‘De vleeskeuring kost 50 miljoen per jaar. En wij zijn de enige sector die ervoor betaalt’

Dat zei de voorzitter van de organisatie voor de vleessector tijdens de Binnenhof Barbecue

illustratie tamara pruis

De aanleiding

Elk jaar geeft de branchevereniging van de vleessector als afsluiting van het parlementaire jaar een barbecue. Waar, volgens Jos Goebbels, de voorzitter van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), „bewindslieden en parlementariërs ontspannen met bestuurders en journalisten een hamburger of een worstje eten”. Parlementair verslaggever Philip de Witt Wijnen van NRC Handelsblad vroeg hem vorige week wat een kwestie was in Den Haag, afgelopen jaar. Goebbels antwoordde stellig: „De kosten voor de vleeskeuring rijzen de pan uit – 50 miljoen euro per jaar. En wij zijn de enige sector die voor het eigen toezicht moet betalen. We zullen hiertegen blijven strijden.” Maar niet tijdens de Binnenhof Barbecue natuurlijk. „De barbecue is eigenlijk nooit ingezet als onderdeel van het lobbycircuit.” Dat laatste valt moeilijk te checken. Wat we wel kunnen uitzoeken is of de kosten voor vleeskeuring inderdaad toenemen en of het waar is dat de vleessector de enige sector is waar de bedrijven voor toezicht betalen.

Waar is het op gebaseerd?

Het is niet de eerste keer dat Goebbels dit bedrag van 50 miljoen noemt. Als er weer eens poep op het vlees gevonden wordt, of er worden paarden voor rund verkocht, en er komt kritiek op het toezicht op de Nederlandse vleesindustrie, dan noemt de COV dat bedrag. Zoals vorig jaar, toen het kabinet aankondigde dat het keuren van vlees weer een overheidstaak moest worden: alle inspecteurs en keurmeesters moesten weer als ambtenaar in dienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) komen. Goebbels zei toen in NRC Handelsblad: „Wij betalen jaarlijks 50 miljoen euro voor keuringen door private bedrijven en dierenartsen van de NVWA. Als de NVWA (de overheid dus, red.) straks alles zelf wil gaan doen, wordt het misschien nog duurder.” Als we navraag doen bij de COV verwijst de woordvoerder naar de ministeries van Economische Zaken en van Volksgezondheid die samen een brief aan de Kamer schreven over de NVWA en naar rapporten van de toezichthouder zelf.

En, klopt het?

In verschillende brieven staat een bedrag van 58 miljoen aan ‘inkomsten uit retributies’. Dat zijn de bedragen die bedrijven aan de NVWA betalen voor toezicht en keuring. Slachterijen en vleeswarenfabrieken moeten verplicht dierenartsen en keuringsassisten aan het werk hebben en daarvoor gelden de tarieven die de NVWA in rekening brengt. Maar ook diervoederbedrijven betalen voor toezicht. Volgens de NVWA schrijven Europese regels voor dat de kosten voor keuringen doorberekend worden aan de sector.

Daar zijn de laatste jaren nog extra kosten bijgekomen: om het toezicht op de vleesindustrie te verbeteren, moesten de bedrijven tien miljoen extra betalen, ook weer via die tarieven. En dáár bovenop worden de tarieven ook nog eens elk jaar verhoogd om de inflatie bij te houden. In 2015 met anderhalf procent.

Het bedrag dat vleesbedrijven betalen voor toezicht is dus nog hoger dan de 50 miljoen van Goebbels. ‘De pan uit rijzen’ is een wat subjectieve uitdrukking, maar je kunt rustig zeggen dat een stijging van bijna 20 procent niet marginaal is.

Rest de vraag of de vleessector de enige sector is die voor zijn eigen keuringen moet betalen. De NVWA zegt dat het retributiestelsel bijvoorbeeld ook geldt voor importcontroles van planten en plantaardige producten. Maar in de aard van de zaak – de vleesketen is een lange, kwetsbare keten – is er in deze sector nu eenmaal bij veel schakels toezicht nodig. Hoe dan ook vindt Goebbels dat wie controleert, ook zou moeten betalen. Veilig vlees is tenslotte in ieders belang.

Conclusie

Het klonk door het ‘de pan uitrijzen’ wat dramatisch, maar de voorzitter van de Centrale Organisatie voor de Vleessector overdreef niet toen hij zei dat het toezicht op zijn sector 50 miljoen bedraagt, en dat de kosten zijn gestegen. Die stelling beoordelen we dus als waar. Dat de vleessector de enige sector is die voor de kosten opdraait, beoordelen we als onwaar.