Machteloze raadsleden

De gemeenteraad staat aan het hoofd van de gemeente, zo staat het in de Grondwet. Maar of deze rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers hun machtspositie ook daadwerkelijk kunnen effectueren, is twijfelachtig.

In theorie is de functie van raadslid dit jaar alleen maar in belang toegenomen. De decentralisatie van taken op het gebied van jeugd- en andere zorg, huishoudelijke hulp en van werkbemiddeling voor gehandicapten heeft de rol van gemeenten in de uitvoering van overheidsbeleid aanzienlijk versterkt. Het dagelijks bestuur van de gemeente, het college van B en W, draagt daarvoor de primaire verantwoordelijkheid. Dat gebeurt onder controle van de gemeenteraad. Maar die kan deze taak niet goed uitvoeren, omdat het de raadsleden naar eigen zeggen aan voldoende informatie ontbreekt. Dat bleek uit een enquête in opdracht van NRC Handelsblad, gisteren in deze krant gepubliceerd.

Wellicht is er sprake van overgangsproblemen, zoals duidelijk het geval is bij de regeling voor het persoonsgebonden budget (pgb). Anderzijds: de klacht van raadsleden die zich gebrekkig door hun burgemeester en wethouders geïnformeerd voelen, is van alle tijden en is trouwens regelmatig te vernemen in het verkeer tussen parlementariërs en leden van het kabinet.

Maar op lokaal niveau, daar waar het overheidsbestuur zich het dichtst bij de burger bevindt, heeft de volksvertegenwoordiger een achterstand die moeilijk te overbruggen is. De burgemeester is altijd en de wethouders zijn meestal fulltime met het dagelijks bestuur van de gemeente bezig, gesteund door een ambtenarenapparaat waarvan de deskundigheid essentieel is voor het welslagen van het lokale beleid. Het hoogste orgaan, de gemeenteraad, daarentegen wordt bevolkt door politici voor wie dit gewoonlijk een nevenfunctie is, naast hun gewone baan. Een niet zo geweldig gehonoreerde ‘bijbaan’, te vervullen in de vrije tijd.

Ook dat verplicht colleges van B en W uiteraard om ervoor te zorgen dat de informatieoverdracht wél optimaal is. Dat is hun democratische plicht. Dan nog blijft het probleem dat gemeenten voor de uitvoering van sommige taken met elkaar moeten samenwerken en akkoorden sluiten. Dat bemoeilijkt per definitie per gemeente de politieke controle. Dit herinnert aan het voornemen dat het kabinet van VVD en PvdA bij zijn aantreden in 2012 uitte: om de schaal van gemeenten te vergroten, te streven naar gemeenten met een omvang van ten minste 100.000 inwoners en om decentralisaties in principe te richten op 100.000plus-gemeenten. Van dat plan is niets terechtgekomen; hier is sprake van falend kabinetsbeleid.