Waarom worden de Grieken niet meteen uit de euro gezet?

Vanavond praten EU-leiders weer over Griekenland. De stoere taal dat ‘nee’ bij het referendum het vertrek uit de euro zou betekenen, is inmiddels verstomd. Doormodderen dus?

Bij het gebouw van de Europese Centrale Bank in Frankfurt werd een groot beeld van de euro en de EU-sterren (toevallig) gisteren ontmanteld voor onderhoud. Foto Frank Rumpenhorst/EPA

Is het niet tijd voor een Grexit? Tijd dus dat Griekenland uit de euro stapt.. Heel wat Europese politici vertelden de Grieken de afgelopen dagen dat hun referendum eigenlijk helemaal niet ging over de onleesbare lijst technische eisen van de eurolanden die voorlag. Het ging over iets heel anders: euro of drachme. Maar waarom lijkt er na het overtuigende ‘nee’ van afgelopen zondag dan toch weer te worden gepraat met Griekenland?

Politici in Brussel, Berlijn en Den Haag zijn hun eigen stoere taal alweer vergeten. Jeroen Dijsselbloem, de voorzitter van de Eurogroep van ministers van Financiën, schreef zondag nog aan PvdA-partijgenoten dat het referendum ging „over de vraag of Griekenland in de eurozone blijft of niet”. Gisteren klonk hij heel anders: „Griekenland is lid van de EU en de eurozone, ze zijn partners. Het is niet zo eenvoudig om de deur dicht te doen.”

Sigmar Gabriel, de Duitse vicekanselier en leider van coalitiepartij SPD, zei na het bekend worden van het ‘nee’ zondagavond dat Griekenland „de laatste bruggen heeft afgebroken” voor onderhandelingen. Maar gisteren belde Tsipras alweer met bondskanselier Angela Merkel.

De eerdere uitspraken van mensen als Dijsselbloem en Gabriel, en ook bijvoorbeeld van voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie en Europees Parlementsvoorzitter Martin Schulz, kunnen bedoeld zijn geweest om het referendum te beïnvloeden. In dat geval hebben ze hopeloos gefaald.

Het kan zijn dat vandaag, bij een extra ingelaste EU-top, formeel het startsein wordt gegeven voor nieuwe onderhandelingen met de Grieken, hoewel dat nog erg onzeker is. Drie redenen waarom een Grexit lastig ligt:

1 Dit is allemaal politiek

Dat de Grieken de bezuinigingseisen van de eurolanden hebben afgewezen, is misschien schokkend voor Nederlandse en Duitse politici, maar minder voor andere regeringen. Nederlanders denken vaak dat de Europese muntunie een bouwwerk is van strakke regels en afspraken, over begrotingstekort, staatsschuld en hervormingen. Al die regels en afspraken zijn er inderdaad – alleen, ze zijn niet altijd doorslaggevend. Frankrijk schendt al jaren de begrotingsnormen, maar krijgt nooit straf.

De Europese Unie is in de kern een politieke constructie en de eurozone is dat ook. Dat is omdat landen met heel verschillende culturen er een plek in opeisen. Noord-Europese (protestantse) landen leggen de nadruk op de regels waaraan iedereen zich moet houden, Zuid-Europese (katholieke) landen, geleid door Frankrijk, denken flexibeler en houden meer van grote politieke gebaren dan van regeltjes.

Niet toevallig nam Frankrijk afgelopen weekend al het initiatief om de onderhandelingen met Griekenland te heropenen. Veel Fransen kunnen zich wel vinden in het linkse beleid en in de heroïek van de Syriza-regering in Griekenland. Bovendien is dit een kans voor de Franse president Hollande om weer eens de leiding te nemen in Europa, na jaren van Duits overwicht.

Voor de Duitse bondskanselier Merkel is het, ondanks de stemmen die in Duitsland opgaan voor een Grexit, heel moeilijk om Frankrijk (en Griekenland) te laten vallen. De Frans-Duitse as is de kern van de Europese integratie. En ‘Europa’ is nog steeds hét antwoord op het bloedige Duitse nationalistische verleden.

De Grexit is dus, al met al, een heel politiek besluit.

2 Grexit is duister scenario

Ook al is het geduld met de Grieken bij de meeste eurolanden op, een Grexit is niet meteen een aantrekkelijke optie. De kosten zijn hoog. Elk van de eurolanden heeft miljarden geleend aan Griekenland, direct en via het euronoodfonds EFSF. Nederland leende 17,8 miljard euro. Bij een Grexit zal het grootste deel daarvan verloren gaan, afhankelijk van het (onzekere) verloop van onderhandelingen over de schuldafwikkeling die dan zullen volgen. Ook de Europese Centrale Bank (ECB) zal bij een Grexit waarschijnlijk grote verliezen moeten nemen – en die kunnen ook weer bij de lidstaten terechtkomen.

Het scenario dat ‘doormodderen’ heet – Griekenland blijft in de euro – kan ook miljarden extra gaan kosten, maar die kosten zullen over een langere periode worden uitgesmeerd. En de kans dat althans een deel van het geld terugkomt lijkt groter. De schok van de Grexit is daarentegen hard en de gevolgen zijn lastig controleerbaar.

Dit laatste geldt nog het meest voor Griekenland zelf. Bij invoering van een nieuwe (veel lager gewaardeerde) drachme wordt de Griekse export misschien goedkoper, maar de import wordt ook duurder. In een economie als de Griekse, zonder exportsector van formaat, maakt dat het leven van burgers in één klap fors duurder. Niet voor niets zegt Syriza, al haar linkse ideologische retoriek ten spijt, liever in de euro te willen blijven.

3 Je gooit een land er niet zomaar uit

Het idee om „ze” er dan maar uit te „gooien” is makkelijker gezegd dan gedaan. Er is wel een juridische procedure voor een land om de Europese Unie als geheel te verlaten, maar het vertrek uit de eurozone is niet geregeld. Premier Mark Rutte (VVD) zei vrijdag nog dat er „geen ordentelijke exitprocedure” bestaat. Hij vindt overigens dat die er wel moet komen.

Omdat er wel een regeling is voor vertrek uit de EU (artikel 50 van het EU-verdrag), maar niet voor een vaarwel uit de muntunie, klinkt soms dat de Grieken dan maar helemaal uit de EU moeten als ze de euro opgeven. Eén ding wordt daarbij vaak vergeten: ook artikel 50 gaat over een vrijwillig vertrek, niet over ‘uitzetting’.

Betekent dit dat een Grexit helemaal ondenkbaar is? Dat zeker niet. Als ook een nieuwe ronde onderhandelingen weer verzandt in impasse en wederzijds gescheld, en als er dus écht geen uitzicht meer is op een politieke oplossing, kan de ECB de conclusie trekken dat zij de noodsteun aan de Griekse banken moet intrekken.

En dan kan het snel gaan: de banken vallen om, er wordt noodgeld gedrukt en het geld gaat ‘nieuwe drachme’ heten. Er is dan niets juridisch geregeld, maar de drachme is wel terug. Hoe groot de politieke belangen ook zijn en hoe kostbaar een Grexit ook is, het kan zomaar gebeuren dat de Grieken de euro alsnog verlaten.