Waarom gooien we de Grieken er niet gewoon uit?

Foto Reuters

Heel wat Europese politici vertelden de Grieken de afgelopen dagen dat hun referendum eigenlijk helemaal niet ging over de onleesbare lijst technische eisen van de eurolanden die voorlag. Het ging over iets heel anders: euro of drachme. Maar waarom lijkt er na het overtuigende ‘nee’ van afgelopen zondag, dan toch weer te worden gepraat met Griekenland?

Het kan zijn dat vandaag, bij een extra ingelaste EU-top, formeel het startsein worden voor nieuwe onderhandelingen met de Grieken, hoewel dat nog erg onzeker is. Drie redenen waarom het niet zo makkelijk is de Grieken uit de eurozone te zetten.

1. Dit is allemaal politiek

Nederlanders denken vaak dat de Europese muntunie een bouwwerk is van strakke regels en afspraken. Maar net als de Europese Unie is de eurozone in de kern een politieke constructie. Dat is omdat landen met heel verschillende culturen er een plek in opeisen. Noord-Europese (protestantse) landen leggen de nadruk op de regels waaraan iedereen zich moet houden, Zuid-Europese (katholieke) landen, geleid door Frankrijk, denken flexibeler en houden meer van grote politieke gebaren dan van regeltjes.

Niet toevallig nam Frankrijk afgelopen weekend al het initiatief om de onderhandelingen met Griekenland te heropenen. Veel Fransen kunnen zich wel vinden in het linkse beleid en in de heroïek van de Syriza-regering in Griekenland. Bovendien is dit een kans voor de Franse president Hollande om weer eens de leiding te nemen in Europa, na jaren van Duits overwicht.

Voor de Duitse bondskanselier Merkel is het, ondanks de stemmen die in Duitsland opgaan voor een Grexit, heel moeilijk om Frankrijk (en Griekenland) te laten vallen. De Frans-Duitse as is de kern van de Europese integratie. En ‘Europa’ is nog steeds hét antwoord op het bloedige Duitse nationalistische verleden.

De Grexit is dus, al met al, een heel politiek besluit.

2. Grexit is duister scenario

Ook al is het geduld met de Grieken bij de meeste eurolanden op, een Grexit is niet meteen een aantrekkelijke optie. De kosten zijn hoog. Elk van de eurolanden heeft miljarden geleend aan Griekenland, direct en via het euronoodfonds EFSF. Nederland leende 17,8 miljard euro.

Bij een Grexit zal het grootste deel daarvan verloren gaan, afhankelijk van het (onzekere) verloop van onderhandelingen over de afwikkeling van de schuld die dan zullen volgen.

Het scenario dat ‘doormodderen’ heet – Griekenland blijft in de euro – kan ook miljarden extra gaan kosten, maar die kosten zullen over een langere periode worden uitgesmeerd. En de kans dat althans een deel van het geld terugkomt lijkt groter. De schok van de Grexit is daarentegen hard en de gevolgen zijn lastig controleerbaar.

Dit laatste geldt nog het meest voor Griekenland zelf. Niet voor niets zegt Syriza, al haar linkse ideologische retoriek ten spijt, liever in de euro te willen blijven.

3. Je gooit een land er niet zomaar uit

Het idee om “ze” er dan maar uit te “gooien” is makkelijker gezegd dan gedaan. Er is wel een juridische procedure voor een land om de Europese Unie als geheel te verlaten, maar het vertrek uit de eurozone is niet geregeld.

Betekent dit dat een Grexit helemaal ondenkbaar is? Dat zeker niet. Als ook een nieuwe ronde onderhandelingen weer verzandt in impasse en wederzijds gescheld, en als er dus écht geen uitzicht meer is op een politieke oplossing, kan de ECB de conclusie trekken dat zij de noodsteun aan de Griekse banken moet intrekken.

En dan kan het snel gaan: de banken vallen om, er wordt noodgeld gedrukt en het geld gaat ‘nieuwe drachme’ heten. Er is dan niets juridisch geregeld, maar de drachme is wel terug. Hoe groot de politieke belangen ook zijn en hoe kostbaar een Grexit ook is, het kan zomaar gebeuren dat de Grieken de euro alsnog verlaten.