Geen Nederlands talent te bespeuren

Geen enkele Nederlandse tennisser doet mee aan het belangrijke juniorentoernooi in Londen. Valt er een gat achter Haase en Bertens?

Een juniorenduel op Wimbledon tussen de serverende Japanner Yusuke Takahashi en de Amerikaan Nathan Ponwith. Nederlandse junioren ontbreken dit jaar. Foto Carl Court/Getty Images

De eerste haren beginnen voorzichtig grijs te kleuren. Zijn lichaam oogt wat log door de extra kilo’s die ouderdom met zich meebrengt. De volleys zijn niet meer zo strak en effectief. Maar voor de rest herken je Richard Krajicek nog aan alles op baan drie op Wimbledon. De vloeiende servicebeweging waarmee hij op zijn 43ste nog snelheden haalt rond de 190 kilometer per uur. De felle forehandslag die voor gevaar zorgt. En zijn typische, naar voren gebogen loopje met grote stappen.

Na afloop zakt Krajicek in een stoel, de linkerknie moet rust krijgen. Daaraan is hij drie maanden geleden geopereerd, vertelt hij na het dubbelspel in het demonstratietoernooi voor oud-topspelers op Wimbledon. Met zijn Britse partner Mark Petchey verloor hij gisteren in twee sets van Greg Rusedski en Fabrice Santoro. „Ik serveerde slecht”, moppert hij.

Krajicek draagt de officiële Wimbledon-stropdas, op de dag af negentien jaar oud: hij kreeg de das toen hij het grastoernooi op 7-7-1996 won. „Het is voor het eerst dat ik hem weer draag.” Vandaag is hij als oud-winnaar te gast in de Royal Box op het centercourt.

Schrikbeeld

De Nederlandse deelname op Wimbledon drijft in de tweede week van het toernooi op nostalgie. Verontrustend vooruitzicht is dat er geen Nederlandse talenten meedoen in het juniorentoernooi. Dat wordt parallel aan het grandslamtoernooi bij de profs gehouden, in de leeftijd van zestien tot en met achttien jaar. Een maand geleden ontbraken er ook Nederlandse junioren op Roland Garros.

Als excuus wordt gegeven dat de achttienjarige Tim van Rijthoven – 23ste op de juniorenranglijst – al maandenlang kampt met een elleboogblessure. Maar dat is één naam, in een moordend internationaal speelveld. Schrikbeeld is dat er een groot gat valt na de generatie met Robin Haase (28) en Kiki Bertens (23).

Krajicek is als oud-winnaar en vader van een talentvolle vijftienjarige zoon een interessante case study. „Juniorentennis geeft een redelijk goede indicatie, maar is niet het allerbelangrijkste”, relativeert hij. Zo speelde Krajicek zelf nooit juniorengrandslams. „Ik was tot mijn twaalfde heel goed, tot mijn veertiende oké, daarna minder.” Toen hij rond zijn zeventiende prof werd, liet hij de juniorentoernooien links liggen. Hij ging direct in het satellietcircuit spelen – het derde mondiale niveau – en klauterde zo omhoog op de wereldranglijst.

De route naar het profbestaan is een onzekere. „Er kan zoveel gebeuren. Blessures, geen zin, geen geld.” Doorslaggevend in dat grillige proces is de mentale kracht, zegt Krajicek. Hij noemt Novak Djokovic, Andy Murray en Rafael Nadal. „Zij hebben het puur op wilskracht gehaald.” Daar hamert Krajicek ook op bij zijn zoon Alec, vorig jaar Nederlands kampioen in de leeftijd tot en met veertien. „Het interesseert me niet of hij wint of verliest, heeft hij geknokt? Het gaat alleen maar om hard werken en vechten.”

Zijn advies aan toppers in spé: zoek een goede groep waarmee je dagelijks traint. „Dat is nog belangrijker dan een goede coach. Je moet in een omgeving komen waar hard gewerkt wordt, waar het normaal is dat iedereen elkaar constant pusht.”

Taai

Spanje vormt daarin het voorland. „Die zijn zo taai, die trainen zo hard. Het is niet zo moeilijk om één of twee dagen af te zien, het gaat erom dat je het constant het hele jaar door doet.”

Krajicek praat er veel over met de Spaanse oud-topper Sergi Bruguera, waar hij zelf nog tegen speelde. De tweevoudig winnaar van Roland Garros runt een tennisschool in Barcelona. In maart trainde Alec anderhalf uur onder leiding van Bruguera. Het werd een uitputtingsslag. „Zodra Alec even niet bewoog, kreeg hij de bal. Hij heeft wel zeven keer met zijn handen op zijn knieën staan uitrusten.”

Mist de Nederlandse tennisjeugd in het algemeen de hardheid om af te zien? „Misschien”, zegt Krajicek. Hij trekt de vergelijking met het WK voetbal in 2010, toen Oranje met on-Nederlands hard spel de finale bereikte. „Het enige wat ik twee weken lang hoorde was: ‘ik schaam me voor mijn land’. Eindelijk wordt er gevochten, spelen we als bikkels – en opeens schaamt het land zich. We geven als publiek een mixed message af.”

Hij ziet hetzelfde in het tennis. „We willen altijd mooi spelen, technisch moet het perfect zijn, je moet de bal bij wijze van spreken door je benen kunnen slaan. Is het een mentaliteitsding? Misschien is het een cultuurding, dat je het niemand kan verwijten.”

Lichtpuntje is er wel bij de Nederlandse profs. Jean-Julien Rojer, van Curaçaose afkomst, bereikte gisteren met zijn Roemeense partner Horia Tecau de halve finales in het dubbel.