Meedogenloze Othello in Valkenburg

Michaël Pas (midden) als de listige Jago in Othello Foto Ben van Duin

Onverbloemd racistisch, dat is een van Shakespeares wreedste personages, Jago uit de tragedie Othello (1604). Taal is Jago’s scherpste wapen: hij vernedert titelheld Othello, de zwarte Moor, door zijn vrouw Desdemona af te schilderen als een overspelig nest. Toneelgroep Maastricht gebruikt een nieuwe, meedogenloze vertaling van Jibbe Willems die af en toe een golf van verontwaardiging door het Openluchttheater van Valkenburg doet gaan. Begrijpelijk, Jago’s scheldwoorden over die „nikker” laten geen ruimte voor poëzie.

De voorstelling speelt zich af tegen een beboste grot, met een glazen huis achterin. Koen De Sutter als Othello komt op met zwart masker, eet een banaan en plukt jazzy aan een contrabas. Clichés over de zwarte maken hun entree. Dan werpt hij het masker af en toont zijn blanke gelaat. Die abstractie is goed gekozen. Michaël Pas als Jago is ijzersterk in zijn listige, slangachtige woordenspel. De Sutter laat fraai zien hoe zijn personage breekt, tot jaloezie omslaat in blinde moordlust. Julia Akkermans is een teder-onschuldige Desdemona die aan haar stem een zangrijke dictie geeft. Regisseur Servé Hermans geeft aan deze Othello een uitzonderlijke hardheid mee. Hoe voortreffelijk De Sutter zijn pijn ook acteert, er is hem geen ruimte vergund af en toe hoop te tonen. De innige, ontroerende omarming van het gedoemde paar aan het slot laat zien dat het toch echte liefde was die Othello dreef.