‘Ze moeten écht hun hersens laten kraken’

De kwaliteit van het hoger onderwijs krijgt een boost. Vandaag presenteerde de minister haar plannen.

Minister Jet Bussemaker (OCW), hier tijdens een college over het nieuwe leenstelsel op een open dag eerder dit jaar, wil 4.000 extra docenten in het hoger onderwijs: „Het is tijd voor verandering.” Foto Bart Maat/ANP

Eindelijk is het hoge woord eruit: er komen circa 3.900 extra docenten, 580 lectoren en 460 docentonderzoekers bij in het hoger onderwijs. Het gaat om fulltime banen.

Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) liet al eerder weten de kwaliteit van het hoger onderwijs een boost te willen geven met extra mankracht – maar om hoeveel onderwijzers het ging, was onduidelijk. In de strategische agenda die zij vandaag presenteert staat het precies. Er is geld voor 2.500 docenten in het hbo en 1.400 in het wetenschappelijk onderwijs.

Met de afschaffing van de basisbeurs voor studenten komt er de komende tien jaar één miljard euro vrij. 650 miljoen hiervan is beschikbaar voor het verbeteren van het onderwijs en 60 procent van dit geld is bedoeld voor de extra docenten. Dat gebeurt niet meteen, maar verspreid over het komende decennium. Bussemaker: „Het is tijd voor verandering.”

Want het onderwijs is onder de maat?

„Absoluut niet, maar het kan altijd beter. En meer docenten zijn daarbij cruciaal. De extra mankracht moet ervoor zorgen dat studenten in kleinere groepen les kunnen krijgen. Want persoonlijk contact is zo belangrijk. Niet alleen voor de overdracht van kennis, maar ook voor de vorming van studenten. Ik zie graag dat docenten de jongeren écht laten nadenken, dat er discussies ontstaan, dat er reflectie is. Dat ze uitgedaagd worden. Zodat studenten écht hun hersens moeten laten kraken.

„En ik zie graag een academische gemeenschap. Waar docenten onderling sparren. Waar docenten en studenten reflecteren. Waar studenten onderling praten, ethische kwesties bespreken en nieuwsgierig zijn in elkaars onderzoek en lessen. Ik heb zelf veel geleerd in moeilijke werkgroepen waar je je niet kon permitteren om onvoorbereid te komen.”

Het moet ervoor zorgen dat studenten breed gevormd de arbeidsmarkt op gaan?

„Zeker. We leven in een dynamische wereld die snel verandert. In sommige beroepen is de kennis die je meekrijgt vanuit de opleiding over vijf jaar alweer verouderd. En dan moet je in staat zijn om samen te werken en problemen op te lossen. En met nieuwe ideeën te komen en buiten je eigen strikte vakgebied te kijken en na te denken. Bovendien zijn de studenten van nu de waardendragers van de toekomst: de docenten, de verpleegkundigen, de architecten, de rechters. Die moeten wat in hun mars hebben.”

U pleit ook voor meer stages.

„Klopt. Zeker op de universiteit. Ook weer in het kader van de brede vorming is het goed als een student die commerciële economie doet, kennis maakt met de deurwaarder en de schuldhulpverlening. Dat hij beseft dat er een andere wereld is.

„Bovendien krijgen studenten meer ruimte om vakken te combineren. Zo kunnen universitaire studenten ook lessen op het hbo volgen en hbo’ers op de universiteit. Bovendien moeten de regels voor hogescholen om een hbo-master te beginnen worden versoepeld, zodat hbo-studenten meer aan beroepsgericht onderzoek kunnen gaan doen.”

U schrijft dat docenten straks digitaal onderling lesmateriaal moeten uitwisselen. Hebben zij het al niet druk genoeg?

„Er komen zoveel extra docenten bij dat de werkdruk onherroepelijk vermindert. En als ze lesmateriaal delen, hoeven ze niet allemaal opnieuw het wiel uit te vinden. Bovendien wil ik veelbelovende docenten en docententeams in aanmerking laten komen voor een beurs, die wel kan oplopen tot 250.000 euro. Daarmee kunnen zij innovaties financieren om het onderwijs te verbeteren.”