Column

Waar is dat feestje? Dáár is dat feestje

De meest summiere ‘analyse’ van de eurocrisis stond jaren geleden op de opiniepagina van de Wall Street Journal. De twee meest kwetsbare eurolanden, zo was de redenering, zijn Portugal en Griekenland. Zij hadden geen enkele onderneming bij de 500 grootste bedrijven ter wereld.

Een simpele redenering, zeker, maar eentje die hout snijdt. Het gros van de export en import van producten en diensten vindt plaats binnen multinationale ondernemingen. Denk aan de iPhone die met componenten en technologie uit de hele wereld in China wordt geproduceerd en vanuit de VS wordt verkocht.

Het ontbreken van een wereldbedrijf zegt alles over het karakter van de Griekse economie. Dit is geen exportkampioen à la Nederland of Duitsland. De Griekse „economie is totaal naar binnen gekeerd”, zei Tom de Bruijn zaterdag in Het Financieele Dagblad. Hij hielp vanaf 2011, toen de Griekse schuldencrisis al Europese migraine was, een speciale missie om het Griekse openbaar bestuur op orde te krijgen. De Bruijn in het FD: Griekse „mensen vertrouwen geen grote verbanden, dus er zijn nauwelijks grote bedrijven.”

Wat is de toekomst van deze introverte, agrarische en op toerisme ingestelde economie als deelnemer in de eurozone? De politieke discussie wordt versmald tot schuldsanering: hoeveel en wanneer?

Het zal niet genoeg helpen. Schuldsanering is een kortstondig feestje. Het verzekert premier Tsipras van herverkiezing, maar de opvolgers van ministers van Financiën als Dijsselbloem en Schäuble zitten met de kater. De schuld(en)vraag komt gewoon terug.

Schuldsanering lost niks op als niet ook de groeikracht van de economie een bijna magische impuls krijgt. Alleen met extra groei blijven de Grieken hun schulden de baas, ook als die op kosten van de europartners zijn gesaneerd.

Waar moet die bijna magische groei zonder exportmachine en met een vergrijzende samenleving vandaan komen? Nederland heeft al de grootste moeite om uit te stippelen hoe het, zonder gaswinsten, over tien jaar zijn geld verdient. De Griekse overheid kan ingewikkelde vraagstukken, zoals het opzetten van een functionerende belastingdienst niet aan, zei De Bruijn in het FD.

Zonder geloofwaardig uitzicht op extra groei is de schuldenlast van Griekenland onhoudbaar. Dat punt maakte het IMF vorige week in zijn advies voor schuldkwijtschelding en een nieuw reddingsplan. Omdát de gunstige economische vooruitzichten door de regering Tsipras zijn verprutst, zijn de schulden een molensteen. Niet andersom. Op deze voet doorgaan is zinloos.

De brief van die strekking van VVD-lid Frits Bolkestein vanochtend in de Volkskrant is me uit het hart gegrepen. Accepteer het ondenkbare. Schrap 60 procent van de Griekse schuld. Dan zit je op de waarde die de markt eraan geeft. De Griekse banken zijn feitelijk platzak. Als de komende dagen geen euro’s meer uit de geldautomaten komen, zal Griekenland een parallel betaalmiddel moeten invoeren. Zo sluipt de Grexit binnen.

De eurozonelanden krijgen dan door hun verliezen op de Griekse leningen een kapitale knal voor hun kop. Zij moeten hun relatie opnieuw ijken. Samen verder? Of wil nog iemand uitstappen? Griekenland zelf riskeert nieuwe economische krimp. Maar het land moet in de Europese Unie blijven. Kredieten van de Europese Investeringsbank voor hun infrastructuur blijven dan bijvoorbeeld beschikbaar.

Duitse politici noemen een Europese humanitaire hulpactie om de sociale gevolgen van de crisis te bestrijden inmiddels vanzelfsprekend. Dat is ook solidariteit.

Help de Grieken de Grexit door.