China grijpt vergeefs in nu zijn beurzen in vrije val belanden

Chinese autoriteiten slagen er niet in paniek op aandelenbeurzen te bezweren; andere markten ook aangestoken.

Beurzen China onderuit

Alle ogen in Europa zijn op Griekenland gericht, maar in Azië en de Verenigde Staten wordt met groeiende angst het ruige spektakel op de twee Chinese beurzen gevolgd, die vanaf half juni tot en met vandaag 3.200 miljard dollar van hun waarde hebben verloren.

Alle maatregelen van de Chinese autoriteiten ten spijt, zette de rot op de beurzen van Shanghai (min 5,9 procent) en Shenzhen (min 2,9 procent) vandaag door en verspreidde zij zich naar de beurzen van Tokio (min 3,1 procent) en het aan Shanghai gekoppelde Hongkong (min 5,8 procent).

De Chinese centrale bank probeert de paniek onder de 90 miljoen, hoofdzakelijk kleine beleggers te bestrijden, maar dat lukte vandaag opnieuw niet. Tot haar maatregelen behoren 60 miljard dollar aan kredieten voor staatsbedrijven om aandelen te kopen, de stillegging van de aandelenhandel in 1.476 van de 2.830 beursgenoteerde bedrijven en veel waarschuwende en sussende woorden.

Deze speculerende beleggers – vooral gepensioneerden, boeren en eigenaren van kleine zaken – willen koste wat het kost verkopen, vaak ook omdat hun geldschieters terugbetaling van leningen eisen. Tot nu toe hebben 33 beleggers zelfmoord gepleegd, omdat zij het familiekapitaal hebben vergokt op de beurs of omdat zij geen regeling konden treffen met de ondergrondse maffiabankiers.

Opvallend was vandaag dat niet alleen de koersen van de kleinere en middelgrote Chinese bedrijven onderuit gingen, maar ook de koersen van grote, internationaal opererende staatsbedrijven, zoals Petrofina, ICBC-bank, Tencent, China Mobile en PingAn Verzekeringen, onder druk kwamen te staan. Japanse en Amerikaanse bedrijven die een groot deel van hun omzet in China maken, behoorden in Tokio en Hongkong tot de sterkste dalers.

Waarom de Chinese beurzen uitgerekend op de verjaardag van president Xi Jinping op 12 juni begonnen te dalen na in de negen maanden daarvoor met 150 procent te zijn gestegen, is niet duidelijk. Feit is dat de maatregelen van de autoriteiten niet helpen en dat daardoor de Communistische Partij van China in grote verlegenheid is gebracht. De CPC geldt als oppermachtig en alwetend.

Communistische erfenis

De diepere oorzaken zijn wel helder: verreweg de meeste aandelen waren overgewaardeerd en de zorg over de stagnerende groei neemt toe, ook onder de beleggende middenklasse die wakker is geschrokken. Beleggen, zo hebben zij opnieuw ontdekt, is zeker in China hoogst riskant. Voor vele kleine kapitalisten zijn er echter weinig alternatieven: sparen levert niets op en de vastgoedmarkt stagneert.

Door de strenge controles op de export van kapitaal – een communistische erfenis – kunnen zij niet naar buitenlandse beurzen en bleven alleen de Chinese beurzen in de jacht naar snelle rijkdom over. Hele families, straten en dorpen gingen de beurs op. Zij dreven de koersen op en negeerden waarschuwingen van de autoriteiten.

Op de werkelijke prestaties van vaak zwakke bedrijven met torenhoge schulden en mistige boekhoudingen werd nauwelijks gelet, leek het. De stijging van de beurskoersen vond plaats terwijl de berichten over de echte economie steeds somberder werden.

Schulden van staatsbedrijven en overheden stapelen zich op, de sanering van oude sectoren (staal, scheepsbouw) en de aangekondigde privatisering van staatsbedrijven verlopen traag. En de groei vertraagt naar hooguit 7 procent. De zorgen van de autoriteiten namen toe, maar er werd behalve enkele renteverlagingen weinig aan gedaan.

Nu de problemen overslaan naar de beurzen van Tokio en Hongkong – en waarschijnlijk ook naar New York, waar gisteren al Chinese internetbedrijven als Alibaba terrein verloren – neemt het risico voor buitenlandse investeerders toe. Op de Chinese vasteland-beurzen zijn overigens maar weinig buitenlandse investeerders actief.

Waar Chinese en buitenlandse investeerders vooral bang voor zijn is dat de beurscrisis de afzwakking van de groei van de tweede economie van de wereld versterkt. Als het vertrouwen van consumenten in China daalt en er minder wordt besteed, daalt de groei nog verder onder de 7 procent, het officiële doel. Dat zal leiden tot minder import van grondstoffen: de prijzen van koper en olie daalden de afgelopen dagen al fors.

De tijd dat de Chinese economie, inclusief de beurzen, een autonome planeet vormden, is allang voorbij en daarom vinden Aziatische en Amerikaanse beursanalisten de Chinese beurscrisis veel beangstigender dan de problemen rond de relatief kleine economie van Griekenland.