, is een belangrijke vraag in de sociologie. Het leren stellen van heldere vragen, het vormen van een gedegen theoretische onderbouwing en het doen van methodologisch goed onderzoek is het uitgangspunt van de studie. Vaak wordt onderzoek ingegeven door actuele kwesties en worden onderzoeksbevindingen vertaald naar een beleidsadvies of naar interventies waarmee het onderzochte probleem kan worden opgelost. Een voorbeeld van zo’n actuele kwestie is het tegengaan van pesten op scholen.

Wie werkt met wie samen?

Er gaat wereldwijd niets boven Groningen als het om de analyse van sociale netwerken gaat. Met deze netwerkanalyse worden vragen beantwoord als: in hoeverre vertonen mensen bepaald gedrag omdat hun vrienden dat ook doen? Wat zijn de kenmerken van mensen die centraal staan in een netwerk? Wie werkt met wie samen en wanneer faalt de samenwerking? In mijn vakgroep beantwoorden we niet alleen dit soort vragen, maar zijn er ook specialisten die de benodigde statistische methoden, modellen en programmatuur ontwikkelen.

Op die manier doet Groningen onderzoek naar sociale netwerken van jongeren. Jongeren brengen een groot deel van hun tijd door op school. De school vormt dan ook een belangrijke omgeving voor hun sociale ontwikkeling. Vooral de omgang en relaties met leeftijdsgenoten zijn van groot belang voor hun sociale welvaart.

Om relaties van jongeren in kaart te brengen, is het gebruikelijk om in onderzoek netwerkvragen te stellen. Hierbij worden in vragenlijsten de namen van alle leerlingen op een rij gezet en wordt er gevraagd: wie zijn je beste vrienden? Wie vind je leuk? Wie vind je helemaal niet leuk? Door wie word je gepest? Wie is populair? Ten eerste kan met deze netwerkvragen de positie van jongeren in de klas worden onderzocht, zoals het aantal vrienden dat iemand heeft, hoe geliefd iemand is of hoe populair. Ten tweede kunnen relaties in de klas inzicht geven in het sociale netwerk. Met netwerken kan de rol van leeftijdsgenoten in de sociale ontwikkeling van jongeren worden onderzocht, door te kijken of bijvoorbeeld schoolprestaties worden beïnvloed door met wie jongeren verbonden zijn.

Bij vriendschappen van jongeren blijkt dat er vaak sprake is van ‘soort zoekt soort’. Jongeren selecteren soortgelijke anderen omdat overeenstemming in gedrag, eigenschappen of opvattingen maakt dat jongeren elkaar eerder begrijpen. Daarnaast kunnen ze gemakkelijker communiceren, weten ze beter wat ze van elkaar kunnen verwachten en hebben ze meer vertrouwen in elkaar. Ook zijn gelijkgestemde jongeren belangrijk bij het ontwikkelen van een identiteit. Een relatie met anderen die op een aantal vlakken verschillend zijn, kan uiteraard ook waardevol zijn – toch blijkt dat ‘soort zoekt soort’ een leidend principe is bij het aangaan en in stand houden van relaties.

Daarnaast hebben jongeren de neiging gedrag, eigenschappen of opvattingen over te nemen van anderen in hun netwerk. Zowel positieve als negatieve eigenschappen worden overgenomen. Ook daar hebben we een uitdrukking voor: ‘een rotte appel in de mand maakt de rest tot schand’.

Hoe werkt dat dan in een klas? Het blijkt dat leerlingen elkaar als vrienden selecteren als ze op elkaar lijken wat opletten tijdens de les en huiswerk maken betreft. Leerlingen die actief zijn voor school zoeken elkaar dus op, maar dat geldt ook voor leerlingen die juist lui zijn. Op beide aspecten beïnvloeden leerlingen elkaar. Actieve vrienden tillen je vaak naar een hoger niveau, maar met luie vrienden ga je zelf ook eerder onderuit.

Het netwerk van gevangenen

In de laatste tien jaar is het onderzoek naar sociale netwerken sterk gegroeid. Ondanks die enorme groei blijft er veel werk te doen. Veel netwerkstudies zijn gedaan in scholen, maar ook in andere contexten spelen vergelijkbare processen. Denk aan bedrijven, buurten of netwerken in de onderwereld. Hoe ziet bijvoorbeeld het netwerk van gevangenen eruit? In hoeverre zijn er relaties binnen en buiten de gevangenis? Hoe beïnvloeden deze relaties de kans dat een gedetineerde na vrijlating succesvol terugkeert in de samenleving? Aan dat onderzoek kunnen nieuwe lichtingen van studenten bijdragen.

Daarnaast verwacht ik dat sociologen zich ook steeds meer bezig zullen gaan houden met het beïnvloeden van zulke netwerkprocessen. Leraren staan uitgebreid stil bij hoe leerlingen er individueel voor staan. Hoe ze zich ontwikkelen op taal- en rekengebied weten ze precies. Maar op groepsprocessen hebben leraren veel minder zicht. Met mijn onderzoeksteam wil ik dat de komende jaren doorbreken. We zijn begonnen om leraren inzicht te geven in de groepsprocessen via netwerkrapporten. Zulke rapporten zijn hard nodig, omdat zelfs op scholen die erg hun best doen om er een fijne school van te maken er nog steeds verscheidene leerlingen zijn die geen vrienden hebben of zich onveilig voelen. Mijn droom is dat over enkele jaren alle scholen via een netwerkrapport halfjaarlijks inzicht krijgen in het sociale klimaat van een klas en welke maatregelen er nodig zijn om het klimaat te verbeteren.

Onderweg van Istanbul naar Groningen besloot ik eind jaren tachtig een vriendschap te verbreken en snel van studiekeuze te veranderen. Hoe weinig beredeneerd die beslissing ook was, ik heb toch een goede route gekozen. Sociologen worden vaak beleidsmedewerker bij een gemeente of een ministerie, consultant bij een adviesbureau, docent, journalist, onderzoeker bij een gespecialiseerd onderzoeksbureau of, in mijn geval, hoogleraar aan de universiteit.