Een baard vol stof en een lijf vol pijn

De strijd is nog maar net begonnen, maar hij rijdt er al weer gehavend bij. Laurens ten Dam: martelaar op de fiets.

Laurens ten Dam heeft de kasseienetappe van gisteren overleefd. Hij arriveerde bijna 17 minuten na winnaar Tony Martin. Foto George Deswijzen / ANP

Bijna opgetogen zet Robert Gesink zijn fiets tegen de ploegbus van Lotto-Jumbo. De hele dag uitstekend vooraan op de kasseien, niks verloren. High-five met Bram Tankink, ook al ijzersterk. Net als Jos van Emden of Tom Leezer, die het meest van allemaal zwart ziet van het stof. Snel douchen. Wilco Kelderman oogt nog monter na een sterke finale. Steven Kruijswijk geeft een jochie zijn bidon, Paul Martens parkeert. Maar waar blijft Laurens ten Dam? Auto’s starten al om weg te rijden, maar dan is daar ineens een kluwen van camera’s en microfoons. In hun midden Ten Dam, de karakteristieke baard vol stof. Hij is 186ste, op 16.53 minuut van winnaar en nieuwe geletruidrager Tony Martin. Afgezien? „Ik ben er, dat is het belangrijkste.”

Martelaren op de fiets, in de geschiedenis van de Tour zijn er velen. Pascal Simon, die in 1983 volksheld werd in Frankrijk door in de gele trui zes dagen lang door te rijden met een gebroken schouderblad en pas op te geven tijdens een helletocht naar Alpe d’Huez. Van de Amerikaan Tyler Hamilton werd in 2003 de speelfilm Brainpower gemaakt, toen hij in de eerste rit zijn sleutelbeenbrak maar twee weken later na een solo van 140 kilometer wel ‘gewoon’ een Pyreneeënrit won. Een kassucces werd het heldenepos niet, doping. Of het legendarische prikkeldraad van Johnny Hoogerland, die de Tour van 2011 uitreed met 33 hechtingen. En nu Ten Dam?

Indringende beelden

„Op zich ging het redelijk, ik had erger verwacht”, reageerde de 34-jarige Ten Dam gisteren rustig, na een helse etappe over zeven kasseistroken en 223,5 kilometer. De indringende beelden na zijn val een dag eerder in de Ardennen, gemaakt door een mecanicien van zijn ploeg, staan in het geheugen gegrift. Schouder uit de kom, terug in de kom, „ik ging bijna van m’n stokkie”. Een kwartiertje later had hij al weer branie. „Even een weekje in de revisie en dan komen de bergen”, riep hij tegen trainer Louis Delahaye in de volgauto. Maar ’s avonds aan tafel moesten ploeggenoten zijn vlees snijden, ook dat was in beeld. Gisterochtend bij de start toonde zelfs Ten Dam een beetje angst. Een korset om de schouder en gaan. „Ik moet toegeven dat ik niet uitkijk naar de kasseien”, twitterde hij in het Engels. „But hey, we’ll manage.”

Ja, hij was bij die valpartij gaan liggen voor de foto. Hoort een beetje bij zijn imago, had hij ’s avonds aan tafel tegen ploeggenoten gegrapt. Antikraak gewoond, met gezin en Chevy-busje langs de criteriums, en sinds 2010 ‘die renner met die baard’. En die renner van de valpartijen. In 2009 voltooide hij zwaar gehavend de Tour na een tuimeling in de afdaling van de Tourmalet. Een jaar later was er in de Ronde van Zwitserland een hersenschudding, gebroken pols en twee gebroken ruggewervels. Net terug brak hij in de Vuelta opnieuw de pols. Hij verdween een paar weken van de aardbodem om te ‘resetten’. De harde les? „Nooit meer zo’n overfocus op voeding, rust en training”, vertelde de toch al zo magere klimmer later. „Ik was te gestresst.”

Weer op de grond

Toch ligt Ten Dam weer op de grond, in de Tour van 2011. In de afdaling van de Col d’Agnes gaat hij over zijn limieten en klapt vol met het gezicht in de steenslag op de grond. Met een soort tulband om de neus, opgezwollen lippen en bebloede oogkas draagt hij zijn kruis naar Parijs. Populairder dan ooit, zeker sinds hij de afgelopen twee edities schitterde in het hooggebergte. Dertiende in de Tour van 2013, vorig jaar negende en beste Nederlander. In de belangrijkste koers, tegen de beste renners. „En ik hoor daar gewoon bij”, constateerde hij onlangs.

Wekenlang trekt hij zich op hoogtestage terug in Amerika, in alle eenzaamheid, zonder vrouw en twee kinderen. Alles op alles, om zeker te zijn dat hij bij de start in Utrecht nergens ook maar het kleinste detail heeft laten liggen. Nog één keer een topprestatie? Al in de tweede rit naar Neeltje Jans is het mis. Opgehouden door een valpartij, vijf minuten verlies. „Soms krijg je klappen, soms deel je ze uit”, blijft hij monter. Straks is er misschien ruimte om aan te vallen in de bergen. Maar na het drama in de Ardennen moet hij de bergen eerst zien te halen. „Als die schouder weer uit de kom schiet, is het klaar.”

Hoe kijkt de ploegleiding van Lotto-Jumbo naar de strijd van de gewonde routinier, die gisteren al voor de eerste kasseistrook moest lossen? „Ongelofelijk”, noemt ploegleider Merijn Zeeman het doorzettingsvermogen van Ten Dam. „Als ik zelf zo’n schouder uit de kom heb, laat ik me thuis zes weken verzorgen door mijn vrouw.” De martelaar zelf deed in de bus snel het „irritante” korset af en zei te hopen op betere benen. „We hebben nog een paar weken.”