Beste journalist, mogen wij de correctie tegemoet zien?

Nieuw beleid in Egypte: journalisten krijgen straf als ze woorden als ‘fundamentalisten’ of ‘ ISIS’ gebruiken.

Een demonstrant steunt Ahmed Mansour, de journalist van Al Jazeera die vorige maand in Berlijn gearresteerd werd op verzoek van Egypte Foto AP/Markus Schreiber

Egypte lijkt een nieuw offensief te hebben ingezet tegen journalisten. Die kunnen straks minstens twee jaar gevangenis krijgen als zij cijfers publiceren over terrorisme die niet overeenstemmen met de officiële verklaringen van het leger.

Tegelijk worden buitenlandse journalisten in Egypte gebombardeerd met advies over hoe zij over terrorisme dienen te schrijven, zoals e-mails van een groep die zich FactCheckEgypt noemt en die journalisten wijst op tekortkomingen in hun berichtgeving.

Het artikel is onderdeel van een nieuwe antiterrorismewet die nog goedgekeurd moet worden door president Sisi. De wet is ingegeven door de gebeurtenissen van vorige week, toen extremisten gelieerd aan IS verschillende checkpoints van het Egyptische leger aanvielen in Noord-Sinaï.

Daarbij vielen volgens het leger 17 doden. Eerder op de dag circuleerden veel hogere cijfers tot wel zeventig doden. Die cijfers kwamen grotendeels van anonieme bronnen bij de veiligheidsdiensten die door de Egyptische media, waaronder de staatskrant Al-Ahram, werden aangehaald.

Maar het leger haalde die dag zwaar uit naar de buitenlandse pers. Volgens Brigadier-Generaal Mohamed Samir overdrijft die opzettelijk het aantal slachtoffers om het moreel van Egypte aan te tasten. Van het ministerie van Buitenlandse Zaken kregen de buitenlandse correspondenten een lexicon toegestuurd van termen die wij wel of niet mogen gebruiken wanneer wij over terrorisme schrijven.

Fout zijn onder meer: fundamentalisten, jihadisten, ISIS of Islamitische Staat. Die leggen immers een foutief verband tussen de extremisten en de Islam, aldus het ministerie. Wel goed zijn: terroristen, extremisten, criminelen, wilden en moordenaars.

Dat buitenlandse journalisten advies krijgen van de Egyptische autoriteiten is niet nieuw. De overheidsdienst SIS doet dat regelmatig, vooral na ophefmakende vonnissen. Dan worden journalisten eraan herinnerd dat het in een democratie verboden is om commentaar te leveren op een rechterlijke uitspraak, en dat de rechtspraak in Egypte een voorbeeld is van rechtvaardigheid en respect voor de rechten van de verdediging.

Nieuw zijn de e-mails die tal van correspondenten de voorbije dagen hebben gekregen van FactCheckEgypt: vrijwilligers die voor SIS werken. Veel mails hameren op de foutieve, hogere cijfers over het aantal gedode soldaten. Eén krant kreeg felicitaties omdat hij wel degelijk het officiële cijfer had geciteerd maar kreeg kritiek op het gebruik van anonieme bronnen. „Mogen wij een correctie tegemoet zien?”

Nu zijn buitenlandse journalisten in Egypte wel wat gewend: vooral Engelstalige journalisten worden voortdurend aangevallen in de media en op sociale media. Omdat zij het woordje ‘coup’ gebruiken in plaats van ‘revolutie’ voor het afzetten van president Morsi in 2013, of omdat zij weigeren de Moslimbroederschap te omschrijven als terroristen.

De regering zegt dat het niet om een aanval op de persvrijheid gaat, en dat er bovendien sprake moet zijn van kwade opzet bij het publiceren van afwijkende cijfers. Maar het verspreiden van ‘vals nieuws’ is in Egypte al vaker gebruikt als wapen tegen activisten en journalisten. En maar weinig journalisten delen het blind vertrouwen van SIS in de Egyptische rechtspraak.