Column

Huiveren om Poetin in kampmuseum Vught

De ophef over het Srebrenicaboek van oud-minister van Defensie Voorhoeve liet vorige week weer eens zien dat Nederland naïef is als het om de boze buitenwereld gaat. En ook hier geldt: eens naïef, altijd naïef. Want twintig jaar na het Bosnische drama leek tot aan het neerschieten van vlucht MH17, op 17 juli een jaar geleden, niemand te beseffen dat Rusland met de dag repressiever wordt en een steeds grotere bedreiging vormt voor de toch al zo wankele Europese eenheid.

Die naïviteit bestaat ook tussen de drie houten wachttorens en het prikkeldraad van het voormalige concentratiekamp Vught. Daar is sinds anderhalve week de tentoonstelling Goelag – Terreur en Willekeur te zien.

In de Goelag, het netwerk van duizenden concentratiekampen in de Sovjet-Unie, zaten tussen 1929 en Stalins dood in 1953 18 miljoen mensen opgesloten, van wie er drie miljoen omkwamen. Tel daar de tientallen miljoenen overige slachtoffers van het Sovjetregime bij op, en je kunt niet anders dan concluderen dat Stalins moordzucht die van Hitler overtreft.

De meeste bezoekers die ik in het kampmuseum spreek, zijn zich er niet van bewust. Een meerderheid heeft zelfs nog nooit van de Goelag gehoord. Al zijn ze sinds de ramp met de MH17 oprecht geïnteresseerd in alles wat met Rusland te maken heeft.

Zo zegt de 53-jarige Hans van Ravenswaaij uit Haarlem: „Ik roep al jaren dat Poetin terug wil naar het verleden. Dat hij de nieuwe heersers in Oekraïne voor fascisten uitmaakt, toont alleen maar aan dat hij één groot spel aan het spelen is.”

Samen met zijn vrouw en zijn 25-jarige zoon Sebastiaan wil hij in kamp Vught het totalitaire verleden aanschouwen. „Om te weten wat er toen gebeurd is, moet je naar een concentratiekamp gaan”, zegt hij. „Zeker nu steeds meer mensen die misdaden ontkennen.”

Zijn zoon deelt die mening: „Mijn meeste huisgenoten vinden dat Auschwitz ‘verbouwd’ zou moeten worden, omdat ze niet steeds weer opnieuw met dat duistere naziverleden geconfronteerd willen worden.”

De zeventiger Henk van de Wijdeven kijkt zijn ogen uit: „Wij wisten tot vandaag niets van de Goelag”, zegt hij. „Wel heb ik altijd gedacht dat Rusland een hard land is. Sinds de MH17 volgen we de gebeurtenissen daar veel beter.”

De tentoonstellingmakers hebben rekening gehouden met de gebrekkige kennis van de Russische geschiedenis bij het publiek. Alle aspecten van het kampleven en het repressieve systeem van Stalin komen daarom aan bod. Ook hoeden ze zich ervoor het huidige Rusland te vergelijken met de Sovjet-Unie. Maar als je op een vertoond filmpje ziet hoe een Russische scholier, op de vraag van zijn strenge geschiedenisleraar of Stalin goed of slecht was, antwoordt dat Stalin enerzijds slecht was, maar ook veel goeds voor zijn land heeft gedaan, is de scheidslijn tussen verleden en heden ineens diffuus. En als dan ook nog wordt verteld dat het voormalige Goelagkamp Perm-36, dat als een Russische variant van kamp Vught jarenlang als museum van de Stalinterreur diende, dit jaar door de autoriteiten is gezuiverd van alles wat naar die repressie riekt, huiver ik ineens voor wat Rusland en ons in de nabije toekomst te wachten staat.