Strategische agenda geschikt voor strategische studenten

In haar zogenoemde strategische agenda voor het hoger onderwijs in de komende tien jaar betoont minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) zich een bevlogen bestuurder. Zoals ze het gisteren in deze krant formuleerde: „Ik moet er wel voor zorgen dat [het] onderwijs toegankelijk en goed is.” In deze agenda verlangt ze van universiteiten en hogescholen vooral onderwijs op maat. Nu de basisbeurs is vervangen door een leenstelsel komt er de komende tien jaar een miljard vrij en dat bedrag maakt de aanstelling van zo’n 4.000 nieuwe docenten mogelijk. Met die uitbreiding schept Bussemaker ampele gelegenheid voor persoonlijker studiekeuzes, met in een verder verschiet de mogelijkheid tot schakelen tussen de vakken die de verschillende opleidingen aanbieden. Daarnaast zet ze nadrukkelijk in op kleinschaligheid. Met veel werkcolleges en veel persoonlijk contact tussen docent en student. Daarnaast moeten de studenten worden gestimuleerd om ook onderling en in dwarsverbanden met elkaar van gedachten te wisselen. Hetzelfde geldt voor de docenten.

Volgens de minister is „vorming de trend”. En inderdaad, afgelopen voorjaar hadden de bezetters van het Maagdenhuis het er ook over, als weerwoord tegen het verfoeide rendementsdenken.

Dus behalve de traditionele inzet op kennisoverdracht en opleiding voor een beroepspraktijk, is haar bedoeling een debatterende en filosoferende academische gemeenschap. Bij dat persoonlijk contact en de bloeiende academische gemeenschap klinkt misplaatst de in de strategische agenda achteloos uitgesproken voorkeur voor hoorcolleges via internet – dat gaat dan dus in eenzaamheid, hopelijk nog wel in whatsapp-contact met andere studenten.

Bussemakers vergezicht is uitnodigend, maar idealistisch. Immers, hoe combineer je de rust, die kleinschaligheid, algemene vorming en de individuele studieloopbaan vereisen, met de verkorte studieduur en de afschaffing van de basisbeurs? Alleen de student die bliksemsnel leert, voor elk tentamen slaagt en geen bijbaantje nodig heeft om rond te komen, zal ervan kunnen profiteren.

Nog voordat minister Bussemaker haar strategische agenda presenteerde, ontdekte een aantal studenten het strategisch lenen. Zij gebruiken het onder gunstige voorwaarden te verkrijgen bedrag voor de studiefinanciering niet om van te studeren – dat kan met de toelage van thuis. Het wordt opgepot voor later of vermeerderd via investeringen. Ethisch is het onverantwoord om zo een regeling te gebruiken waar minder vermogende studenten het sinds de afschaffing van de basisbeurs van moeten hebben. Maar modern is het wel, in de zin van het ook al zo hedendaagse en vurig bevorderde ondernemerschap.