Waarom Wehkamp voor een bodemprijs weg moest

Foto HH

Eindelijk is het dan toch gelukt: webwinkel Wehkamp is verkocht. Na een mislukte verkooppoging in 2011 en 2012 neemt de Britse investeringsmaatschappij Apax het online warenhuis nu over. Het moederbedrijf van Wehkamp, RFS Holland Holding, maakte gisteren bekend dat de deal rond is.

De overnamesom houdt RFS geheim, maar betrokkenen bevestigen dat Apax zo’n 450 miljoen euro voor het bedrijf betaalt. Wehkamp is verreweg het grootste onderdeel van RFS: de webwinkel is goed voor 550 miljoen euro van de groepsomzet van 700 miljoen euro. De overige omzet komt van webwinkels Fonq en Create2fit en het financiële bedrijf Lacent, dat leningen verstrekt aan klanten die spullen op afbetaling willen kopen.

Grootste aandeelhouder van RFS is Ad Scheepbouwer, oud-topman van telecombedrijf KPN. In 2008 breidde Scheepbouwer zijn belang van 5 procent uit naar 40 procent. In dat jaar verwierven ook toenmalig RFS-bestuurders Paul Nijhof en Berend van der Maat ieder 20 procent van de aandelen. Gedrieën betaalden ze naar verluidt 100 miljoen euro voor dat belang. De overige 20 procent van de aandelen bleven bij de oude eigenaar, investeringsmaatschappij IK Investment Partners.

In vergelijking met die investering van 100 miljoen euro is 450 miljoen euro een goede deal. Maar eigenlijk hadden de aandeelhouders van Wehkamp – naar eigen zeggen de grootste webwinkel voor mode – voor een veel hoger bedrag willen verkopen.

1 miljard moest lukken

Wehkamp zou wel tussen de 750 miljoen euro en 1 miljard euro moeten kunnen opleveren. Dat voorspelden de zakenbankiers van Credit Suisse in 2011 tijdens hun pitch – de presentatie die ervoor moet zorgen dat zíj het bedrijf mogen verkopen en niet een andere zakenbank.

Credit Suisse sleepte de klus binnen, maar de inschatting bleek al snel veel te optimistisch. De aandeelhouders schroefden de verkoopprijs dus maar naar beneden. De ondergrens werd gesteld op 600 miljoen euro, zegt een ingewijde.

Potentiële kopers waren er wel: een aantal private-equitybedrijven toonde interesse en supermarktconcern Ahold en webwinkel Bol.com zouden zich gemeld hebben. Tot een deal kwam het echter niet. Wehkamp bleef erg duur. En toen Ahold, op zoek naar een manier om online meer geld te verdienen, ineens Bol.com overnam in plaats van Wehkamp, vielen ook die opties weg.

In het voorjaar van 2012 besloten de aandeelhouders de verkooppoging maar weer te staken. Liever nog even blijven zitten dan Wehkamp voor een bodemprijs verkopen, was de redenering. Na de “uitvoerige externe oriëntatie” gaat de webwinkel toch “op eigen kracht” verder, zo verwoordde het bedrijf de mislukte poging in een persbericht.

Het werd nu echt tijd

Toen de aandeelhouders vorig jaar weer interesse in Wehkamp meenden te bespeuren, besloten de ze het er nog een keer op te wagen. Inmidddels was namelijk aandeelhouder Paul Nijhof afgetreden als topman van RFS en Ad Scheepbouwer als president-commissaris – het werd nu wel een keer tijd. Nu mochten de zakenbankiers van JP Morgan op zoek naar potentiële kopers.

Wehkamp zou hopen op interesse van Amazon, de grootste webwinkel ter wereld, zo werd gespeculeerd in de media. Dat viel tegen. Amazon heeft zich wel even gemeld, zegt een ingewijde, maar weinig “serieuze interesse” getoond. Uiteindelijk heeft Wehkamp met drie verschillende partijen serieus onderhandeld. Dat waren alle drie private-equitypartijen, geen branchegoten als Amazon.

Dit keer waren de aandeelhouders vastbesloten Wehkamp wel te verkopen, ook voor minder geld. “De tweede keer kun je niet weer zeggen: ‘we doen het toch maar niet’”, zegt een betrokkene. “Nu is gezegd: als we gaan, dan gáán we ook.”

Dus Wehkamp ging, voor 450 miljoen euro. Een lagere prijs dan aanvankelijk gehoopt. Maar dat is niet alles wat de aandeelhouders aan hun investering overhouden. Na de mislukte verkooppoging keerde RFS Holland Holding hun een ‘superdividend’ uit van 90 miljoen euro, blijkt uit de jaarverslagen. In 2013 ontvingen de aandeelhouders 50 miljoen euro, in 2014 nog eens 40 miljoen euro.