Column

Tennisrebel

Volgens oud-kampioen John McEnroe heeft het toptennis meer kleurrijke spelers nodig, rebelse types zoals hij vroeger was, spelers die hun emoties tonen en verbaal tekeer durven te gaan tegen tegenstanders en umpires. Daarom juicht hij de komst van Nick Kyrgios toe, de 20-jarige Australiër, een weerspannig talent van formaat: ,,Hij heeft overtuiging en intensiteit. Hij straalt dat uit. Dat zie je niet zo vaak bij een speler, en het is mooi om te zien.’’

Over Kyrgios zei Andy Roddick, een andere oud-kampioen uit de Verenigde Staten: ,,Zou ik willen dat mijn kind zich zo gedroeg? Misschien niet. Maar wil ik het zien? Ik denk het wel.’’

Die ambivalentie voelde ik zelf ook toen ik gisteren op de BBC naar Wimbledon zat te kijken. Ik had afgestemd op de partij tussen de zussen Williams, maar terwijl die wedstrijd zich naar het voorspelbare einde spoedde – Serena was gewoon te goed voor haar oudere zus – zapte ik af en toe nieuwsgierig naar het andere BBC-net, waar Kyrgios een boeiend duel uitvocht met de Fransman Richard Gasquet.

Kyrgios werd weer op iedereen kwaad, óók op zichzelf. Soms is het onduidelijk op wie hij het gemunt heeft – op zichzelf of de umpire; zoals onlangs toen hij binnen gehoorsafstand van de umpire ‘bad scum’ mompelde.

In de tweede set gebeurde iets ongehoords, iets waarvan ik een ervaren BBC-commentator hoorde zeggen dat hij zoiets nog nooit op Wimbledon had meegemaakt. Kyrgios was zó boos geworden op de umpire dat hij een complete game moedwillig verloor door geen moeite meer te doen de bal te spelen. Hij liep niet en duwde wat met zijn racket tegen de bal. Na die game hief hij zijn wijsvinger naar de umpire alsof hij wilde zeggen: ,,Is dit wat je wil?’’

Een speler die zich welbewust benadeelt om zijn woede te koelen op de scheidsrechter – dat had ook ik in het tennis nooit eerder gezien. Het deed in de verte denken aan de openlijke kopstoot van de voetballer Zidane op een cruciaal moment in een WK-finale; hij wist dat hij zichzelf en zijn team daarmee zwaar benadeelde, maar kon geen weerstand bieden aan zijn wraakzucht.

Ook Kyrgios kostte het min of meer de wedstrijd. Hij had de eerste set al verloren en leverde toen de tweede set met 6-1 in. Daarna kwam hij nog even met sterk tennis terug, maar het was niet genoeg voor de overwinning. Intussen had hij alles gedaan wat de God van het tennis heeft verboden: vloeken, een pseudo-omhelzing van een verbaasde ballenjongen, zijn racket hoog de lucht ingooien, een ruzie beginnen met de umpire over het aantrekken van sokken: ,,Ik blijf op de baan. Als je daar boos over wordt, moet jij dat weten. Ik doe andere sokken aan.’’

De BBC liet ook nog opnamen zien van een persconferentie door Kyrgios: zijn gezicht stond strak van boze arrogantie, hij zou die persluizen wel even een lesje leren.

Geen aangenaam mens dus. Geen Federer. Maar misschien heeft McEnroe gelijk en stonden er de laatste jaren te veel Federers en Murrays op de baan. Koele kampioenen. Misschien is dat ook de reden waarom het toptennis in Amerika steeds minder populair wordt – een ontwikkeling die gevaarlijk is voor het hele tennis.

Toch is er ook sprake van een paradox. Als Kyrgios echt een groot kampioen wil worden, zal hij meer zelfbeheersing moeten krijgen, meer Federer moeten worden. Anders blijft hij vooral van zichzelf verliezen, zoals gisteren.