Column

Rotziekte of kans?

Wordt de mens pas zichzelf als hij dement is, of is dementie een ziekte die hem juist volledig verwoest? Ziedaar het onderwerp van de heftige polemiek die de afgelopen weken tussen twee columnisten van Trouw werd gevoerd. De lezers reageerden geëmotioneerd en ook de hoofdredactie bemoeide zich er openlijk mee. Zo ontstond een belangwekkende discussie over een ziekte waar we vrijwel allemaal op een of andere manier mee te maken krijgen.

Saillante bijzonderheid is dat de betreffende columnisten beiden beroepsmatig vaak met dementie in aanraking komen: Jean Jacques Suurmond als geestelijk verzorger in een verpleeghuis, Bert Keizer als verpleeghuisarts.

Het begon met een column van Suurmond waarin hij dementie beschreef „als een kans om meer degene te worden die je diep van binnen echt bent.” Want: „Dementie ontmantelt het ik, zodat de ziel kan gaan glanzen. Eindelijk ben je verlost van al die beperkende, hardnekkige denk- en gedragspatronen. Het is een proces waarin je je autonomie verliest, om herschapen te worden naar wat in geloofstaal ‘je oorspronkelijke gelaat’ wordt genoemd.”

Bert Keizer noemde in zijn column de beschrijving van zijn collega ‘stuitend’. „Hoe komt het toch dat duizenden geliefden van dementerenden kapot gaan van verdriet bij de aanschouwing van deze gebroken mensen waarin de ziel volgens Suurmond eindelijk gaat glanzen? Hoe kom je er op een dergelijke gruwel te beschrijven als een kans om meer degene te worden die je echt bent? (…) Dementie is een rotziekte. Laten we elkaar toch alsjeblieft niks wijsmaken.”

Voor Suurmond is dementie medisch gezien wel een ramp, maar „vanuit spiritueel oogpunt een gratis training in ik-verlies”, voor Keizer is dementie „ontgeesting, zielsverlies.”

Het was, zoals Trouw-hoofdredacteur Cees van der Laan het later samenvatte, een botsing tussen een darwinistische verpleeghuisarts en een christelijke geestelijk verzorger. De hoofdredacteur bleef voorzichtig boven de partijen staan: „Ook al neig ik naar de opvattingen van Keizer, Suurmond heeft mij aan het denken gezet. Blijf de mens zien in de dementerende, ook al eet hij zijn eigen poep op.”

Dat klinkt bijna alsof Keizer die mens niet zou willen zien, maar dat geloof ik niet: hij ziet alleen een onherstelbaar beschadigd mens, beroofd van zijn essentie. Voor Suurmond geeft dementie juist zicht op die essentie: „Wat mij raakt in veel dementerende ouderen is hun transparantie. Ze verbergen zich niet meer achter een ‘ikkige’ rol, maar zijn precies zoals ze zijn.”

Afgelopen zaterdag mocht Joep Dohmen, scheidend hoogleraar Wijsgerige Ethiek, in Trouw het verlossende – nou ja – woord spreken. Hij kwam dichter bij Keizer uit dan bij Suurmond die hij van ‘gevaarlijk spel’ betichtte. „Het romantische idee dat ons ware ik, eenmaal bevrijd van alle knellende banden en taboes, zijn bestemming vindt, is een mythe. En die vind je enigszins terug bij Suurmond.”

Wat kan ik hier nog aan toevoegen met mijn zeer beperkte ervaring (mijn moeder) met dementie? Enkele Trouw-lezers verweten Keizer dat hij te weinig waardering had voor het lieve, knuffelige gedrag van sommige dementerenden. Mijn moeder was ook zo’n lieve, demente vrouw geworden, maar dat betekent nog niet dat ik haar toestand als een verlossende ‘gratis training in ik-verlies’ heb ervaren. Het was meer een wrede oefening in doodgaan.