‘Gentech weren is gevaarlijk’

Moeten de EU-lidstaten zelf kunnen bepalen of ze transgene gewassen toelaten? Diervoederbedrijven zijn tegen. „We prijzen onszelf uit de markt.”

Sojabonen van de Amerikaanse zaadveredelaar Monsanto in São Paulo, Brazilië. Foto Bloomberg

Als een grote zeecontainer vol Braziliaanse soja in de haven van Rotterdam aanmeert, wordt het spul deels overgeladen en over Europa verspreid en deels in Nederland verwerkt tot veevoeder. Goed voor een miljardenomzet. Maar die komt in gevaar als een recent voorstel van de Europese Commissie doorgaat. De Commissie wil dat lidstaten genetisch gemodificeerde gewassen (ggo’s) die op Europees niveau zijn goedgekeurd, voortaan op nationaal niveau kunnen weren. Een groot gevaar voor de diervoederindustrie – aldus de diervoederindustrie.

Nederland mengt bijna eentiende van alle diervoeders voor de Europese markt. Een belangrijk deel van de grondstoffen (vooral soja) komt uit Zuid-Amerika, waar overwegend ggo’s worden verbouwd. Die zitten in vrijwel alle in Nederland geproduceerde veevoeders.

Ggo’s zijn gewassen waarvan het genetisch materiaal is veranderd met behulp van gentechnologie. Het doel is meestal verbetering van de weerbaarheid tegen ziekten of insecten, de voedingswaarde of de oogstbaarheid. Tegen deze ggo’s bestaat veel maatschappelijke weerstand. Een van de grootste bezwaren is dat de effecten op lange termijn niet bekend zijn. Tegelijk is er nagenoeg geen wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat ggo’s schadelijk zijn voor dier, mens of milieu.

De Nederlandse regering is voorstander van genetisch gemodificeerde gewassen in veevoeder, en heeft zich onlangs tegen de plannen van de Europese Commissie gekeerd. Tot grote tevredenheid van Henk Flipsen, die de veevoederbedrijven vertegenwoordigt in brancheorganisatie Nevedi. Hij verwacht dat het plan van de Commissie niet doorgaat, daar ook het Europees Parlement forse bedenkingen heeft.

Waarom is het belangrijk voor de sector dat de toelating van ggo’s een pan-Europese aangelegenheid blijft?

„Onze bedrijven hebben meestal ook bedrijven in omringende landen. Ze kopen een vracht, slaan die op in een silo en verspreiden die over vestigingen in verschillende landen. Als in de toekomst de opslag per land georganiseerd moet worden, dan levert dat zo veel extra kosten op vanwege de logistiek, dat je jezelf kostentechnisch uit de markt prijst. Dat betekent dat een ander land, bijvoorbeeld Duitsland – met name onze afzetmarkt – of België of Frankrijk goedkoper gaat produceren dan wij. En dat onze sector failliet gaat.

„Een heel belangrijk ander argument: als wij dieren met ggo’s voeren en de Duitsers niet, dan wil de Duitse consument onze varkens niet eten. En die gaan in duizend stukjes de hele wereld over. Waar moeten we er dan mee naartoe?

„Ook de handelspolitiek is link. Wat Rusland doet, kunnen de Duitsers ook. Ze kunnen zeggen: de eieren in Duitsland worden te goedkoop, onze pluimveesector heeft het slecht. En 40 procent van de eieren komt uit Nederland, laten we eens even dat Nederlandse ei boycotten. Dat is gevaarlijk. Je loopt als land ook risico.”

Begrijpt u de weerstand tegen ggo’s?

„Ik denk dat er een gevoel is dat ze gelijk staan aan gif. Maar als je weet dat ggo’s of sporen ervan overal in zitten, ook in dit koekje – daar ben ik van overtuigd – dan denk je: zo’n ramp is het ook weer niet. Maar ik vind het goed dat mensen kritisch blijven. Want er zijn heel veel voorbeelden, zoals medicijnen waarvan twintig jaar later blijkt dat ze beter niet hadden kunnen worden verstrekt.”

Hoe belangrijk zijn ggo’s voor de diervoederindustrie? Kan het niet zonder?

„Dat is voor Nederland, en ik denk voor de hele Europese industrie, ondenkbaar. Het is een economie, klaar. En in een markt van vraag en aanbod kiezen mensen altijd de beste producten tegen de laagste prijs. Soja-eiwit is zo uniek, dat zet het snelst om in lichaamseiwit. Dat wil zeggen: je kunt er het snelst ei, of vlees of melk van maken. Je hebt eiwitgrondstoffen nodig om dieren te kunnen produceren. Als je soja vervangt, kost dat geld.”

Er bestaat toch ook gentechvrije soja?

„Ja, die bestaat. Maar er is relatief weinig aanbod. Als je dat wil, moet je dat helemaal apart gecertificeerd laten komen, en daar komen torenhoge kosten op. Je kan op dit moment niet meer met droge ogen beweren dat ggo-vrije soja voor de omvang van Europa een oplossing is.”

Heeft u hard gelobbyd voor de afwijzing van de plannen van Brussel?

„Natuurlijk, alle partijen die iets vinden van ggo’s hebben richting de Kamer en de bewindspersonen hun best gedaan. Zo hebben we uitgelegd welke effecten je hebt als land, in je financiële huishouding, als je zegt: doe maar weg. Denk aan de haven van Rotterdam en alle logistieke diensten die Nederland rond het doorvoeren van grondstoffen verleent.”

Wij zijn jullie tegenstanders?

„Greenpeace bijvoorbeeld. Maar ook mensen met religieuze overwegingen. Die zeggen dat je niet moet ingrijpen in de natuur. Maar gentechniek is eigenlijk heel natuurlijk. Het is alleen het versnellen van de evolutie met duizenden jaren.”